In Engeland wordt een Koning begraven - Flip Feyten

Op zondag 22 maart wordt in het Verenigd Koninkrijk een koning ten grave gedragen. Mocht u zich afvragen waarom de wereldpers hierover al niet een hele week op haar kop staat: het gaat over een koning die al meer dan 500 jaar geleden overleden is, Richard III. U kan hem kennen uit het stuk van Shakespeare, die hem de onsterfelijke woorden ‘A horse, a horse, my kingdom for a horse!’ in de mond legde. En de Vlaamse theaterliefhebbers kennen hem als de ‘Risjaar Modderfokker’ van acteur Jan Decleir, de rappende gangsterkoning uit de Ten Oorlog-cyclus van Tom Lanoye.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Op 22 augustus 1485 stonden de legers van Koning Richard III en zijn rivaal Henry Tudor tegenover elkaar in de velden bij Bosworth, op zo’n 20 km van Leicester, in het midden van Engeland. Toen raakte Richards paard vast in de modder, verloor hij zijn helm, en werd hij uit het zadel gelicht (en zonder die hoge positie op een paard ben je bijzonder kwetsbaar, dat had Shakespeare goed gezien). Een lans ging langs Richards ruggengraat omhoog zijn hersenpan in, en een slag met een hellebaard hakte een stuk uit zijn schedel, en dat was dat.

© World History Archive / Alamy

Einde van de Rozenoorlog

Richard III was de laatste Engelse koning die stierf op het slagveld. Zijn dood betekende het einde van de Middeleeuwen, én het einde van de Rozenoorlog, de bittere strijd om de troon tussen twee takken van de Plantagenet-dynastie: het huis van York waartoe Richard behoorde, en het huis van Lancaster (fans van ‘Games of Thrones’ of de serie ‘The White Queen’ zal dit bekend in de oren klinken). Na de slag werd Richards naakte lijk werd over een paard gegooid en de hele route naar Leicester geparadeerd. Daar werd het zonder veel omhaal begraven in de Greyfriars Church, de kloosterkerk van de franciscanen.

Drie jaar geleden is zijn skelet ontdekt onder wat nu de gemeentelijke parkeerplaats (foto) van Leicester is. Zondag worden die stoffelijke resten in een loden kist met eikenhouten omhulsel in processie rondgedragen, langsheen het slagveld van Bosworth, naar de kathedraal van Leicester. Daar krijgt hij bij het intreden van de avondschemering een mooie kerkdienst, die zal bijgewoond worden door kardinaal Vincent Nichols, de katholieke aartsbisschop van Westminster – want Richard was natuurlijk een katholieke koning. Daarom ook worden de Completen gebeden, het laatste getijdengebed van de dag, een kerkdienst die dateert van voor de Reformatie. En vier dagen later wordt de koning bijgezet in een stenen monument, dat inmiddels in de kathedraal is opgetrokken.

Maar is dat allemaal niet te veel eer voor een koning, die door Shakespeare werd neergezet als een sadistische en mismaakte machtswellusteling, die zijn halve familie uitmoordde om zichzelf tot koning te kunnen kronen?

Na de slag bij Bosworth besteeg Richards overwinnaar Henry Tudor de Engelse troon als Henry VII. Zijn zoon en opvolger was de beruchte Henry VIII - die van de zes vrouwen. Toen de paus diens eerste huwelijk niet ongeldig wilde verklaren, richtte hij de Anglicaanse staatskerk op, met hemzelf aan het hoofd, en liet hij in één moeite door alle katholieke kloosters vernielen om zich hun rijkdommen te kunnen toeëigenen – dus ook het franciscanenklooster van Leicester. Lange tijd was aangenomen dat het lijk van Richard III daarbij was opgegraven en in de plaatselijke rivier gegooid.

Skelet

Maar een paar vasthoudende archeologen van de universiteit van Leicester geloofden daar niets van, en na lang aandringen vonden ze in 2012 eindelijk steun voor een opgraving op de plaats van het verwoeste klooster, nu dus de gemeentelijke parkeerplaats. Vrijwel meteen ontdekten ze een skelet (foto) dat beantwoordde aan diverse beschrijvingen uit historische bronnen: het had een vervorming aan de ruggengraat, en de beschadigingen aan schedel en beenderen kwamen overeen met de beschreven verwondingen tijdens de veldslag.

Even later beleefde de 55-jarige Michael Ibsen, een bescheiden schrijnwerker uit Noord-Londen, de verrassing van zijn leven. De voormalige hoornist, die nog jaren in Nederlandse en Duitse orkesten had gespeeld, kreeg de vraag of hij een kleine speekseltest wilde ondergaan. Want mogelijk was hij, via een keten van 18 moeders, een rechtstreekse afstammeling van Anne of York, en dat was weer de oudste zus van Richard III. De DNA-test leverde volledige overeenstemming met het skelet op. En dat bleek ook nog eens het geval met een tweede afstammelinge, die anoniem wenste te blijven. Die testen kwamen net op tijd, want over enkele jaren sterft de vrouwelijke bloedlijn helemaal uit.

Voeg daar nog aan toe dat via koolstofdatering van de beenderen het overlijden ergens tussen 1450 en 1540 gesitueerd wordt (Richard sneuvelde in 1485), én dat het gebeente dat van een man is die naar schatting tussen 30 en 33 jaar was toen hij stierf (Richard was 32). Het besluit stond voor de wetenschappers onomstotelijk vast: a perfect match. Richard III was na meer dan 500 jaar gevonden.

