EU wil lidstaten elk kwartaal informatie over rulings laten uitwisselen

De landen van de Europese Unie moeten elkaar om de drie maanden op de hoogte brengen van de belastingakkoorden -zogenoemde rulings- die ze met internationaal actieve bedrijven hebben afgesloten. Dat stelt de Europese Commissie voor. Landen die vermoeden dat een buitenlandse ruling impact heeft op hun belastinginkomsten, zullen om bijkomende informatie kunnen vragen.

Het voorstel van Europees commissaris Pierre Moscovici (foto) past in de strijd tegen belastingontwijking. "De grote verbetering die deze automatische uitwisseling van informatie over fiscale rulings met zich meebrengt, is dat er duidelijke en ondubbelzinnige regels komen over welke informatie de lidstaten met elkaar moeten uitwisselen en wanneer", luidt het bij de Commissie. De EU-landen kunnen elkaar nu al op de hoogte brengen van hun rulings, maar doen dat slechts op zeer kleine schaal. Bovendien is er geen Europees toezicht.

De Commissie benadrukt dat haar wetsvoorstel geen ruimte voor interpretatie laat. "Alle rulings die de voorbije tien jaar toegekend werden, moeten kenbaar worden gemaakt. Er is geen ontsnappingsclausule. Als een land in een kwartaal geen rulings afsloot, moet het ook dat meedelen." Rulings die op bedrijven slaan die enkel binnen de landsgrenzen actief zijn, vallen evenwel buiten het toepassingsgebied van het voorstel.

Het voorstel moet nu nog wel worden goedgekeurd door de lidstaten en door het Europees Parlement. Daar kunnen dan nog wel aanpassingen gebeuren. Vooral alle duidelijkheid: die tax rulings zijn niet onwettelijk, maar worden door de meeste lidstaten wel als onrechtvaardig beschouwd.

Beperkt aantal aspecten

De lidstaten zouden niet de volledige rulings moeten kenbaar maken, maar slechts een beperkt aantal aspecten ervan. Het is pas wanneer een land vermoedt dat zijn belastinginkomsten aangetast worden door een ruling in een andere lidstaat, dat het bijkomende informatie zal kunnen opvragen. Het opzet van deze aanpak is om in de eerste fase de administratieve last voor de lidstaten tot een minimum te beperken, zonder het risico te creëren dat er belangrijke informatie wordt achtergehouden.

Volgens de Commissie moet het haalbaar zijn om de automatische uitwisseling op 1 januari 2016 van start te laten gaan. Het is nu aan de lidstaten om onderhandelingen over het voorstel aan te knopen, het eventueel aan te passen en voor het einde van het jaar goed te keuren.