Sociaal overleg versus politiek - Marc Van de Looverbosch

Om te begrijpen waarom sommige partijen zo worstelen met het sociaal overleg, moeten we terugkeren naar de nevelen der moderne tijden. 70 jaar geleden, toen in België de oorlog op de laatste benen loopt, sluiten syndicaten en patronaat (zoals die toen heetten) en de regering een Groot Sociaal Pact. Het is het fundament geworden waarop heel ons sociaal overlegmodel en heel onze sociale zekerheid is gebaseerd.
© VRT - Bart Musschoot

Een model dat overigens in allerlei varianten ook is ingevoerd in heel Europa en waarbij de sociale partners een grote vinger in de pap krijgen bij het beheer en de uitbouw van de sociale instellingen.

Verzuiling

De verzuiling viert hoogtij. De grote traditionele politieke families van christendemocraten, socialisten en liberalen hebben hun eigen vakbonden, ziekenfondsen en nog talloze andere zuilgebonden organisaties. De burger, de klant, is lid van zo’n zuil van de wieg tot in het graf. Om de grote dominantie te counteren van de christelijke zuil en van de CVP in het katholieke Vlaanderen, wordt het openbaar scholennet uitgebreid en verrijzen meer en meer openbare ziekenhuizen en welzijnsinstellingen. Iedereen lijkt tevreden, de drie zuilen zorgen voor sociale harmonie. Slechts af en toe loopt het uit de hand bij echt grote sociale conflicten.

Stilaan komen er partijen opzetten die niets met die zuilen te maken hebben. De Volksunie bijvoorbeeld die zich uitdrukkelijk opstelt als een niet traditionele en ongebonden partij. Hoewel ook daar pogingen zijn om o.a. een eigen Vlaamse ziekenkas op te richten. Vlaams Blok/Belang, ook zonder zuil, zal zich later vierkant tegen de klassieke vakbonden keren.

De ontzuiling zet zich met de ontkerkelijking in Vlaanderen door en meer en meer mensen organiseren hun leven op hun eigen manier. Nieuwe sociale bewegingen zien het daglicht, middenveldorganisaties en burgerbewegingen die vaak botsten met de traditionele zuilen. De partij Groen (Agalev) –ook ongebonden- is daar voor een deel uit ontstaan. Politici willen niet meer aan het handje lopen van vakbonden, mutualiteiten of werkgevers. Het idee van het primaat van de politiek duikt op: regeringen, verkozenen van het volk beslissen en niet allerlei belangengroepen.

Sociaal overleg onder druk

Keren we terug naar de politiek van vandaag. Het is niet de eerste keer dat een regering het lastig heeft met de sociale partners. Het is ook niet de eerste keer dat die partners het onderling roerend oneens zijn. Als er dan toch nog eens een sociaal akkoord(je) uit de bus rolt in tijden van zware besparingen en economische tegenslag mag dat al een wonder heten.

De liberale partijen in de huidige centrumrechtse regering MR en Open VLD zijn koele minnaars van het sociaal overleg. Ze tonen meer begrip voor de standpunten van de werkgevers. En hun eigen liberale vakbond stelt sowieso numeriek niet veel meer voor. In de vorige regeringen met socialisten zaten de liberalen geïsoleerd en konden ze niet altijd hun punt maken als het over het primaat van de politiek ging.

Nu is dan anders omdat N-VA als grootste partij openlijk de stelling verdedigt dat het niet de vakbonden zijn die het land regeren. Met als achterliggende gedachte: zeker niet als het de socialistische vakbond is, vooruit gestuwd vanuit de oppositie door PS en sp.a. De macht van een democratisch verkozen regering tegenover de macht van de vakbonden die hun legitimiteit halen bij honderdduizenden aangesloten leden. De N-VA die zich opwerpt als een anti-establishment partij zit gewrongen met dat sociaal overleg in het Belgisch politiek model. Dat hebben we ook gezien bij de politieke voorloper van N-VA de Volksunie .

Het primaat van de politiek is overigens ook merkbaar in de houding van de Vlaamse regering tegenover actiegroepen of burgers die protesteren tegen grootschalige projecten zoals Oosterweel of Uplace.

CD&V staat alleen in haar strijd om een sociaal akkoord te verdedigen waar ook de vakbonden zich kunnen in vinden. Dat de socialistische vakbond afhaakt is minder erg. Maar de broeders van het ACV uit de christelijke zuil dat is andere koek. CD&V wil het sociale geweten zijn van centrumrechts. Als de vakbond het beleid afwijst als asociaal is dat een ramp voor het imago de partij. Dat is de reden waarom Kris Peeters als ex-Unizo topman iedereen te vriend moet houden, ook de vakbond. En als de regering het sociaal akkoord uitvoert zoals de sociale partners dat willen, dan is dat ook goed voor de werkgevers en voor de sociale vrede. Op die manier kan Kris Peeters tegelijkertijd de rechtervleugel van zijn partij onder controle houden.

Vakbonden in het defensief

De vakbonden in dit verzuilde systeem evolueren met mondjesmaat. Ze hanteren nog methodes en begrippen uit de vorige eeuw: militanten, achterban, instanties, stakingsaanzegging, waarschuwingsactie. Dingen die een moderne mens soms bijzonder weinig zeggen.

Dat ze kritiek leveren kan iedereen verstaan. De middelen die ze gebruiken kunnen op weinig begrip rekenen. Een staking richt zich niet alleen tegen de werkgevers of tegen de regering. Veel gewone mensen hebben er ongewild heel wat last van. Het beruchte draagvlak brokkelt dan af waardoor de vakbonden zelf voorwerp worden van zware kritiek. In plaats van te veelvuldig het stakingswapen te hanteren waardoor het contraproductief wordt, zouden de vakbonden beter moeten nadenken over creatievere methoden om hun protest te laten horen. Als het dan toch maar om details gaat die de regering toevoegt aan het sociaal akkoord, is het dan verantwoord om te staken? En als het dan toch maar details zijn, waarom wil centrumrechts dan een oorlog met de vakbonden riskeren?

(De auteur is politiek watcher bij VRT-nieuws.)

Meest gelezen