20 Joodse graven beschadigd in noordoosten Hongarije

In Gyongyos, een stadje van 30.000 inwoners in het noordoosten van Hongarije, zijn op een joodse begraafplaats een twintigtal joodse graven geschonden. Premier Viktor Orban heeft "de barbaarse daad" streng veroordeeld.

Volgens Peter Weisz, de plaatselijke leider van de joodse gemeenschap, gaat het om een ongeziene omvang van grafschennis. De onbekende daders vernielden niet alleen de graven maar gooiden ook menselijke restanten in het rond.

Sommige van de grafmonumenten zouden al sinds de late jaren 1800 op de begraafplaats aanwezig zijn. De joodse gemeenschap in Gyongyos werd recent nog nieuw leven ingeblazen door de terugkeer van enkele gelovigen. In het stadje wonen momenteel nog 80 joden. Volgens Weisz zijn de relaties met de andere religieuze bevolkingsgroepen er "voortreffelijk".

Premier Orban sprak in een mededeling zijn afschuw uit over het gebeurde en beloofde plechtig om dit jaar nog een renovatieprogramma voor verwaarloosde begraafplaatsen te lanceren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Hongarije 550.000 Joden vermoord.

Recent werden ook in Frankrijk enkele gevallen van grafschennis op Joodse begraafplaatsen gemeld.