Aantal huiseigenaars neemt af

Het aantal Vlamingen met een eigen woning is de laatste tien jaar afgenomen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Steunpunt Wonen. Tien jaar geleden was 75 procent van de Vlamingen huiseigenaar, in 2013 was dat cijfer tot 70,4 procent gedaald.

De daling van het aantal huiseigenaars heeft verschillenden redenen. De jarenlange stijging van het cijfer was mee te verklaren door het feit dat de Vlamingen na de Tweede Wereldoorlog, in tegenstelling tot de vorige generaties, veel meer de kans hadden om een eigen woning te kopen. Aan die stijging is nu een einde gekomen.

Voorts speelt de crisis een grote rol. Mensen gaan in tijden van economische onzekerheid minder snel een lening aan. Bovendien zijn de prijzen van de woningen gestegen en zijn de banken strenger geworden bij het toekennen van een lening. Vooral de mensen met een lager inkomen worden daardoor naar de (private) huurmarkt gedreven.

Betaalbaarheid

De afgelopen tien jaar is het aantal Vlaamse huishoudens dat het moeilijk heeft om betaalbaar te wonen toegenomen van 13 tot 20 procent. Het gaat om mensen die meer dan 30 procent van hun inkomen nodig hebben om de huur te betalen of om een lening af te lossen. De toename is het meest opvallend in de private huurmarkt waar de helft van de mensen betaalbaarheidsproblemen heeft.

Op basis van een technische screening kreeg ruim een derde van de onderzochte woningen een beoordeling "ontoereikende kwaliteit". Twee derde van deze huizen zou wel met relatief beperkte aanpassingen de kwaliteitsnorm kunnen halen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het herstellen van loshangende stopcontacten. Aan het overige derde van de huizen die de norm niet halen, zijn structurele aanpassingen nodig. Het gaat om in totaal  350.000 woningen.

Aanbevelingen

Op basis van het onderzoek formuleren de auteurs een aantal aanbevelingen voor de Vlaamse overheid. Zo kan die iets doen aan de betaalbaarheid van de woningen door een forse uitbreiding van de sociale woningen en de huursubsidies.

De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de woningen ligt in de eerste plaats bij de eigenaars, maar de Vlaamse overheid kan daarbij een sturende rol spelen door een evaluatie en mogelijke heroriëntering van de renovatiepremies, het overwegen van de normen voor nieuwbouw en het uitwerken van een actieplan voor sociale huisvesting. Om radicale stappen vooruit te zetten, onder meer inzake het energieverbruik, verdient vervanging soms de voorkeur op renovatie.

Ten slotte beveelt de studie aan om huur en eigendom op meer gelijke voet te behandelen. Een grotere selectiviteit bij het toekennen van de steun voor eigendomsverwerving, zoals de woonbonus, is gewenst. Dat kan een positief effect hebben op de private huurmarkt.