Bommenleggers ontmaskeren of vervelende bemoeials weren?

Stefan Blommaert beëindigt zijn correspondentschap in Peking in stijl: hij keert met een terreinwagen terug via de oude Zijderoute, van China tot in Europa, en brengt verslag uit vanuit de landen die hij doorkruist.
This material is licensed to the public under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 4.0 International License http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/

Het is bijna middernacht, telefoon op de kamer in het hotel. We zitten met de crew nog wat stukjes voor de radio aan elkaar te rijgen, na het afmonteren en doorsturen van onze televisiereportage.

De oproep is voor onze Chinese medewerkster, Xiaoshi. Na afloop van het gesprek legt ze de telefoon geëxciteerd neer. Het was de politie, en die wil met haar praten. Ik leg haar uit dat ze dat best niet doet, want ervaring leert me dat agenten hier in de westelijke provincie Xinjiang niet van buitenlandse journalisten houden, en dat ze vooral proberen om lokale medewerkers van perslui onder druk te zetten.

Vermits we hier volstrekt legaal aankwamen, over de nodige toestemmingen beschikken en eigenlijk ook puur op doorreis zijn zonder enige reportageplannen in dit godvergeten oord, heb ik weinig geduld met de al dan niet geüniformeerde medemens aan de andere kant van de lijn. Ga gewoon naar je kamer, doe de deur op slot en reageer niet op telefoontjes, raad ik Xiaoshi aan.

Slapen met de kamerdeur open

Zelf ga ik nog wat teksten schrijven, maar ik laat mijn kamerdeur open. Ik heb het hier in China al meer meegemaakt dat politiemannen in burger midden in de nacht nog door de gangen sluipen om weet-ik-veel te controleren. Zo hadden we ooit een hele horde stillen die – ook met de deuren wagenwijd – een hele nacht de wacht optrok in aanpalende kamers om er zeker van te zijn dat we niet profiterend van het duister op reportage zouden vertrekken naar een bestemming die hen niet zinde.

Dit keer is het al een uur of één als ik stemmen en gestommel hoor. Xiaoshi verschijnt met een magere, kleine man voor mijn open deur. Hij was bij haar komen aankloppen. Politie. Ze had de telefoon niet opgenomen en hij was uiteindelijk naar boven gekomen. Hij wil met haar praten, luidt de boodschap opnieuw.

Ik maak de man duidelijk dat hij van mij alle informatie kan krijgen. Hij blijft aandringen op een onderhoud met mijn medewerkster. Ik raak lichtjes geïrriteerd. Hij vraagt mijn paspoort. Dat ligt nog bij de hotelbalie, dat had hij zelf ook kunnen uitzoeken. Ik geef hem mijn Chinese persaccreditatie. En wat we hier komen doen, en wie we willen interviewen?

Ik had kunnen antwoorden dat we hier niks komen doen behalve overnachten en dat we op deze plek helemaal niemand gaan interviewen, maar ik ben de aanwezigheid van de politieman intussen zo beu dat ik hem antwoord dat het een schandaal is om ons na middernacht lastig te vallen, en dat hij alle informatie kan krijgen bij de plaatselijke waiban, de overheidsdienst die zich ‘ontfermt’ over buitenlanders.

Van hen hebben we immers toestemming om hier te werken, ten bewijze een print vol Chinese karakters. Tot mijn grote verbazing geeft hij het op. Ik verwacht me nog de hele nacht aan een nieuwe klop op de deur, maar neen, mijn wekker is de enige die uiteindelijk kabaal maakt.

De Oejgoeren

Goedgemutst beginnen we aan een lange tocht doorheen Xinjiang. Dat is de provincie van de Oejgoeren, een Turkssprekende moslimminderheid. Het is er vaak "onrustig", om het in saai journalistiek jargon uit te drukken.

Jarenlang al kent Xinjiang geregeld aanslagen, incidenten en de zware rellen van 2009 in de hoofdplaats Urumqi waarbij honderden doden vielen zijn hier nog lang niet vergeten. Een blog als deze is te lapidair om het complexe probleem van Xinjiang te ontrafelen, maar het komt erop neer dat een flink deel van de Oejgoerse bevolking in de westelijke provincie zich gediscrimineerd en betutteld voelt door de Chinezen die hier – alvast op politiek vlak – de plak zwaaien. Er zijn ook radicale bewegingen actief die de afscheiding van Xinjiang willen, en dat is voor Peking uiteraard onbespreekbaar.

Helaas gedragen de Chinese autoriteiten zich nogal arrogant inzake Xinjiang – als probleemgebied vergelijkbaar met Tibet –, wat de relaties met de Oejgoerse bevolking er niet op vergemakkelijkt. Elke vorm van kritiek op de behandeling van de Oejgoeren (onder meer inzake werkgelegenheid of culturele faciliteiten) wordt al snel afgedaan als extremistisch. Aan de scholen in Xinjiang hangen spandoeken met opschriften als “geef niet toe aan het separatisme”, terwijl de meeste Oejgoeren gewoon gelijke kansen willen.

This material is licensed to the public under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 4.0 International License http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/

Vrees voor aanslagen

Enfin, zonder nog dieper in te gaan op de Oejgoerse kwestie, de sfeer in de provincie is allerminst fijn te noemen. In Urumqi staan op elke straathoek zwaarbewapende troepen van de speciale politie. Op de autowegen in de richting van het westen moeten we om de paar tientallen kilometers stoppen voor een checkpoint.

De ene keer worden we door de ordediensten gesommeerd om onze jerrycan met reservebenzine leeg te gieten in de brandstoftank (de vrees voor aanslagen is reëel maar ook lichtelijk hysterisch), de andere keer worden onze documenten uitgebreid gecontroleerd, met ergerlijk tijdverlies als gevolg. Dezelfde stupide vragen als tijdens het nachtelijk bezoek van de magere agent. Hoogtepunt: “Waarom wilt u door Kashgar rijden”. Omdat die stad op de weg ligt naar Europa, deuh.

Ongetwijfeld zijn de Chinese autoriteiten bevreesd voor aanslagen en andere calamiteiten in deze verre uithoek van hun land. Dat kan ik begrijpen. Maar mag ik hen dan vragen om intelligente agenten in te schakelen, die het onderscheid kunnen maken tussen een terrorist en een journalist.

Of zie ik het verkeerd, en zijn de vragen die de dienders stellen helemaal niet bedoeld om potentiële bommenleggers te ontmaskeren? Maar veeleer om vervelende bemoeials te weren. In dat geval: even geduld nog, vrienden in Peking: binnen een paar dagen bent u van ons af, dan steken we de landsgrens over. De volgende keer kom ik braaf per vliegtuig, meteen naar de hoofdstad, en zal ik u aan uw gevoelige westelijke flank niet meer lastigvallen.

This material is licensed to the public under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 4.0 International License http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/