Noodzaak om bezoekende journalisten stokken in de wielen te steken

Stefan Blommaert beëindigt zijn correspondentschap in Peking in stijl: hij keert met een terreinwagen terug via de oude Zijderoute, van China tot in Europa, en brengt verslag uit vanuit de landen die hij doorkruist.
Hannes Blommaert

De imam is ziek. Met een uitgestreken gezicht herhaalt hij zijn woorden: “De imam is ziek”. Diezelfde ochtend was ons telefonisch al meegedeeld dat we beter met een officiële woordvoerder van de Grote Moskee in Xian konden spreken dan met de imam.

We begrepen dat ze ons een partijmannetje wilden aansmeren over een "delicaat" onderwerp als religie in China, maar we hadden toch aangedrongen op de imam. En nu blijkt hij dus plots ziek te zijn. De woordvoerder raakt verstrikt in zijn leugentje. “Hij is al heel lang ziek.”

Aha, dat was ons de voorbije weken nooit gemeld, integendeel, het interview leek zondermeer geregeld. De woordvoerder is ook een moslim, daar niet van, hij draagt zelfs een islamitisch hoofddeksel. Maar heel zijn uitstraling verraadt dat hij gewoon de taal van de overheid spreekt. Een official dus.

Hannes Blommaert

Onder druk gezet van omgeving om af te zeggen

Ik heb het tijdens mijn verblijf van ruim twee jaar in China vaak meegemaakt. Op het laatste ogenblik wordt een ontmoeting geschrapt, onder het mom van een of ander smoesje. Familielid overleden, dringend weg, ziek geworden, te veel werk.

Of met andere woorden: de gesprekspartner is onder druk gezet van zijn "omgeving" om af te zeggen, en dat kan een chef zijn, een partijbons, een bezorgde buur of een familielid. Buitenlandse journalisten worden hier vaak met argwaan bekeken.

Niet door gewone mensen, die zijn meestal heel coöperatief. Maar als een kortzichtige ambtenaar lucht krijgt van een bezoek van buitenlanders, dan slaat de sfeer al snel om. Ook op deze reis langs de Zijderoute snijden we blijkbaar weer thema’s aan die voor sommige zwetende bureaucraten te gevoelig blijken, en daardoor ontstaat de noodzaak om de bezoekende journalisten stokken in de wielen te steken.

Hannes Blommaert

Meest bevreesd voor moderne technologie

Het Chinese regime doet zich stoer voor, maar eigenlijk is het bang, doodsbang. Het beeft voor alles wat zijn legitimiteit in vraag kan stellen. Eenzame opposanten, of boze arbeiders, of studenten die om een beetje democratie vragen, of burgers die het beu zijn om te leven in een wereld van vervuilde rivieren, onadembare lucht en vergiftigd voedsel.

Het kunnen ook journalisten zijn die onaangename zaken op het spoor komen waardoor autoriteiten in diskrediet kunnen worden gebracht, of die gewoon gaan kijken op plaatsen waar de overheid niet wil dat ze gaan kijken.

En het meest bevreesd is het regime nog van de moderne technologie, dat alle hierboven vermelde gevaarlijke sujetten de kans geeft om hun kwalijke ideeën onder een breed publiek te verspreiden.

En dus sluit het regime alles af wat het gevaarlijk acht op het internet. In de eerste plaats alles wat met onafhankelijke media te maken heeft.

Websites van vervelende buitenlandse kranten, van organisaties die kritiek hebben op het gebrek aan mensenrechten, zoekmachines zoals Google die niet door de Chinese binnenlandse veiligheid kunnen worden gecontroleerd, sociale netwerken zoals Facebook of Twitter.

Hannes Blommaert

Het regime luistert telefoons af van journalisten en hindert hen tijdens hun werk als dat gaat over delicate thema’s. Of het ontzegt sommige journalisten hun visa, waardoor ze het land gewoonweg niet meer binnenraken. Eén gebied in China is trouwens helemaal een no-go area voor de buitenlandse pers: Tibet kom je als journalist alleen in tijdens een schaarse georganiseerde trip.

Wat dat laatste betreft: er wonen ook veel Tibetanen in aangrenzende provincies. Precies omdat ik tijdens mijn correspondentschap nooit naar Tibet zelf kon, wou ik op deze laatste grote tocht langs de Tibetaanse kloosters in Qinghai reizen, een kleine deviatie van het historische Zijderoutetraject.

Maar neen, zelfs dat mocht niet. Om het visum voor mijn camerateam te kunnen verkrijgen, kregen we het verzoek om onze reisweg te wijzigen. Zonder Qinghai. We zouden eens met Tibetanen moeten willen praten...

Hannes Blommaert

"Ik buig voor de cultuur van uw land"

Journalisten uit het buitenland hebben altijd iets tegen China, daar zijn de griffelhouders in Peking van overtuigd. En dus kunnen we beter in een grote, zelfs een hele grote boog om Tibet heen rijden. Als we dat doen, dan is het in orde. Pats, hier is het visum.

Geachte Chinese autoriteiten. Ik heb het beste voor met China. Ik heb een groot respect voor uw land. Ook al omdat ik er bijna tweeënhalf jaar heb gewoond. Met veel plezier zelfs, als het mogelijk was, zou ik ook langer gebleven zijn.

Ik besef dat toen wij ons in Europa nog flink barbaars gedroegen, de Chinese cultuur al een hoog niveau had bereikt. Ik heb nooit meegelachen met laag-bij-de-grondse expats in Peking die de draak steken met de drammerigheid waarmee sommige Chinese officials alsmaar herhalen hoe die 5.000-jarige geschiedenis het land tot een unicum maakt.

Ik buig voor de cultuur van uw land, ik vind dat wij er in het westen best wat meer van zouden kunnen leren. Zelfs al verschillen onze politieke systemen hemelsbreed van elkaar.

Maar wat ik niet begrijp, dat is hoe u probeert om uw onderdanen voor de gek te houden. Hoe u elke dag in uw kranten en op uw tv-zenders gevoelige onderwerpen verzwijgt, verdoezelt of verdraait.

Hannes Blommaert

Uw onderdanen weten natuurlijk wel grotendeels hoe de vork in de steel zit, en ze maken er onder elkaar voortdurend grapjes over. Ze maken dus ook grapjes over u. En ooit zal dat als een boemerang tegen uw hoofd terechtkomen.

De waarheid is namelijk iets wat je maar heel tijdelijk in een gesloten doos kan opbergen. Zelfs al duurt dat ‘tijdelijk’ een aantal decennia. Met uw cultuur van ettelijke millennia beseft u ongetwijfeld wel hoe relatief tijd wel kan zijn.

Een paar dagen na mijn geaborteerde interview met de imam van de Grote Moskee in Xian had ik een afspraak met de hoofdmonnik van een bekende boeddhistische tempel, een eind meer naar het westen.

Stel je voor dat de monnik ook ziek zou zijn, had ik nog gegrapt vooraf. Het obligate ontvangstcomité was één en al glimlach. De directeur van de tempel zal ons graag te woord staan. De monnik daarentegen, die is vandaag de stad uit.

Hannes Blommaert