De val van een golden boy – Ivan Ollevier

Tony Blair werd in 2007, na zijn afscheid als Brits premier, benoemd tot Kwartetgezant voor het Midden-Oosten. Het Kwartet wordt gevormd door de Verenigde Staten, de Europese Unie, Rusland en de Verenigde Naties, en Blair moest onderhandelen in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Nooit veel van gehoord, zegt u? In het Midden-Oosten ook niet, en nu wil Blair dat zijn functie herzien wordt. Mogelijk is hij daartoe zelf aangemaand door de powers that be. Want veel heeft zijn bemiddeling niet opgeleverd. De val van een golden boy tot mikpunt van spot.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Het is achttien jaar geleden dat het sociaaldemocratische Labour nog een verkiezing gewonnen had. Achttien jaar in de wildernis. Het is mei 1997, en Tony Blair triomfeert. En hoe! Het is een politieke aardverschuiving, en de Conservatieven hangen in de touwen. Wanneer Blair ’s ochtends vroeg zijn overwinningstoespraak houdt op de oever van de Theems, gaat de zon achter hem op. “Een nieuwe dageraad voor Groot-Brittannië,” koppen de kranten. Het is voor miljoenen Britten een symbolisch moment, en Blair is de golden boy van de Labourpartij en van het land. Zijn politieke krediet is reusachtig, hij is op zijn 44ste de jongste premier sinds William Pitt de Jongere (in 1783, en die was pas 24). Blair speelt gitaar, houdt van rock ’n roll, heeft een kamerbrede glimlach en Britain is weer cool. Na zoveel jaren wint het land nog eens het Eurovisiesongfestival, en zelfs daarin menen sommigen de hand van Blair te zien.

Poedel van Bush

Straks, in mei, zijn er weer parlementsverkiezingen, en de ex-premier heeft drie Labourkandidaten geld geboden ter ondersteuning van hun campagne. Ze moeten het niet. Ze willen niet met hun vroegere partijleider geassocieerd worden. Zelfs de top van de partij is er als de dood voor dat Blair zich met de campagne gaat bemoeien. Als Blair zijn mond opendoet, kan het Labour alleen maar stemmen kosten. Blair is de risee van de Britse politiek. Nooit is iemand van zo hoog naar zo laag gevallen.

Het was vooral de oorlog in Irak natuurlijk die het ‘m deed. Veel Britten waren het grondig met Blair oneens en namen het hem bijzonder kwalijk dat hij zijn land een oorlog had ingestuurd. Ze noemden hem “de poedel van Bush”, en ze zagen op televisie hoe de Amerikaanse president hun premier behandelde als een schooljongen. Meer dan één miljoen Britten betoogden in Londen, tegen de oorlog, maar Blair bleef volhouden dat de oorlog een rechtvaardige zaak was. Ook binnen Blairs Labourpartij borrelde het ongenoegen. Parlementslid Glenda Jackson struikelde bijna over haar woorden van verontwaardiging toen ik haar op een koude januariochtend ging opzoeken in haar kantoor in Westminster. En over haar woorden struikelen was iets wat de vroegere tweevoudige Oscarwinnares maar zelden overkwam. “Ik ben altijd een loyale Blairite geweest,” zei ze, “maar nu gaat hij te ver. Dit is een onrechtvaardige oorlog die in strijd is met de internationale wetgeving.”

Hoongelach

Toen hij in 2007 de fakkel overgaf aan zijn minister van Financiën Gordon Brown, was Blairs ster helemaal getaand. Dat hij gezant zou worden voor het Midden-Oosten werd toen in Westminster op hoongelach onthaald. Uitgerekend de man die oorlog was gaan voeren in Irak moest nu onderhandelen tussen Israëli’s en Palestijnen. Sommigen dachten dat het een grap was. Dat was het niet.

Nochtans wist Blair iets van onderhandelen. In 1998 had hij de partijen in Noord-Ierland, die al dertig jaar lang in een staat van bijna-burgeroorlog verkeerden, tot vrede kunnen bewegen. Toegegeven, veel van het voorbereidende werk was gedaan door Blairs Conservatieve voorganger John Major, maar als Blair niet zijn politieke en persoonlijke gezag in de weegschaal had geworpen, was er van vrede nooit sprake geweest. Toen hád Blair nog gezag. En Noord-Ierland is nog het Midden-Oosten niet.

Op binnenlands vlak waren de eerste jaren van zijn premierschap indrukwekkend: hij voerde het minimumloon door, verbeterde de kwaliteit van ziekenhuizen en scholen, en brak de macht van de vakbonden binnen de Labourpartij. Maar er was ook veel spin en propaganda mee gemoeid. Tegen het einde van zijn bestuursperiode waren de Britten de man spuugzat. De vete met zijn minister van Financiën Gordon Brown had Labour verdeeld, en Blair leek alle contact met de werkelijkheid verloren.

Slechte vrienden

Voor één keer kregen de cynici gelijk, toen ze spotten met zijn benoeming tot gezant voor het Midden-Oosten. Blair joeg van bij het begin de Palestijnen de kast op, en hij was bijzonder onzorgvuldig in de keuze van zijn vrienden. De Libische leider Khadaffi bijvoorbeeld. Of de Egyptische generaal Al-Sisi. Bovendien verwarde hij zijn functie van gezant met die van zakenman. Hij adviseerde grote bedrijven, tegen een stevige betaling, op het vlak van zaken doen in het Midden-Oosten. De bank JP Morgan is een van zijn klanten. Voor hem zelf was er geen vuiltje aan de lucht, hoewel hij beter dan wie ooit geweten moet hebben dat perceptie alles is in de politiek.

Wat heeft hij bereikt? Vrede in ieder geval niet, maar het zou absurd zijn om dat helemaal op het conto van Blair te schrijven. Het Midden-Oosten is een slangenkuil, en daar zijn altijd wel factoren en actoren die zand in de machinerie strooien. Maar veel heeft hij ook niet bijgedragen. “A standing joke,” noemt een Amerikaanse kandidaat zijn bemoeienissen met het Midden-Oosten. Blair liet zich vanuit Londen in een privéjet naar de regio vliegen, en zijn imago als lid van de club van superrijken hielp zijn geloofwaardigheid ook al niet.

Neemt Blair nu vrijwillig ontslag als gezant? Of heeft hij een vriendelijk duwtje gekregen? Medestanders houden vol dat het, in tegenstelling tot wat iedereen denkt, echt wel gaat om “een uitbreiding van zijn bevoegdheden”. Geen kat die daar veel geloof aan hecht. Ondertussen blijft Blair de wereld rondtoeren, en laat hij zich rijkelijk betalen voor lezingen van een halfuur (tot 400.000 pond). Je vraagt je af wat voor ’n revolutionaire inzichten iemand te bieden heeft die zo’n bedrag incasseert voor zijn aanwezigheid op zakendiners en samenkomsten van de machtigen der aarde.

Maar het blijft een tragisch verhaal: hoe de man die als niemand anders erin slaagde met zijn kiezers een emotionele band te smeden, twintig jaar later door iedereen, links en rechts, politieke tegenstanders én vroegere medestanders, wordt uitgespuugd.

(Ivan Ollevier is buitenlandverslaggever bij VRT Nieuws.)

Meest gelezen