Amfibievis gebruikt "watertong" om prooi op droge te vangen

Amfibievissen die op het vasteland eten, vangen hun prooi met water in hun bek. Dat gebeurt met een beweging die lijkt op die van een tong. Volgens de onderzoekers van de UAntwerpen werpt deze nieuwe kennis nieuw licht op de evolutie van zee- naar landdieren.

Al in 2006 merkten wetenschappers dat de Channallabes apus, een vissensoort uit de familie van de kieuwzakmeervallen, zich aan land kan voeden. Veel onderzoek ging tot nog toe uit naar hoe amfibie­vissen veranderden om zich uit het water te kunnen verplaatsen, maar weinig was geweten over hoe de dieren op het vasteland eten. De onderzoekers filmden daarom hoe de vissen stukjes garnaal van een plexiglazen plaat aten.

"In het water slokken vissen water op om zo ook hun prooi mee naar binnen te zuigen", verduidelijkt onderzoeker Krijn Michel, "maar op het land is het heel wat lastiger om zonder tong het voedsel naar hun bek te brengen. Om dit probleem te omzeilen, komt de slijkspringer aan land met water in zijn bek. Het water doet dienst als tong. Eerst spuugt hij het uit, om het vervolgens enorm snel weer op te zuigen."

"Uiterst effectief op vasteland"

De slijkspringer kan zo meteen zijn prooi opeten, terwijl andere soorten opnieuw naar het water moeten, om het daar op te eten. Daar heeft de slijkspringer net moeite mee. "Ze zijn uiterst effectief op het vasteland. Binnen een fractie van een seconde was het klaargelegde eten weg. Maar onder water happen ze er soms compleet naast", zegt de onderzoeker.

De vis beweegt tijdens het eten bepaalde botten anders dan in het water. "Het is goed mogelijk dat eenzelfde gebruik van water bij het manipuleren van voedsel een van de eerste stadia was in de ontwikkeling van zee- naar landdieren", aldus Michel.