Bij de dood van René Gude - Johan Braeckman

Vrijdag dertien maart 2015 overleed de Nederlandse filosoof René Gude. Hij was 58 jaar oud. Zijn verdiensten zijn onmiskenbaar groot. Hij is een van de oprichters van het tijdschrift Filosofie Magazine, dat er vaak in slaagt om filosofische vragen, denktechnieken en inzichten begrijpelijk over te brengen naar het brede publiek.

Gude vond dat filosofie, zoals pakweg muziek en sport, een vast onderdeel moest worden van de massacultuur. We vinden het vanzelfsprekend om mensen aan te sporen gezonder te leven. Gude vond het al even evident om ononderbroken uit te leggen waarom helder en kritisch denken zo belangrijk is.

Zijn jarenlange inspanningen wierpen hun vruchten af. Nooit eerder werden zoveel filosofische lezingen en debatten georganiseerd en waren zoveel mensen geïnteresseerd in wat filosofie hen kan bieden. Gude hielp talloze mensen met het ontwarren van de “knoopjes in hun verstand”, zoals hij dat zelf graag omschreef.

Te veel mensen laten zich dogma’s opdringen, vallen ten prooi aan drogredenen, zijn onkritisch over irrationalisme en te sceptisch over betrouwbare kennis. Erger nog, ze denken nauwelijks na over de zin en richting van hun eigen leven. René Gude zag zichzelf als een cultuuroptimist en ging, zoals Socrates, voortdurend en onvermoeibaar in gesprek met eenieder die daar voor open stond. In 2002 werd hij directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden en in 2013 kreeg hij de eretitel “Denker des Vaderlands”.

met één been in de kist

Op langere termijn zullen we René Gude vooral dankbaar zijn voor de manier waarop hij tegenover zijn ziekte en doodvonnis stond. In het najaar van 2007 bleek hij botkanker te hebben. Men gaf hem maar een kleine kans om langer dan drie jaar te leven. Het werden er uiteindelijk ruim zeven, maar in 2011 amputeerde men een door de kanker aangetast been. Het tastte zijn evenwicht aan, maar niet zijn gevoel voor humor.

In 2013 publiceerde journaliste Wilma de Rek een interviewboek met Gude: “Stand-up filosoof”, en voor het programma “De Kist” ging hij liggen in een, op zijn aangeven, speciaal voor een eenbenige dode gemaakte kist. “Hollandse zuinigheid” noemde hij dat. En vooral: hij wou geen ideaalbeeld creëren van zichzelf. Men moest zich hem herinneren zoals hij op het einde was, een doodzieke man met overgewicht en één been.

Maar hij is ook de man die op televisie openhartig en honderduit over zijn nakende dood praatte. Gude gebruikte de filosofie als middel om met ziekte, aftakeling en de dood om te gaan. Dat legde hij mooi uit in een aantal programma’s, zoals in “De wereld draait door”. Wie geregeld en goed nadenkt over de inrichting van zijn leven, die hoeft op het einde niet nog snel van alles te regelen of spijt te hebben over gemiste kansen, aldus Gude. Evenmin moet men onzinnige theorietjes bedenken wanneer het noodlot toeslaat, dat maakt het alleen maar erger.

Gude hield van de manier waarop sommige filosofen helderheid creëren. Descartes bijvoorbeeld, een van Gudes favorieten, leert ons methodisch te twijfelen, wat ons behoedt voor overmoedigheid en valse zekerheden. “In mijn jongere jaren was ik een warhoofd”, zei Gude. “Maar ik ging filosofie studeren en het hielp”.

als de dood er is, ben ik er niet

Het is niet omdat hij in staat was in de media over zijn nakende dood te praten dat hij er louter rationeel mee om ging. Vaak was hij kwaad om het absurde van zijn situatie, of had hij paniekaanvallen. Medicatie bracht soelaas, en er was de kalmerende invloed van zijn vrouw Babs. Geregeld was hij erg verdrietig, omdat hij nog veel mooie jaren met zijn vrouw, zijn kinderen en vrienden wou doorbrengen. Er was de troostende gedachte dat alles gewoon verder ging na zijn dood, maar ook treurnis omdat hij het zelf niet meer kon ervaren.

Filosofie bracht andermaal redding, omdat ze ons leert om rede en emotie in balans te brengen. Angst voor de dood had hij niet. “Ik denk helemaal niet na over mijzelf als ik dood ben”, merkte hij op. Hij sloot hiermee aan bij de Griekse filosoof Lucretius, die ruim tweeduizend jaar geleden in zijn geweldige boek “Over de natuur der dingen” uiteenzette dat wij er niet meer zijn als de dood er is, en dat de dood er niet is zolang wij er nog zijn. Voor ik geboren werd, bestond ik niet. Ik heb van dat non-bestaan nooit last gehad, ik zal door de dood evenmin worden gehinderd.

Het is merkwaardig dat deze evidente waarheid niet iedereen gerust kan stellen. Wereldwijd wil een overgrote meerderheid blijven geloven in het voortbestaan van de menselijke “geest”, ook al is het extreem onwaarschijnlijk dat onze psychologische vermogens na ons fysieke einde nog functioneren.

De hoeveelheid ellende die de mensheid zichzelf zou besparen mocht ze Lucretius’ inzicht ter harte nemen, is nauwelijks in te schatten. De opvatting dat de dood niet alleen het einde betekent van onze lichamelijke maar ook van onze mentale vermogens, is blijkbaar voor honderden miljoenen mensen te moeilijk om te aanvaarden. Wie weet dat hij niet lang meer zal leven, klampt zich wellicht makkelijker vast aan sprookjes en illusies. Toch is het, zo leren we uit de laatste levensjaren van René Gude, niet onmogelijk om rustig en sereen het definitieve van de dood te aanvaarden, ook als die voortijdig komt.

leven voor anderen

Elke dag dat Gude nog leefde, werd zo zinvol mogelijk ingevuld. Zijn houding resoneerde met die van de Brits-Amerikaanse columnist en schrijver Christopher Hitchens. Die bevond zich in zijn laatste levensjaren in dezelfde situatie als René Gude. Hij schreef er een kort, maar aangrijpend en, zoals alles wat hij schreef, scherpzinnig boek over, “Sterfelijk”. Een van zijn kerninzichten luidt: wie terminaal ziek is vindt de grootste troost in het gezelschap van vrienden en geliefden.

Wie tijdens zijn leven, met Aristoteles, begrijpt dat men moet leven voor anderen, heeft vrede met het onvermijdelijke afscheid dat elk van ons te wachten staat. Hij kan de dood recht in de ogen kijken en hem met de slotregel van een van Eddy van Vliets mooiste gedichten om de oren slaan: “Veeg je voeten en wees welkom”.

(Johan Braeckman is filosoof aan de Universiteit Gent.)

lees ook

    Meest gelezen