"Je begint met het simpele systeem, maar gaat er dingen bijnemen"

Dennis Abdelkarim Honig bekeert zich als jonge Nederlander tot de islam, radicaliseert na een verblijf in de jeugdgevangenis en komt uiteindelijk bij de radicale groep Straat Dawah terecht. Maar de twijfel begint te knagen en dat leidt tot een deradicaliseringsproces. Hij schreef er een boek over en praat met deredactie.be over zijn wedervaren en zijn inzichten.

Dennis Abdelkarim Honing uit Haarlem had een moeilijke jeugd en kwam uiteindelijk in de jeugdgevangenis terecht. Daar kwam hij in contact met de islam, en in een later stadium werd hij alsmaar radicaler. "De islam is natuurlijk een religie met een politieke kant, en dat vond ik net interessant." Dat de islam het ook heeft over drankgebruik, drugsgebruik, alleenstaande moeders of tienermoeders, vond hij boeiend. "Wat ik het mooie aan de islam vond, is dat die islam durfde ingaan op problemen thuis."

Bekeren, dus. Maar van het een komt het ander. "Als je je dan bekeert, komen er langzaam ook dingen bij, en dat is een beetje het gevaar." Dennis Honing verwijst onder meer naar de sharia. "Daar zitten heel moeilijke dingen tussen, richting homoseksualiteit, richting joden en christenen, richting afvalligen, filosofen of minderheidsstromingen. Dat ga je erbij nemen, want je wil God dienen."

En nét in dat "erbij nemen" schuilt een gevaar. "Wanneer daar teksten bij komen kijken - Bijbel of Koran, wetten of exegese - zitten daar dingen bij die ingaan tegen de mensenrechten of tegen keuzevrijheid."

Kwetsbare jongeren die hun toevlucht zoeken tot godsdienst om hun leven zin te geven: zo uitzonderlijk is het niet. Voor wat Dennis Abdelkarim Honing betreft, ging dat nogal ver. Zijn vader had niets in de gaten."Misschien zag hij daar wel een adolescententhema of een subcultuur in."

"Ik denk dat dit voor veel ouders geldt", waarschuwt hij. "Bij Marokkaanse en Turkse ouders is er een kloof tussen jongeren en ouders. Daar wordt thuis niet gepraat over seksualiteit of andere zaken. Dan hoef je ook niet verwonderd te zijn als er op de laptop naast porno ook met Sharia4Belgium wordt gepraat."

Hoe leed tot denken aanzet

Dennis Abdelkarim Honing kwam terecht bij Straat Dawah, een groep moslimjongeren met een sterke bekeringsdrang, of zeg maar een soort Sharia4Belgium op zijn Nederlands. Hij kleedde zich islamitisch en liet een baard groeien. Zijn islam werd als het ware veruiterlijkt.

Innerlijk was alles na een tijdje niet meer zo duidelijk. "Ik begon over God na te denken. Als hij nu almachtig en goed is, waarom is er dan leed?" Honing heeft het niet alleen over liegen en bedriegen, maar ook over pedofilie, kanker en dodelijk geweld dat mensen elkaar aandoen. "Dat zal u misschien overkomen als een simpele gedachte, maar voor mij was het iets wat ik heel lang had weggeduwd."

Vandaag noemt Honing zich gederadicaliseerd. "Aan de ene kant zie ik me als liberaal - homoseksualiteit, dat moet je zelf weten -, dus je kan me ook seculier noemen. Ik moet niet denken aan een islamitische wetgeving. Anderzijds zie ik mezelf wel als grote voorstander van de hoofddoek voor vrouwen. Niet als verplichting, want het kan ook een overtuiging zijn." Honing vindt dat seksuele ethiek te veel wordt gebagatelliseerd. "Voor wat dat betreft, kun je me gerust radicaal noemen."

Eenduidig is het niet, geeft hij zelf toe. "De moslims weten ook niet wat ze met mij aan moeten."

"Eigenlijk gewoon fascisme"

Vandaag is Honing nog altijd moslim. Op het boek "Ongeloofwaardig", dat hij samen met journalist Nikki Sterkenburg schreef, prijkt de auteursnaam Dennis Abdelkarim Honing.

"Ik heb alles verworpen. Heel veel dingen in mijn leven waren verboden. U was ongelovig, ik was meer waard. Eigenlijk is het gewoon fascisme. Op een dag heb ik "nee" gedacht." Honing verwijst naar de Britse filosoof John Stuart Mill en de Turkse leider Kemal Atatürk. "Meer rechten voor de vrouwen, geen kindhuwelijken, mensen die zelf voor een geloof of voor atheïsme kunnen kiezen: dat is voor mij heel waardevol."

Hij beseft dat hij vandaag een geloofwaardigheidsprobleem heeft. "Ik vraag niets. Ik vraag geen gratie van justitie. Als men mij wil arresteren, doet men dat maar. (...) Arresteer me maar als het moet, of wantrouw me maar. Geef het vijf of tien jaar de tijd. Ik heb een boek geschreven: u kunt het lezen of het verplicht u tot niets."