Hoe pril is de Congolese lente? - Katrien Vanderschoot

Tijdens het bezoek van de ministers Reynders en De Croo aan Kinshasa, lanceerde ik het woord ‘Afrikaanse lente’ in interviews naar aanleiding van de massabetogingen tegen president Kabila. “Toont dat protest tegen de omstreden kieswet aan dat er een Afrikaanse lente in Congo mogelijk is?” “Die is hier al begonnen”, reageerde Vital Kamerhe van oppositiepartij UNC, “Afrika moet begrijpen dat het nood heeft aan verantwoordelijk leiderschap”. Ook de studenten waren ervan overtuigd dat hun betogingen van eind januari kaderden in een brede beweging die niet te stoppen is: “wij hebben dat onder elkaar bedacht en we staan los van meerderheid én oppositie.”
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Géén politieke beweging dus, onderstreepten ze, maar een oproep van en door jongeren om op een vreedzame manier verandering af te dwingen. Het klonk veel overtuigder en moediger dan het antwoord dat Burundese studenten me gaven net na de Arabische lente in 2011 . Toen was er nog veel minder animo, de oude politieke cultuur had duidelijk nog de touwtjes in handen. Presidenten die decennia op de troon wilden blijven zitten, waren ook niet bang voor opposanten, die zouden ze met de hulp van het leger of van beloftes over politieke postjes wel doen zwijgen.

De bezem erdoor

Maar intussen hebben de burgerbewegingen in Senegal en Burkina Faso aangetoond dat het concept wél werkt. In Senegal heeft de organisatie Y’en a marre de herverkiezing kunnen tegenhouden van president Abdoulaye Wade, in Burkina Faso heeft Balai Citoyen die andere veteraan Blaise Compaoré in oktober vorig jaar na 27 jaar bewind letterlijk en figuurlijk weggeveegd.

Geen wonder dat het Congolese regime de oprichting van gelijkaardige jonge burgerbewegingen nauwlettend in de gaten hield, want ook president Kabila speculeert nog altijd op een derde ambtstermijn. Eerst kwamen de studenten nog wat schoorvoetend voor hun mening uit, met schuilnamen of in de marge van de grote burgerplatformen van wie velen de stap naar verjonging hebben gemist. Maar zeker tijdens de betogingen en rellen van januari begonnen nieuwe, frisse bewegingen op de sociale media te verschijnen, met namen die zonder twijfel waren geïnspireerd door de bewegingen elders. Telema, bijvoorbeeld, La lucha, of Filimbi, ‘fluitje’ in het Swahili. De “whistle blower” of “klokkenluider” was geboren...

Het regime slaat terug

De bijeenkomst gisteren in Kinshasa was volgens de regels georganiseerd. Filimbi wilde zijn ideeën uiteenzetten en had ook een aantal leiders van Y’en a marre en van Balai Citoyen uitgenodigd voor een “burgeratelier” van twee dagen. De visa waren in orde, de organisatie-aanvraag volgens hen ook. Er was een persconferentie voorzien en een optreden van verschillende bandjes. “33 procent van de Congolezen is tussen 10 en 24 jaar oud”, stond onlangs in een persbericht. “Zij hebben recht op goed bestuur, op degelijk onderwijs, op werk en een goede seksuele voorlichting, maar dat ontbreekt nu.

Veel jongeren zijn tijdens het conflict in het oosten gedood of door rebellen ingelijfd. Maar door de frustratie zijn ze onverschillig geworden”. Filimbi wilde hen tot burgerzin aansporen: “je kan pas voor verandering zorgen als je zelf als burger je verantwoordelijkheid neemt”.

Maar zover liet de regering het niet komen. De politie en de inlichtingendiensten drongen in de loop van de avond binnen en pakten een 40-tal mensen op. Ook drie Franse journalisten onder wie een RTBf-correspondente en een Amerikaanse diplomaat werden enkele uren opgesloten in het gebouw van de Congolese inlichtingendienst. De Congolese en andere Afrikaanse arrestanten werden meteen afgeschilderd als ‘terroristen’ en ‘commando’s’ in de regeringskrant l’Avenir en minister van informatie Mende zei aan Fox News dat ze “de staat ondermijnden”. Nog altijd worden ze ondervraagd over hun motieven.

Koorts en hoe ze te bestrijden

Het politie-optreden werd in de sociale media meteen gekelderd. ‘Kabila schiet zich een kogel door de voet’. Of ‘je kan de koorts niet doen dalen door de thermometer kapot te slaan’. De sociale media zijn hét communicatiemiddel van jongeren om hun verontwaardiging te uiten. Daar wordt nu aan politiek gedaan. Waarom anders werd tijdens de betogingen en het oproer van eind januari het mobiele internet twee weken lang platgelegd?

Dit voorval en vooral de krampachtige reacties van het regime tonen aan hoe bang de regering Kabila is van dit soort burgerbewegingen: jonge, opgeleide mensen, met een groot netwerk en overtuigingskracht, vinnig op het internet, goed geïnformeerd en met vrienden in de rest van Afrika én de wereld. Als deze nieuwe generatie uit de tentakels van de oude politieke cultuur kan blijven, is er misschien toch een ‘Afrikaanse lente’ mogelijk. Geen revolutie natuurlijk - die lopen meestal uit op geweld - maar een bewustmakingsgolf die jonge mensen doet geloven in hun eigen kracht, én in hun rechten en plichten. Als ze er komt, is het belangrijk dat de internationale gemeenschap lessen heeft getrokken uit de Arabische lente en een tweede chaos vermijdt.
 

(Katrien Vanderschoot is buitenlandverslaggever bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in Afrika.)