IJsland bewijst het: er is leven buiten de EU - Dirk Van Zundert

“Wat we zelf doen, doen we beter.” In Vlaanderen klinkt die slogan intussen erg belegen, maar in IJsland is hij brandend actueel. Want de dunbevolkte eilandstaat heeft een paar dagen geleden definitief beslist om dan toch geen lid te worden van de Europese Unie. Dat is voor IJsland misschien wel een begrijpelijke keuze. Maar de Europese Unie lijdt er wel imagoschade door.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Achterom kijken

In 2008 werd IJsland plots wereldnieuws. De drie grote banken in het land – die door de conservatieve regering geprivatiseerd waren – gingen over kop in de slipstream van de grote financiële crash in de Verenigde Staten. De IJslandse banken hadden een tomeloos expansiebeleid gevoerd met goedkope leningen en hoge spaarrentes, niet alleen in eigen land, maar ook in Amerika en een aantal Europese landen. Tot dus in het najaar van 2008 de bubble barstte. De financiële put bedroeg ongeveer 11 keer het Bruto Binnenlands Product (BBP) van IJsland.

Het openbare leven op het eiland kwam tot stilstand. De meeste IJslandse gezinnen zaten plots met schulden die ze niet of nauwelijks konden terugbetalen. De consumptie zakte tot een absoluut dieptepunt. De economie viel volledig stil. De inflatie steeg tot 18 procent. De munt devalueerde.

Na te zijn bekomen van de eerste schok, werden de banken ge-her-nationaliseerd (tenminste voor hun binnenlandse activiteiten). Daardoor kreeg de overheid weer greep op de losgeslagen financiële wereld. Maar het zadelde het land ook op met een staatsschuld van meer dan 150 procent van het BBP.
 

Vooruit kijken

De conservatieve regering werd verantwoordelijk geacht voor het uit de hand lopen van de situatie. Bij verkiezingen een half jaar na de crash werd ze afgestraft en opgevolgd door een coalitie van socialisten en groenen. Die zagen voor welke immense opdracht ze stonden om het land weer financieel en economisch op de rails te krijgen. Ze gingen ervan uit dat dat op eigen kracht niet zou lukken. Als IJsland lid zou kunnen worden van de grote Europese club én van de eurozone, dan zouden de problemen kunnen oplossen in een groter geheel, zo leek de redenering. Vooral de socialisten hadden het lidmaatschap van de Europese Unie uitgespeeld in de verkiezingscampagne. Kort na het aantreden van de nieuwe, progressieve regering in 2009 werden de onderhandelingen met de Europese Unie opgestart.

Iedereen ging ervan uit dat dat een vrij vlotte kwestie zou zijn. IJsland was al lid van de Europese Economische Ruimte, de Europese Vrijhandelsassociatie en de Schengen-zone. Het grootste deel van de IJslandse wetgeving was dus al afgestemd op het recht van de Europese Unie. Het zag er dus naar uit dat de toekomst van IJsland in de Europese Unie lag.

Hewel nee zie!

Maar terwijl vanaf 2010 de toetredingsonderhandelingen hoofdstuk na hoofdstuk afgehandeld werden, kroop IJsland meter na meter uit het dal.
Dat kon met steun van het Internationaal Monetair Fonds, bijna 2,1 miljard dollar. Maar ook de eigen export droeg daartoe een hele steen bij. IJsland heeft namelijk twee heel belangrijke exportproducten – vis en aluminium – en door de goedkope IJslandse kroon kreeg die export nog een boost. Ook toerisme – nog zo’n belangrijke inkomstenbron voor het land – kreeg een flinke duw in de rug door de gunstige wisselkoers, want reizen naar IJsland werd plots een pak goedkoper. Dat de regering geen sociaal bloedbad aanrichtte door bijvoorbeeld ambtenaren te ontslaan, hielp om de binnenlandse consumptie tot een aanvaardbaar peil terug te brengen. Zelfs het krediet van het IMF is intussen bijna volledig terugbetaald. En kijk: na enkele moeilijke jaren is het ergste leed geleden. Zonder lidmaatschap van de EU.

Wat we zelf doen...

Toen duidelijk werd dat IJsland op eigen kracht kon herstellen van de klap, groeide bij de politici aan de rechterzijde meer en meer de wil om niet langer op EU-lidmaatschap aan te dringen. De rechterzijde won de laatste verkiezingen, grotendeels op dit thema, trouwens. De nieuwe, conservatieve, regering zette dan ook meteen na haar aantreden de onderhandelingen met Europa “on hold”.

Ook de bevolking raakte met de tijd sterker verdeeld over de kwestie. Eind vorige maand betoogden nog meer dan 3.000 IJslanders op het plein voor het parlement om te eisen dat er een referendum zou komen over de vraag of het verzoek tot EU-lidmaatschap al dan niet ingetrokken moest worden. Meer dan 3.000 betogers, dat is veel in IJsland. Betogen kent daar geen traditie.

Maar de peilingen over de kwestie gaan een beetje alle kanten uit: volgens sommige bevragingen zouden twee IJslanders op drie een referendum willen, maar volgens andere enquêtes zou een meerderheid bij zo’n referendum tegen het lidmaatschap van de Europese Unie stemmen. Een verdeeld land…

Maar vorige week donderdag hakte de conservatieve regering de knoop door, zonder referendum. “Mijn regering is niet van plan om de voorbereidingen voor het lidmaatschap van de Europese Unie weer op te starten”, liet de IJslandse minister van Buitenlandse Zaken, Gunnar Bragi Sveinsson, weten. “Exit”, nog voor er sprake was van een “entry”.
Zondag protesteerden wel nog zo’n 8.000 mensen tegen deze beslissing. Dat is de grootste betoging sinds de bankencrisis van 2008. Maar de beslissing is een feit.

En Europa?

Voor de Europese Unie is dit een afgang. Een land dat zich sterk genoeg weet of voelt, moet van de Europese constructie niet (meer) weten. Groot-Brittannië overweegt een uitstap, een “Brexit”, en IJsland wuift al op voorhand “dag met het handje”. De EU heeft op een of andere manier haar aantrekkingskracht verloren. De tijd dat landen in groepjes stonden te springen om bij de Unie te mogen komen, is al lang voorbij. Als zelfs een klein land als IJsland het continent de rug toekeert, dan “steekt” dat. Ongetwijfeld.

Maar heeft Europa het in het geval van IJsland dan verkeerd aangepakt? Ik denk van niet. Het is gewoon IJsland – ’t is te zeggen: een groot deel van de politieke elite én een groot deel van de bevolking – dat de beslissing genomen heeft op basis van binnenlandse overwegingen. Trots speelt ook mee, omdat ze de problemen grotendeels op eigen kracht hebben kunnen oplossen en daarvoor dus niet de hulp van anderen nodig hadden/hebben.
En wat we zeker niet mogen onderschatten: IJslanders zijn “eilanders”. Die kijken op een andere manier naar de wereld rondom hen dan wij, bewoners van het continent.

(Dirk Van Zundert is journalist bij VRT Nieuws, met een bijzondere belangstelling voor IJsland.)