Het huis York

Onmiddellijk daarna ontstond er een gevecht om zijn stoffelijke resten. De universiteit van Leicester, het stadsbestuur en de kerkelijk overheid vonden het evident dat Richard III in Leicester, zijn vindplaats, herbegraven zou worden. Maar een groep verre afstammelingen van de Plantagent-dynastie, meer bepaald het huis York waartoe Richard behoorde, vond dat die eer de stad York toekwam. Zij droomden al van een praalgraf voor hun koning in de majestueuze York Minster, de prachtige kathedraal van York. Ze dreven het zelfs zo ver dat ze de zaak voor de rechter brachten. Maar die besliste in het voordeel van Leicester. Toen de bisschop van Leicester in mei vorig jaar het vonnis voorlas in zijn kathedraal, brak er spontaan applaus uit onder de gelovigen. Maar waarom vochten beide steden om een koning die omschreven wordt als een psychopathische tiran, en die amper twee jaar en twee maanden op de troon zat?

Als Richard III een gruwelijke reputatie heeft, dan heeft hij dat vooral te danken aan Shakespeare. In zijn stuk ‘The Tragedy of Richard the Third’ maakte hij er een gebochelde bruut van die er niet voor terugdeinsde om twee jongere neefjes en nog wat familieleden en edelen te vermoorden om zelf op de troon te geraken. Maar Shakespeare leefde onder de regering van koningin Elisabeth I – niemand minder dan de kleindochter van Henry Tudor, de overwinnaar bij Bosworth, de man die Richard III verslagen had. De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, en Shakespeare had er dus alle belang bij om propaganda te voeren voor de Tudors, en bijgevolg Richard III de grond in te boren.

Nu is dat van die neefjes naar alle waarschijnlijkheid wel waar. Richards voorganger was zijn oudere broer Edward IV. Toen die stierf, was de troonopvolger, Edward V, nog maar twaalf jaar oud. Richard was door zijn broer als ‘Lord Protector’ aangewezen, een soort beschermheer en regent dus die de macht moest waarnemen tot zijn neefje oud genoeg was om de troon te bestijgen als koning Edward V. Maar Richard liet het huwelijk van zijn oudere broer ongeldig verklaren, waardoor diens kinderen - en dus ook Edward V - bastaarden werden. En vervolgens liet hij zichzelf uitroepen tot de nieuwe koning. Prins Edward en zijn 9-jarig broertje Richard had hij in de Tower ondergebracht – toen nog geen gevangenis maar een koninklijk paleis. En na zijn troonsbestijging als Richard III is er van beide prinsjes nooit meer iets vernomen. Heeft hij ze laten vermoorden? Of heeft een overijverige Lord dat op eigen houtje gedaan om in het gevlei te komen bij de nieuwe koning? De legende van ‘The Princes in the Tower’ was geboren. En de reputatie van Richard onherstelbaar beschadigd.

Positieve verhalen over Richard

Dat Shakespeare- die zijn stuk meer dan honderd jaar na Richards overlijden schreef - de waarheid verdraaide, is alleen al te merken aan de afzichtelijke bochel die hij Richard meegaf. Daar klopt niets van, en het skelet bewijst dat. Richard leed wel aan scoliose, een zijdelingse verkromming van de ruggengraat, waardoor zijn linkerschouder hoger uitkwam dan zijn rechter. Maar dat kon hij naar alle waarschijnlijkheid goed verbergen onder zijn kleding. En het verhinderde hem zeker niet om zijn mannetje te staan op het slagveld. Dat bewees hij keer op keer tijdens de talrijke veldslagen die zijn oudere broer Edward IV moest voeren om zijn troon te behouden. Richard bleef hem loyaal steunen, en volgde hem in tijdelijke ballingschap toen hun beider broer George even de macht greep (daarbij kwam Richard trouwens in Brugge terecht, hij was kind aan huis bij de familie Gruuthuse).

Er zijn dus wel degelijk ook positieve verhalen te vertellen over Richard, er is zelfs een heuse ‘Richard III Society’ in het leven geroepen die zich onverdroten van die taak kwijt. Die wijst dan bijvoorbeeld op de goede rechtsmaatregelen die Richard invoerde: het vermoeden van onschuld tot bewijs van het tegendeel, het verbod op gevangenneming en inbeslagname van goederen zolang de schuld niet bewezen is, en de betaling van een borgsom. Hij liet wetteksten vertalen uit het traditionele Frans in het Engels. Hij richtte een speciale rechtbank op voor minder gegoeden die geen advocaat konden betalen. Hij schrapte een aantal beperkingen op de nog ontluikende boekdrukkunst en de verkoop van boeken. En hij richtte een ‘Raad voor het Noorden’ op, die de belangen van Noord-Engeland verdedigde bij het centrale gezag in Londen en zo voor een spectaculaire vooruitgang zorgde. Toen het nieuws van Richards overlijden de stad York bereikte, liet het bestuur officieel weten zijn dood te betreuren, ook al riskeerde het daarmee de wraak van overwinnaar Henry Tudor.

Maar vermoedelijk ging het York noch Leicester om eerherstel van Richard bij het gevecht om zijn beenderen. Te vrezen valt dat hun ijver enkel te verklaren is door het vooruitzicht op een flinke brok nieuwe inkomsten, want de aanwezigheid van een koningsgraf in de stad is natuurlijk een zegen voor het toerisme en de horecasector. Om u een idee te geven: het plaatselijke escortebureau ‘Midland Belles’ adverteert nu al met een arrangement voor mannen met belangstelling voor geschiedenis. Als ze volgende week de plechtigheden rond Richard willen volgen en dat liever niet alleen doen, biedt de website hun de keuze uit tien schaarsgeklede dames, die omschreven worden als ‘educated and beautiful’.

(Flip Feyten is eindredacteur van "De zevende dag" en anglofiel.)