Mijn Tunesië - Riadh Bahri

Het zal u misschien verbazen, of ook niet. Mijn Tunesië is niet dat van het all-in-hotel, de verplichte kamelentocht, of de strandparasol.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Mijn Tunesië is er één van de geur van jasmijn, de smaak van komijn, de bruisende trouwfeesten waar geen einde aan komt. Tunesië in al z'n eenvoud. Met het hele gezin & de vrienden, samen uit één pot couscous eten. Nachtelijke zwempartijen in de Middellandse Zee. Gaan vissen. Verstoppertje spelen op de vuilnisbelt achter de hoek, écht wel. Urenlang dansen op oriëntaalse beats en thee drinken tijdens de zwoele zomernachten.

Geen werk, geen kansen

Mijn roots liggen in het diepe binnenland. Datzelfde binnenland waar iets meer dan vier jaar geleden de Arabische Lente geboren werd. In een land dat getroffen werd door economische stilstand en achteruitgang, zag een hele generatie z'n toekomst verdwijnen als sneeuw voor de zon. Geen werk. Geen kansen. Geen hoop. Niet voor de boer, de arbeider en de universitair. Wie kon die trok naar Europa. Heel vaak met veel tegenzin. Tounes (zoals wij Tunesië in het Arabisch noemen) dat was thuis. Daar ging je niet zomaar weg. Dat liet je niet zomaar achter.

De clan van de president

Aan het hoofd van dat land stond een dynastie. De clan Ben Ali – Trabelsi. De volledige economie werd gedomineerd door de familie van de president en z'n vrouw. Winkelketens, vliegtuigmaatschappijen, de automobielindustrie, de havens. Alles wat Tunesië binnen of buiten ging, passeerde eerst langs de ogen van het regime.

Een regime dat meedogenloos was voor z'n tegenstanders. Vrijheid van meningsuiting bestond niet, persvrijheid evenmin. En toch was het voor de meeste Tunesiërs, de meerderheid, wel oké zo. Meer dan oké zelfs. De vrouw werd gerespecteerd, wie geen hoofddoek wou droeg die niet, het onderwijs was er modern, en het toerisme hielp veel mensen uiteindelijk aan werk.

Maar de tegenvallende economie, een stijgende jeugdwerkloosheid, en een regime dat steevast meer en meer voor zichzelf wou, was voldoende om de geboorte van de Arabische Lente aan te kondigen. Een revolutie tegen het regime, als symbool, maar ook een roep om vrijheid en vooral werk. Wat volgde was protest. Neven en nichten, vrienden en vriendinnen van me, allemaal marcheerden ze trots door de straten van Tunis, langs de Avenue Habib Bourguiba, op de restanten van het oude Carthago, in hun roep om gehoord te worden. Door de wereld. 

En zo geschiedde.

De lente begon in Tunesië

Tunesië werd alom geprezen. De klus leek geklaard. Vrije verkiezingen, een nieuwe grondwet, een stabiel klimaat. Althans, dat is het beeld dat wij, hier, hebben. Het zal u wie weet verbazen, maar er is weinig veranderd. De jongeren, die het lont van de revolutie hebben aangestoken, roepen nog steeds om werk, zijn nog steeds gefrustreerd en vluchten het land nog steeds uit. Naar Europa als het kan, naar IS als het moet.

Meer dan 2.000 Tunesiërs trokken al naar Islamitische Staat. Niet omdat Tunesië een radicaal land is. Maar omdat ze alle hoop op een toekomst in eigen land verloren zijn. Ze hebben geen dromen meer, geen perspectief. Radicalisering begint wanneer je het geloof in jezelf en de wereld rondom jou verliest. Die Tunesische jongen of meisje, verschilt niet veel van die Franse knul of Belgische kerel. Onze dromen zijn universeel, onze frustraties vaak ook.

In mijn Tunesië werd de Arabische Lente geboren. Tunesïe werd nu, meer dan ooit, in haar hart geraakt, in het prachtige Bardo-museum. Een museum dat herinnert aan de tijd dat Carthago een wereldstad was. De tijd dat de Tunesische samenleving er een was van vooruitgang, expansie en hoop.

Blijf niet weg

Libië, Egypte, Syrië … Na Tunesië probeerden ze het allemaal. Het resultaat, stromend bloed door de Arabische straten, menselijke puinhopen en doffe ellende. "Vroeger was het eigenlijk beter" hoor ik vaak via Facebook of e-mail. Terreur nestelt zich intussen tussen het theehuis en de bazaar. De Arabische Lente is dood. En is dat eigenlijk al heel lang. Nu weet de hele wereld het.

Bezoek vooral mijn Tunesië. Blijf niet weg.

(Riadh Bahri is journalist bij VRT Nieuws.)