Gratis is nog zo dom niet - Sacha Dierckx

Steve Stevaert zal deels herinnerd worden om zijn “gratis-beleid”, vooral dan om de gratis bussen in Hasselt. Voor veel mensen is de doelstelling van "gratis" in de eerste plaats herverdeling, waarbij een progressief belastingstelsel diensten financiert die mede door de armere lagen van de bevolking gebruikt worden. Maar de ideologie achter gratis openbare diensten gaat veel verder dan dat.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina
Copyright 2009

Los van de verdere nalatenschap van Stevaert, en los van de manier waarop hij het aan de man bracht, is het idee achter het gratis-verhaal zeer subversief. Het is het idee dat bepaalde diensten geen koopwaar zijn en dus niet aan de kapitalistische winstlogica onderworpen mogen worden. Na decennia van privatisering, liberalisering en vermarkting, en in het licht van de recente besparingen bij de openbare sector is de tijd aangebroken om de gedachte van de openbare diensten herop te waarderen.

Algemeen belang in plaats van koopwaar

Het gratis-beleid betekent uiteraard dat openbare diensten worden aangeboden tegen een “prijs” (nul of zeer laag) waarbij niet per se winst gemaakt wordt, en waarbij winstmaximalisatie niet de centrale doelstelling is. Het gaat hier immers om diensten van algemeen belang, en niet om koopwaar die door de individuele consument wordt aangekocht. Er zijn daarvoor minstens twee redenen.

De eerste reden is dat het gaat om diensten die voor iedereen toegankelijk zouden moeten zijn, en dus een collectief “recht” vormen. Zo is er het recht op mobiliteit (openbaar vervoer), het recht op onderwijs, het recht op gezondheidszorg en het recht op veiligheid (politie), ook al worden zelfs die rechten in de praktijk niet altijd voldoende gewaarborgd. Verder zou je ook kunnen redeneren dat er bijvoorbeeld een recht op een basispakket energie en water bestaat, dat onder de “marktprijs” zou moeten worden aangeboden, en wat ook het bestaan van overheidsondernemingen in die sectoren rechtvaardigt. Al deze voorzieningen zijn rechten die niet afhankelijk zouden mogen zijn van de individuele koopkracht, en zijn daarom openbare diensten.

Waar de privé-sector niet toe in staat is

Een tweede reden is dat de private, op winst gerichte sector ongeschikt is en faalt om bepaalde diensten op bevredigende wijze te verzorgen. Het openbaar vervoer heeft bijvoorbeeld “positieve externe effecten”, omdat het de vervuiling en de verkeersdruk kan tegengaan die ontstaan door individueel autogebruik. Collectief transport heeft dus positieve gevolgen voor de maatschappij als geheel, en niet alleen voor de individuele gebruiker. Onderwijs en gezondheidszorg zorgen niet alleen voor meer geëmancipeerde en gezondere individuen, maar ook voor een productievere samenleving. In de energiesector is er dan weer een belangrijke en dringende omslag nodig van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie, een omslag die om verschillende reden niet gegarandeerd wordt door de private sector. Om deze en tal van andere redenen kunnen openbare diensten een belangrijk alternatief vormen voor de private sector die gericht is op winstmaximalisatie en het winnen van de concurrentiestrijd.

Een kwestie van democratie

Maar de potentiële radicaliteit achter de idee van openbare diensten, en dus het gratis-verhaal, gaat verder dan deze twee redenen. Zo kan de centrale doelstelling hier per definitie niet winstmaximalisatie zijn, aangezien de “prijs” die voor de openbare dienst wordt gevraagd laag of onbestaande is. Het is dus niet de bedoeling om zo veel mogelijk winst te maken, aandeelhouderswaarde te creëren en/of te concurreren met andere (private) ondernemingen. Dat betekent dat er ruimte ontstaat voor andere doelstellingen, zoals werknemersrechten en ecologisch verantwoorde productie.

Openbare diensten bieden dus de mogelijkheid om te bewijzen dat een ander soort economie mogelijk is én op bepaalde vlakken betere resultaten kan leveren.

Bovendien zijn openbare diensten potentieel veel democratischer dan de private sector, om twee redenen. Ten eerste, aangezien winstmaximalisatie niet de centrale doelstelling is, ontstaat er ruimte voor inspraak van verschillende belangengroepen, zoals de werknemers, gebruikersverenigingen, de burgers, en milieuorganisaties. Zij kunnen een reële invloed hebben, aangezien ze mee zouden kunnen bepalen wat de beste beslissingen zijn voor mens en milieu, en daarbij niet door de grenzen van de winstdoelstelling worden beperkt.

Ten tweede wordt de formele gelijkheid van de “markt” ingeruild voor meer reële gelijkheid bij gratis openbare diensten. Er wordt soms gezegd dat de consument stemt met zijn/haar portefeuille. Eén van de (vele) problemen daarbij is dat een dikke portefeuille uiteraard meer kan stemmen dan een lege portemonnee; het is dus een vorm van cijnskiesrecht. Openbare diensten daarentegen worden betaald uit de algemene overheidsmiddelen in plaats van door de “marktprijs”. Over die algemene overheidsmiddelen wordt politiek beslist, waarbij elke burger in principe één stem heeft (al creëert de grote inkomens- en vermogensongelijkheid helaas ook daar ongelijkheden). Zo kunnen beslissingen over welke productie en welke sectoren al dan niet cruciaal zijn democratischer worden genomen via het overheidsbeleid, dan via het koopgedrag.

Herwaardering van de openbare dienst

Tot slot is de idee achter het gratis-verhaal ook belangrijk omdat het de gedachte inhoudt van een samenleving met een algemeen belang en collectieve rechten, in tegenstelling tot een markt waarbij via koopgedrag individuele beslissingen worden genomen. Dat bestaan van een collectief in plaats van een verzameling individuen gaat op zich al in tegen de vaak heersende logica dat “there is no such thing as society”.

Samengevat, het gratis-verhaal is gebaseerd op de gedachte van de openbare diensten, en die openbare diensten zijn dringend aan herwaardering toe. Ze gaan in tegen de logica van het kapitalisme, ze kunnen in tal van sectoren betere resultaten opleveren voor mens en milieu dan de op winst gerichte private sector, en ze kunnen leiden tot meer democratie. Helaas moet hierbij opgemerkt worden dat die mogelijkheden tot nu toe onvoldoende benut worden.

Openbare diensten zijn vaak onvoldoende democratisch georganiseerd, bieden niet altijd betere voorwaarden aan de werknemers, houden niet per se voldoende rekening met ecologische overwegingen, en zijn dikwijls te weinig afgesteld op de wensen en verzuchtingen van de gebruikers. Innovatie en meer democratische inspraak zijn dus zeker nodig, zodat de 21ste-eeuwse openbare diensten beter en sterker zouden zijn dan die van de vorige eeuw. Op die manier zijn ze een vorm van volksverheffing. En niet van volksbedrog, wat onze minister van financiën ook moge beweren.

(Sacha Dierckx is doctor in de politieke wetenschappen - Universiteit Gent - en actief bij de progressieve denktank Poliargus.)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.