Nieuwe vliegtuigtracker moet toestellen beter "op de radar houden"

Australië, Indonesië en Maleisië testen samen een nieuw systeem om vliegtuigen tijdens hun vlucht beter op te volgen. Een meer accurate "tracking" zou moeten verhinderen dat vliegtuigen spoorloos van de radar verdwijnen, zoals bij vlucht MH370 van Malaysia Airlines vorig jaar.

Een nieuw positioneringssysteem zou de locatie van vliegtuigen veel frequenter doorgeven. Nu gebeurt dat (automatisch) gemiddeld om de 30 of 40 minuten. Dat zou om het kwartier kunnen.

Wanneer het vliegtuig bovendien sterk van zijn geplande koers afwijkt, zou het trackingsysteem om de 5 minuten of nog vaker de positie van het toestel doorgeven. Luchtverkeersleiders krijgen op die manier een beter zicht op het traject van een vlucht.

Tijdens de testfase wordt gebruik gemaakt van het huidige positioneringssysteem met satellieten, dat bij 90% van de vliegtuigen op de lange afstand al aan boord is. Dat systeem geeft telkens de huidige positie van een toestel door, samen met de twee volgende, geschatte locaties.

Airservices Australia, een overheidsinstelling verantwoordelijk voor het Australische luchtruim, werkt voor de testfase van het nieuwe systeem samen met haar Maleisische en Indonesische collega's. Een nieuwe ramp, zoals met vlucht MH370, moet worden vermeden.

Een soort tracking is in dat opzicht een stap in de goede richting, maar geen waterdichte oplossing, zo benadrukt Airservices Australia. Het verbeterde systeem zoals het nu bestaat, kan immers worden uitgeschakeld aan boord, waardoor luchtverkeersleiders een toestel niet meer "zien".

Op 8 maart 2014 verdween de Boeing 777 van Malaysia Airlines spoorloos van de radar. Van het toestel ontbreekt bijna een jaar later nog steeds elk spoor. Sinds de verdwijning van vlucht MH370 streven luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartinstanties naar een nieuw evenwicht in de frequentie van vluchttrackings.