Franse Rwanda-archieven worden vrijgegeven

De Franse overheid geeft de archieven over Rwanda in de periode 1990-1995 vrij. Dat is bevestigd door bronnen bij het Elysée, de ambtswoning van de Franse president François Hollande. 21 jaar na de volkenmoord in Rwanda en de controversiële rol van Frankrijk daarin kunnen onderzoekers en verenigingen van slachtoffers de documenten eindelijk consulteren. Rwanda reageert voorzichtig positief.

Bij de volkenmoord in Rwanda, in april 1994, vielen minstens 800.000 doden, misschien wel meer dan een miljoen. De slachtoffers waren vooral Tutsi's en Hutu's die beschouwd werden als vijand van het toenmalige regime.

In juni 1994 zette Frankrijk "opération turquoise" op. Daarbij werd een zogenoemde veilige zone in het zuidwesten van Rwanda in het leven geroepen. Volgens Parijs was dat om Rwandese Hutu-burgers de gelegenheid te geven te ontkomen aan de snel oprukkende Tutsi-rebellen van het RPF, maar volgens de huidige Rwandese machthebbers had de operatie vooral tot doel zogenoemde Hutu-génocidaires te laten  ontkomen. Parijs was een bondgenoot van het Hutu-regime van president Juvénal Habyarimana.

"Stap vooruit"

Kigali reageert voorzichtig positief op het nieuws. "De politieke, diplomatieke en militaire relaties tussen Frankrijk en Rwanda in de periode 1990-95 zijn een van de best bewaarde geheimen", reageert de huidige minister van Justitie Johnston Busingye. "We hopen alleen maar op een volledig vrijgeven van alle documenten."

"Dit is een stap vooruit, maar we moeten eerst nog de inhoud van deze documenten bekijken", reageert Jean de Dieu Mucyo, voormalig secretaris-generaal van de Rwandese commissie voor de strijd tegen volkenmoord.

De Rwandese president Paul Kagama, in 1994 de leider van de RPF-rebellen en sinds de volkenmoord de onbetwiste sterke man in Kigali, heeft Parijs altijd beschuldigd van medeplichtigheid. De Franse overheid heeft dat steeds met klem ontkend.