Een leger zonder plan - Jens Franssen

De Belgische Defensie van de toekomst: Horizon 2030. Op 133 pagina’s zet de Defensiestaf zijn visie uiteen op hoe het verder moet met het leger. Alleen lijkt die visie te ontbreken.

Na jaren van hardvochtige besparingen op het leger zijn de structuren uitgehold en het materieel versleten en aan vervanging toe. Defensie staat voor een existentiële crisis omdat er onder meer ook een snelle grote uitstroom van personeel zit aan te komen, waardoor tonnen aan ervaring verloren dreigen te gaan. Het investeringsbudget is op 0 gezet, het personeel is gedemotiveerd.

Ons land dreigt een kleine, maar onbetrouwbare defensiepartner te worden. De tijd voor aanmodderen of links en rechts wat te snoeien is voorbij. Defensie moet vervellen naar een kleinere, flexibele krijgsmacht. Let wel, klein is daarom niet noodzakelijk veel goedkoper.

Welke keuze?

Op vraag van de politiek stelt Defensie een toekomstvisie voor. De generaals tekenen eerst drie scenario’s uit die grosso modo variaties op hetzelfde thema zijn: we snoeien één van de machten (bv. de marine) nagenoeg weg en zetten nog wat in op de twee overblijvende. Niet verrassend concluderen de generaals dat die opties niet echt resulteren in een geloofwaardige Defensie. Quod non.

Ten slotte werken de generaals een alternatieve vierde optie uit waarbij het budget verdubbeld wordt. In deze piste is plots weer alles mogelijk: de machten doen rustig voort, offeren hier en daar wel wat op, maar business as usual. Scherpe keuzes, die getuigen van visie worden er niet gemaakt.

In die zin is de vingeroefening van de generaals niet alleen politiek naïef, ze is ook vrij onrealistisch. Wie had gehoopt op een analyse van de toekomstige dreigingen die ons te wachten staan en welke antwoorden we daarop mogelijk kunnen hebben, of wat we eigenlijk nog willen wat ons leger nog moet kunnen is er aan voor de moeite. Ambitieuze doelstellingen formuleren, rekening houdend met de financiële situatie van ons land, staan er niet in.

Nergens in dit plan wordt überhaupt uitgelegd waarom we bv. wél (of niet) in de marine zouden moeten investeren (misschien omdat we drie grote havens hebben en het maritieme – de Belgische bagger- en handelsvloot behoren tot de slagaders die onze economie zuurstof geven?). Niets van dat alles.

In de ons omringende landen stellen defensiekaders matrixen op met capaciteiten in verschillende geweldniveaus over de verschillende machten heen, om zo tot een gelijkwaardige waaier aan capaciteiten te komen. In zo’n oefening wordt gekeken naar noodzaak, haalbaarheid, tradities, samenwerkingsverbanden, voortzettingsvermogen en uiteindelijk, het financiële plaatje. Daaruit vloeit dan het ambitieniveau, dat politiek en legerleiding samen afspreken. Het veiligheidscontract, zeg maar, tussen de belastingbetaler en Defensie.

Verzekeringspolis

Dit document toont pijnlijk het gebrek van de legertop om een politiek werkbare, strategische langetermijnvisie te formuleren. De generaals stellen de politiek voor de keuze tussen drie onwerkbare scenario’s, of een verdubbeling van het budget. Alsof er geen compromissen mogelijk zouden zijn. Niet moeilijk dat minister Vandeput not amused is met dit plan en dat hij de generaals gebiedt hun huiswerk opnieuw te doen. Dat de minister het plan afdoet als ‘een plan met weinig waarde’ is nog vriendelijk uitgedrukt.

Die vaststelling is echter niet zonder gevolg, want wie gedacht had dat onze stabiliteit en voorspoed vanzelfsprekend en gratis komen, vergist zich. Vrede heeft nu eenmaal zo haar prijs. Als welvarend land in een van de rijkste regio’s ter wereld hebben we de verantwoordelijkheid om een deel van die verzekeringspolis op ons te nemen. Maar daar mag wel wat visie tegenover staan.
Intussen gaat een deel van de Defensiestaf op vrijdagen bij mooi weer rustig uurtjes rondvliegen met de opleidingsvliegtuigjes van Defensie.

(Jens Franssen is defensiespecialist bij VRT-nieuws.)

Meest gelezen