De Zwarte Piet voor Didier Reynders - Peter Verlinden

‘Les noirauds de Bruxelles’ (‘de zwartgeverfden van Brussel’) trekken al sinds 1876 elk jaar in de carnavalsperiode door de straten van Brussel om geld op de halen voor weeshuizen en armen. De traditie ontstond volgens de Stad Brussel 139 jaar geleden om een weeshuis te redden dat op de rand van het failliet stond. In die tijd legde Europa en dus ook België de eerste contacten met Afrika. Amper tien jaar later werd Leopold II trouwens koning van ‘zijn’ Congo-Vrijstaat.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

De rijken van Brussel wilden, zo leert de overlevering, niet herkend worden op straat tijdens hun bedeltochten. Vandaar het idee om zich zwart te schminken. En vermits een rijke zich tooit met hoge hoed en pitteleer werden ‘les noirauds’ dus ‘rijke zwarten’, met diezelfde hoge hoed en pitteleer en alle andere ornamenten om te bewijzen hoe rijk ze wel waren. Een ‘zwarte notabele’ als het ware, zwarte koningen, zoals die in de fantasie van de negentiende eeuw bestonden, getooid naar het model van een Europese of Amerikaanse rijke van toen.

Onder hoge bescherming

In 1959 wordt de kersverse Belgische prinses Paola erevoorzitter van de ‘Conservatoire Africain’, de folkloristische organisatie achter ‘les noirauds de Bruxelles’. De traditie groeit en bloeit en in 1976 worden de jonge prinsen Filip en Laurent trots lid van de organisatie ‘van’ hun moeder.

De afgelopen jaren blijft «Koninklijk Werk Wiegjes Prinses Paola – Conservatoire Africain » verder groeien met nu al een jaarbudget van meer dan 100.000,- euro per jaar dat telkens trots overgemaakt wordt aan allerlei liefdadig werk voor (wees)kinderen.

Een nietsvermoedende minister

Nietsvermoedend, zo lijkt het toch, stapte dit jaar voor het eerst ook minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders mee op, glimmend-zwart geschminkt, protserig uitgedost conform de traditie. Voor intussen al tientallen buitenlandse kranten en televisiestations een brug te ver. Want dit is ‘racisme’, een minister onwaardig. De gerenommeerde internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vindt dat een minister die zich zo zwaar bezondigt aan racisme niet kan blijven en verwondert zich erover dat zijn collega’s op de Europese Top hem nog de hand willen schudden.

Het (voorlopig beperkt) incident zet in één klap de discussie over racisme weer op scherp, na de heisa, vooral in Nederland, over Zwarte Piet.
Vanuit Afrika zijn er nog geen signalen van verontwaardiging gekomen maar vroeg of laat volgt ongetwijfeld deze of gene geëngageerde Congolese mensenrechtenorganisatie met een boos communiqué.
Maar is stereotypering, want dat is deze verkleedpartij ongetwijfeld, wel racisme?

Racisme van de 21e eeuw

Zelfs Jozef De Witte van het Belgisch centrum voor racismebestrijding relativeert de discussie. De traditie is één ding, de schilder- en verkleedpartij hoort daarbij, maar zonder foute bedoelingen, redeneert hij.

Die Belgische relativeringen, ook van minister Reynders zelf uiteraard, beletten niet dat verschillende internationale media, en zeker niet van de minste, helemaal anders aankijken tegen de ‘gezwarte minister’. De onwetendheid over de origine van deze traditie in combinatie met een verscherpte aandacht voor het minste dat racisme doet vermoeden kunnen dat verklaren. Een folkloristische organisatie, een stad, een land, een minister, kunnen die reacties uiteraard van zich afschudden, de ogen dichtknijpen voor de vernieuwde wereld en hoe symbolieken van betekenis kunnen veranderen.

Het hardnekkig vasthouden aan symbolen van vroeger, zonder het besef dat die intussen kwetsend kunnen geworden zijn voor sommige wereldburgers, ook landgenoten, wijst dan weer op een behoorlijke portie verkramping, alsof er niets veranderd is in bijna anderhalve eeuw tijd. Elk tijdperk kent zijn vanzelfsprekendheden, clichés, stereotypen, mogelijk aanvankelijk onschuldig. Maar de tijden veranderen en plots vinden die clichés zich terug in een nieuwe wereld waardoor zij een andere betekenis (kunnen) krijgen, ondanks zichzelf, onbedoeld.

Dat is wellicht het moment om te schaven aan die stereotypen, om tussen ‘les noirauds’ ook enkele ‘roodhuiden’, ‘blauwbaarden’ en, waarom niet, witgeschilderde bruine of zwarte landgenoten te lanceren. Al was het maar om een nieuwe symboliek te lanceren: die van de Brusselse diversiteit, rijk aan kleuren en menslievendheid. Het ‘andere zwart’, of klinkt dat al te naïef?

(Peter Verlinden is journalist bij VRT Nieuws.)