Door nazi's geroofde El Greco terug bij eigenaars

Een waardevol olieverfschilderij van de renaissancekunstenaar El Greco (1541-1614), dat de nazi's ooit roofden van een joodse familie in Oostenrijk, is naar zijn rechtmatige eigenaars teruggekeerd. De erven van de bankier en industrieel Julius Priester (1870-1954) kregen het "Portret van een edelman" terug van een Londense galerie.

Dat deelde de organisatie "Commission for Looted Art in Europe" in Londen mee. Zij vertegenwoordigde de familie. De galerie had het geroofde doek in 2010 gekocht. "Het gaat om een vroeg werk van El Greco", zei de voorzitter van de "Commission for Looted Art", Anne Webber.

De waarde kon destijds niet becijferd worden. Ter vergelijking: het doek "de Heilige Dominicus in gebed" van El Greco uit een Duitse verzameling haalde bij een veiling in Londen een recordbedrag van 9,15 miljoen pond (ongeveer 10,8 miljoen euro).

De Weense industrieel Priester was in maart 1938 voor de nazi's uit Wenen naar Mexico gevlucht, waar hij de Holocaust overleefde. In 1944 nam de Gestapo het doek en de hele kunstverzameling van Priester in een Weense opslagplaats in beslag.

Onmiddellijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon Priester een zoektocht naar zijn verdwenen verzameling. Volgens Webber ontbreken van de 50 doeken er vandaag nog steeds 21, waaronder werken van Oude Meesters zoals Rubens en Van Dyck. Een doek hangt volgens Webber in een museum in Italië.

Schilderij werd zelfs tweemaal tentoongesteld

In de loop van de jaren bleek dat het 99 op 83,5 centimeter grote "Portret van een edelman" van El Greco in 1951 vanuit Wenen aan een kunsthandelaar in New York werd verkocht. Die verkocht het op zijn beurt aan een collega en die dan weer aan een bekende Londense kunsthandelaar, waardoor het in 2003 tijdelijk in een Zwitserse privé-verzameling terechtkwam. In juni 2014 werd het in New York te koop aangeboden, waarop de "Commission for Looted Art" haar aanspraak liet gelden.

Decennialang had de familie steeds weer geprobeerd de handelaars te contacteren, die het doek telkens een tijdlang in hun bezit hadden, maar steeds zonder resultaat, zei Webber.

"Het verhaal over de inbeslagname en de handel in dit doek over een periode van meer dan 60 jaar toont aan in welke omvang de kunsthandel betrokken was bij het van de hand doen van nazi-roofkunst en hoe moeilijk het voor de onteigenden is om hun bezit ondanks de confrontatie met de buitenwereld te vinden en terug te krijgen". Tweemaal werd het doek in Europa zelfs tentoongesteld met de wetenschap dat het om nazi-roofkunst ging.