Europese interventie in Libië "niet aan de orde"

Drie dagen na de bloedige aanslag in Tunesië hebben de Europese staatshoofden en regeringsleiders zich op een top in Brussel voorgenomen om de strijd tegen het terrorisme in Noord-Afrika op te voeren. Vooral de situatie in broeihaard Libië baart zorgen, maar een militaire interventie behoort "niet tot de orde van de dag", aldus premier Charles Michel (MR).

De Tunesische autoriteiten bevestigden dat de dodelijke aanslag op het Bardo museum, waarbij tal van Europese toeristen het leven lieten, is uitgevoerd door twee mannen die opgeleid werden in Libië. Libië is "een explosieve cocktail van veel wapens, veel oliegeld, radicale groepen en een falende staat. Het is onze buur en Europa zal de factuur betalen op het vlak van migratie en terrorisme" als de situatie in het land verder uit de hand loopt, zo reageerde Michel.

VN-bemiddelaar

Een Europese militaire interventie in Libië behoort volgens de Belgische premier echter "niet tot de orde van de dag". De Europese staatshoofden en regeringsleiders stellen hun hoop in VN-bemiddelaar Bernardino Leon, die vanuit het Marokkaanse Rabat probeert om de rivaliserende partijen en groepen nader tot elkaar te brengen en een regering van nationale eenheid in het zadel te helpen.

Slaagt Leon in zijn missie, dan zijn de Europeanen bereid het politieke stabiliseringsproces te ondersteunen. De hoge vertegen­woordigster van het Europees buitenlands beleid Federica Mogherini kreeg eerder deze week al de vraag om een aantal opties voor te bereiden. Ook de Italiaanse sluit een militaire missie uit, maatregelen ter ondersteuning van de veiligheid in het land behoren wel tot de mogelijkheden.

"Rivaliserende partijen in Libië moeten zich verenigen"

Mogherini, die eind deze maand samen met Europees president Donald Tusk naar Tunesië reist om de samenwerking tegen terrorisme te bespreken, lanceerde alvast een oproep aan de rivaliserende partijen in Libië om zich te verenigen tegen de toenemende dreiging van IS, dat voet aan de grond heeft gekregen in Libië en de aanslag in Tunesië heeft opgeëist. "Ze moeten niet onder elkaar vechten, maar tegen een gemeenschappelijke dreiging".