Italië veroordeeld voor politiegeweld in rand van G8-top

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft Italië veroordeeld omdat het de daders van politiegeweld tegen andersglobalisten nooit gerechtelijk vervolgd en zelfs niet geïdentificeerd heeft.

Het geweld werd in de rand van de topbijeenkomst van de G8 in 2001 in Genua gepleegd. De mishandeling van de andersglobalisten bij een nachtelijke politie-inval in een school waar de militanten logeerden, was volkomen ongegrond en te vergelijken met foltering, oordeelde het hof, waarmee het een andersglobalist die destijds gewond raakte, in het gelijk stelde.

Deze man, 62 jaar oud op het ogenblik van de feiten, werd bij de inval door gemaskerde politieagenten geslagen. Hij liep verscheidene breuken op, waarvan hij tot op vandaag de gevolgen draagt.

Als gevolg hiervan werden verscheidene politiechefs door Italiaanse rechtbanken veroordeeld. Maar de Europese rechters oordeelden in het licht van de ernst van de feiten dat dit geen adequaat antwoord was, want uitsluitend leden van de politiehiërarchie die niet rechtstreeks hadden deelgenomen aan het geweld, waren veroordeeld, tot vrij lichte straffen.

Het Mensenrechtenhof betreurt dat de Italiaanse politie straffeloos kon weigeren medewerking te verlenen aan de bevoegde autoriteiten voor het identificeren van de daders. Dit wijst op een structureel probleem in de Italiaanse wetgeving dat opgelost moet worden, eisten de Europese rechters.

Ze gaven de Italiaanse autoriteiten ook de opdracht 45.000 euro morele schadevergoeding te betalen aan de eisende partij. Rome heeft drie maanden de tijd om het vonnis aan te vechten.