"Al lachend zegt de zot de waarheid”

Gentse Turken keuren terreuraanslagen zoals in Parijs af. Dat blijkt uit gesprekken in de thee- en koffiehuizen in de Sleepstraat, zeg maar de Turkenbuurt van Gent. Maar hoe ervaren gewone moslims deze tijden van terreurdreiging? Voelen zij zich nu meer geviseerd? Wat betekent “je suis Charlie” voor hen? Deredactie.be peilde de stemming op een aantal plaatsen. Dit is een eerste bijdrage.

De Sleepstraat op een doodgewone weekdag: een tram, groenten en fruit uitgestald op het trottoir, rollen kleurige stof die tegen winkelgevels leunen, oudere mannen die de krant lezen en keuvelen over alledaagse dingen in koffie- en theehuizen. “Ik woon hier al tientallen jaren, meneer. Alles is hier rustig”, zegt een flink besnorde man terwijl hij aan zijn thee nipt.

Veel lijkt hier inderdaad niet aan de hand. “De moslims in Gent zijn gematigd”, bevestigt een tafelgenoot. “Ja, er zijn al eens vijandige blikken of racistische opmerkingen op de markt op vrijdag, maar niet veel meer dan dat. In Brussel is het heel wat anders.” De lichaamstaal van de heren aan tafel verraadt dat ze hier liever niet over praten.

“Er is hier de laatste weken weinig of niets veranderd”, beamen ze in een kruidenierszaak vlakbij. Ook de politie gedraagt zich niet anders dan anders. “Daar heb je sowieso 10 procent die racistisch is, maar dat is normaal.”

Teleurgesteld

“Ik ben teleurgesteld dat zo weinig van mijn geloofsgenoten tonen dat ze tegen terreur zijn en aanslagen veroordelen”, zegt Yüksel Kalaz, een geëngageerde moslim van Turkse origine. In januari nam hij deel aan een Stille Mars in de Arteveldestad, maar veel moslims heeft hij daar niet gezien. “Ze zijn niet ingelicht door de verantwoordelijken. Daarmee bedoel ik politici van Turkse origine en de Unie der Gentse Moskeeën. Het was nochtans een goede gelegenheid geweest om de mensen dichter bij elkaar te brengen.”

Nochtans ziet Yüksel wel problemen. “Wat mij stoort, is dat onze jongeren zo moeilijk aan werk raken. Mijn zoon bijvoorbeeld is vorig jaar afgestudeerd, solliciteert ijverig, maar raakt niet aan een job. Zijn Belgische vrienden die hetzelfde diploma hebben, komen wel aan de bak, maar mijn zoon krijgt geregeld te horen dat hij niet genoeg ervaring heeft of niet past in het kader. Van één werkgever heeft hij gewoon te horen gekregen dat de mensen op de werkvloer liever niet werken met iemand zoals hij. Ik zag mijn zoon zó breken.”

Het is geen geheim dat werkloosheid bij allochtone jongeren een probleem is. “Neem nu 100 jongeren die zoiets te horen krijgen, voeg daarbij wat probleempjes met de politie en een of andere radicale imam en je hebt een recept voor radicalisering.” Zélf begrijpt Yüksel niet hoe jongeren ertoe komen in Syrië wreedheden te begaan. “Herinner je die jongeren in Syrië die onlangs open en bloot voor de camera zeiden dat ze mensen hadden onthoofd. Hoe krijg je iemand zo ver? “Een moslim is iemand die een ander mens geen kwaad berokkent, noch met de tong, noch met de hand”, zegt de Koran."

Verontwaardigd

Zelf wordt Yüksel Kalaz ook wel eens geconfronteerd met vijandigheid. “Vooral op het werk. Ik word wel eens gevraagd “waar ik ga vechten” of als ik "ook voor IS ben”. Als ik collega’s aanspreek over de terreuraanslagen van de voorbij weken, krijg ik vaak als antwoord dat ze daar liever niet over praten.” Hij is er zich van bewust dat zulke opmerkingen meestal niet serieus te nemen zijn, maar toch. “Al lachend zegt de zot de waarheid.”

Op straat heeft hij ook een iets agressiever taalgebruik mogen ervaren. “Niet rechtstreeks tegen mij, maar op de Vrijdagmarkt heb ik verkopers wel eens horen zeggen “dat die bruine aap beter naar Syrië zou gaan”. Die marktkramer had het over iemand die iets bij hem kwam kopen. Ik ga daar keihard tegen in. Ik heb hem erover aangesproken, en hij heeft zich verontschuldigd. Maar als ik zulke dingen hoor, ben ik wel teleurgesteld en verontwaardigd.”

In de Sleepstraat mag het op het eerste gezicht dan wel “business as usual” zijn, Yüksel ziet de voorbije weken toch wel een zekere verruwing. “Discriminatie bestond al, maar vandaag houden de mensen zich niet meer in.”

Hij stoort zich ook aan de selectieve verontwaardiging. “Vorige maand zijn drie moslimstudenten vermoord in de Verenigde Staten, maar echt veel commentaar heb ik daarover niet gehoord. Niemand lijkt daarvan op te kijken. Moet daarvoor geen hashtag worden aangemaakt?"