Quo vadis, links? - Carl Devos

Terwijl centrumrechts vanuit meerderheden heel wat maatschappelijke keuzes moet maken, staat ook de linkse oppositie voor strategische kwesties. Die zijn momenteel minder bepalend voor het dagelijks lot van modale Vlamingen, maar wel belangrijk voor de toekomst van het politieke landschap ter linkerzijde. En dat is op termijn dan weer van belang voor de oppositiestrijd tegen de Vlaamse en federale regering en vooral voor de vraag of in 2019 links in Vlaanderen nog eens een beslissende stem kan hebben over de coalitievorming.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Centrumrechts staat stevig in de schoenen

Officieel gaat het niet dramatisch slecht met links. Nutteloze, irrelevante peilingen tonen binnen de foutenmarge lichte verbetering. Deze statistische fictie heeft minder te maken met sterk oppositiewerk of frisse ideeën aldaar dan met gekibbel in de meerderheid. Bovendien mocht, als links écht zou aanslaan, na zes maanden meer winst verwacht worden.

Vervelend voor links is dat hoeveel kritiek de regeringen ook oogsten, in de dorpsstraat centrumrechts nog altijd een stevig verhaal heeft. Zelfs een offensief verhaal, over (vaak pijnlijke) hervormingen die verderop ons sociaal model moeten redden. Hoezeer de oppositie ook het omgekeerde denkt en hoeveel kritiek zij ook geeft, een indrukwekkende alternatieve boodschap produceert ze niet. Dat de oppositie minder in beeld komt met zo’n meerderheid is maar een deel van de verklaring.

Groen, de begeerde bruid

Het is dan ook geen blijk van grote sterkte en politieke luxe dat links voor een aantal strategische kwesties staat. Begeerde bruid Groen kreeg de vraag hoeveel verder de samenwerking met Ecolo kan gaan. Voor het uittredend voorzittersduo van Ecolo alvast veel verder, bij Groen houden ze de rem ingedrukt. Terecht. De stelling dat er oplossingen voor alle Belgen zijn, is niet de meest dringende in communautairloze tijden. Een Belgische unitaire partij is door onmiskenbare onderlinge verschillen snel een bijkomende hindernis op momenten die er toe doen. Een gezamenlijk communautair programma vraagt niet om een gezamenlijke partij. Het is vooral onduidelijk hoe zo’n eengemaakte partij het ecologisme te Noorden en Zuiden ineens veel sterker maakt.

Bij Groen denken ze snel dat ze best af zijn als ze met zo weinig mogelijk anderen ideeën en macht moeten delen. Zelfs in de oppositie. Daar raken ze desondanks niet weg. Hoezeer enkele Groenen ook gewaardeerd in de kijker lopen, mei 2014 toonde alweer aan dat de uitzonderlijke dubbele cijfers van 1999 wellicht te wijten waren aan de zeer uitzonderlijke dioxineomstandigheden. Groen was vorig jaar al behoorlijk verrood zonder socialistisch te worden, zoals de SP.A vanaf Stevaert ook vergroende zonder ecologisch te worden. Maar de Groene sprong voorwaarts, in sociaaleconomisch gepolariseerde tijden, bleef uit. Het moet zijn dat ze daar toch ook op zichzelf geen verbluffend verhaal hadden.

Een alliantie met de SP.A?

De ideologische, organisatorische en vele andere verschillen met SP.A zijn onmiskenbaar, maar bij Groen is er geen wil om die te overbruggen in een groter groen-rood of rood-groen geheel dat de verdamping van de linkse vijver kan opvangen. Dat debat moet dus niet gevoerd worden. Maar er kan met SP.A meer samen gebeuren zonder het vreselijke K-woord* te gebruiken. Zodra de socialisten eindelijk van die voorzittersverkiezingen verlost zijn, komt de vraag naar meer structurele samenwerking met SP.A in een groeipad naar 2018 en 2019 prominent op tafel. Wie daar ook voorzitter wordt. Een herhaling van de nijdige strijd ter linkerzijde zoals in 2014 wil niemand.

De zorgen van de SP.A

Al deze problemen zijn klein bier vergeleken met de uitdaging van de SP.A. Deze partij – die in de gepeilde realiteit in de buurt hangt van de andere twee klassieke partijen, in het peloton dat op forse afstand achter N-VA blijft hangen – is voorlopig nog altijd de cruciale factor in de vraag of links in Vlaanderen ooit nog zelf de controle over de regeringsvorming kan innemen. Al is er niets dat doet vermoeden dat de kameraden nu op de bodemkoers zitten.

Momenteel is het bon ton om ronduit dramatisch te zijn over het lot van de SP.A. Critici die het nooit eerder waren, zelfs al zijn de problemen van de SP.A minstens 10 jaar oud, vinden nu de moed om mee met anderen uit te halen. De partij is er blijkbaar zwak genoeg voor. Hun analyses zitten er wel op: ze herhalen wat al jaren klinkt, nu ook openlijk aan de top van de partij. Al heeft niemand een pasklaar antwoord, ook niet aan die top. In die zin dreigt het belang van de voorzittersverkiezingen overschat te worden. Daarna begint het pas, en misschien is de volgende voorzitter een overgangspaus.

Het gaat niet enkel om de voorzitter

Veel kritiek is ook te gemakkelijk. Stel dat er bij SP.A maar één kandidaat-voorzitter zou zijn, of een die het moest opnemen tegen een kleine zonder schijn van kans? Stel dat beide kandidaten een fundamenteel verschillende visie hadden op de socialistische toekomst? Iedereen kan voorspellen hoe snedig de analyses dan zouden zijn. SP.A zat tien jaar geleden in een roes, vandaag in een negatieve flow. Die sleurt veel mee.

De intentieverklaringen van Crombez en Tobback laten inderdaad geen grote inhoudelijke, strategische, ideologische of soortgelijke verschillen zien. Dat was onwaarschijnlijk, maar had gekund. In vele debatten moet dat meer open gebroken worden. Maar we zullen het wellicht met relatieve omschrijvingen moeten doen: meer of minder voor samenwerking met groen of vakbonden, meer of minder modern links, meer of minder stedelijk of landelijk, enz. Dat is niet eens onbelangrijk. Zoals gezegd: pas na de verkiezing begint de gebeurlijke heropstanding.

Die kenmerken zijn geen detail. Kijk naar Antwerpen, waar de lokale afdeling over het fractieleiderschap beslist. De keuze tussen De Coninck en vermoedelijke winnaar Kherbache is er niet enkel een tussen personen, maar zoals bij de voorzittersstrijd deels inhoudelijk: beiden denken anders over integratie en hoofddoeken en hanteren een andere bestuursstijl. Het is geen capitulatie daar de relevantie van te zien.
De keuzes ter linkerzijde zijn dus niet triviaal. Maar ze raken de kern niet.

(Carl Devos is politoloog aan de Universiteit Gent.)
 

 

*: Kartel

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.