Abdullah Öcalan roept PKK op om wapens neer te leggen

Abdullah Öcalan, de gevangen leider van de Koerdische Arbeiderspartij PKK, heeft zijn militanten opgeroepen om de wapens neer te leggen. In de lente zou de PKK een congres houden om de historische beslissing te nemen om een einde te maken aan het gewapende conflict.

In het verleden heeft Öcalan nog opgeroepen tot een staakt-het-vuren, maar dat leverde niets op. Als de wapens worden neergelegd, betekent dat mogelijk het einde van een conflict dat al drie decennia aansleept en naar schatting aan 40.000 mensen het leven heeft gekost.

De Turkse regering startte in 2012 vredesgesprekken met Öcalan. "De gesprekken zitten in een belangrijke fase ", laat Sirri Sureyya Onder weten. Onder is een van de Koerdische politici die Öcalan in de gevangenis mag bezoeken. Öcalan zit sinds 1999 in de cel. De Turkse premier Yalcin Akdogan noemt de oproep van Öcalan alvast een belangrijke stap.

Drie decennia strijd

Het conflict tussen Turkije en de Koerdische Arbeiderspartij PKK barstte los in 1984. In eerste instantie streed de PKK voor de onafhankelijkheid van Turks-Koerdistan, dat een groot deel van Oost-Turkije beslaat, maar later werd dat een strijd voor meer autonomie voor het Koerdische volk in Turkije.

De centralistische Turkse staat heeft het Koerdische volk lang het recht op een eigen taal en cultuur ontzegd. Koerden werden ook vaak beschouwd als tweederangsburgers. In de jaren 80 werden ze bestempeld als "Oostelijke Turken".

De Koerdische taal is nu wel toegestaan in Turkije, maar de Koerden zelf worden toch nog vaak achtergesteld. Het percentage analfabeten is veel hoger in Turks-Koerdistan dan in het westen van Turkije, de kindersterfte ligt er veel hoger en de economie draait er op een veel lager pitje.