"Coming-out party" van de Vlaamse expressionisten in de VS

Voor het eerst in 30 jaar kunnen Amerikaanse kunstliefhebbers weer kennismaken met de Vlaamse expressionisten in Washington DC. Onze correspondent Tom Van de Weghe nam alvast een kijkje.

In het prestigieuze Kreeger Museum is de tentoonstelling "Flemish expressionism: A modernist vision" geopend. Er worden meer dan 30 werken getoond. Schilderijen van grote namen zoals Frits Van den Berghe, Jean Tytgat, Jean Brusselmans, Gustave De Smet, Albert Saverys en Floris Jespers. Maar ook gravures en beeldjes van Constant Permeke, Jozef Cantré en George Minne.

De werken zijn afkomstig uit een privé-collectie die nooit eerder aan het grote publiek werd getoond. Annette De Ridder en haar echtgenoot Walter Vandaele wonen al bijna 45 jaar in de VS. "Mijn oom André De Ridder speelde als kunstcriticus een cruciale rol bij de ontwikkeling van het Vlaams expressionisme via zijn tijdschrift Sélection. Onze collectie bouwt voort op zijn verzameling, samen met nieuwe aankopen die wij de voorbije decennia gedaan hebben."

Anti-bourgeoiskunst

Het Vlaams expressionisme kreeg vooral vorm tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Vlaamse kunstenaars naar het buitenland vluchtten voor het oorlogsgeweld. Ze werden sterk beïnvloed door het Duitse expressionisme, het Franse kubisme en het Italiaanse futurisme. De belangrijkste vertegenwoordigers woonden in het Oost-Vlaamse kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem. Met hun kunst wilden ze zich afzetten tegen ‘bourgeoiskunst’ en het overgecultiveerde karakter van het late impressionisme en de art nouveau.

In tegenstelling tot hun Duitse collega’s zijn de Vlaamse expressionisten nauwelijks bekend in de VS. De laatste keer dat de Amerikanen hun kunst konden bewonderen was in 1980, met een tentoonstelling in Miami (Florida) ter gelegenheid van het 150-jarige bestaan van België. “Belgen zijn niet goed in het reclame maken voor hun grootste kunstschatten,” denkt Annette De Ridder. “Het heeft er ook mee te maken dat er over de Vlaamse expressionisten nauwelijks iets gepubliceerd is in het Engels.”

Coming-out party

Daar hoopt de Amerikaanse kunsthistoricus David Gariff verandering in te brengen. Hij is verbonden aan de gerenommeerde National Gallery of Art in Washington DC en werd aangesteld als curator van deze eenmalige tentoonstelling. “Dit is een soort ‘coming-out party’ van de Vlaamse expressionisten in Amerika,” aldus Gariff. “Hun typische palet met warme aardkleuren spreekt zeker een Amerikaans publiek aan. Ik hoop dat het ook andere Amerikaanse musea inspireert om meer uitwisselingen te organiseren met Belgische musea, en eventueel werken aan te kopen.”

Ook de eigenaars van de collectie willen vooral de Amerikaanse nieuwsgierigheid voor Vlaamse kunst stimuleren. “Voor ons zijn deze kunstwerken ons venster op Vlaanderen. We droomden er al lang van om hiermee naar buiten te komen. Dit is een gigantisch avontuur geweest, dat alleen maar kon slagen dankzij de financiële steun van de Vlaamse regering,” geeft Anette De Ridder toe. Haar familiebezit hangt nu twee maanden tussen grootheden als Renoir, Picasso, Munch en Kandinsky. “Een geweldige eer uiteraard. Maar ik hoop wel dat de kunstwerken weer snel naar ons huis komen, want het is er een beetje kaal nu.”