Chick Corea & Herbie Hancock take Manhattan (en straks ook Brussel)

Jazzmeesters Chick Corea en Herbie Hancock hebben gisteren hun tournee afgetrapt in New York. Begin juli brengt die hen ook naar Brussel. Ben Van Alboom ging kijken in Carnegie Hall of de samenwerking nog altijd tot vuurwerk leidt.

Bij concerten is het meestal wachten op het einde voor een staande ovatie. Of het moet zijn dat er geen zitplaatsen zijn en iedereen al een kwartier voor aanvang staat te gillen. Maar dan nóg was de ontvangst van Chick Corea en Herbie Hancock in Carnegie Hall gisterenavond indrukwekkend. De twee zeventigers werden nog maar aangekondigd of het opgeklede publiek veerde reeds recht. "En jullie weten nog niet eens wat we gaan doen", grapte Corea. "Wij in feite ook niet."

Jetsetpeloton

Een van de eersten die gisteren in New York opstond, was actrice Glenn Close. Ze voerde een jetsetpeloton aan dat de eerste tournee van de twee jazzmeesters in ruim dertig jaar voor geen geld wou missen. Hancock had er voor de gelegenheid een grijs pak en bruin leren schoenen voor aangetrokken, Corea daarentegen droeg een jeans, wit Sonny Crockett-jasje en groene sneakers.

Oké, het is waar: de twee hebben in die dertig jaar nog verschillende keren samen gespeeld, maar ze hebben zich nooit meer aan een concertreeks gewaagd waar legendarische liveplaten als "An evening with Herbie Hancock & Chick Corea: In Concert" (1978) en "CoreaHancock" (1979) uit voortkwamen. Eerlijk: de kans is klein dat hun nieuwe wereldtournee nog zo’n kleinood oplevert, maar de bromance is zeker niet uitgedoofd en beide jazzpianisten hebben het ook nog altijd in de vingers.

Met "het" bedoelen we niet zozeer klassiekers als "Spain" (Corea) en "Cantaloupe Island" (Hancock), die beide de revue passeerden, maar eerder de manier waarop ze op elkaar inspelen. De sets van Corea en Hancock zijn voor een vrij groot stuk geïmproviseerd, en dat was gisteren ook geregeld te merken. Vooral in het begin duurde het vaak even voor ze elkaar vonden, en toen ze beide na een kwartier hun vleugelpiano inwisselden voor een elektronische klankkast, zag je sommigen in de (imposante) zaal denken aan die ene aflevering uit "Friends" waarin Ross zijn synthesizerkunsten etaleert.

Voor de duidelijkheid: ja, we weten welke rol zowel Hancock als Corea hebben gespeeld in de geschiedenis van elektronische muziek, en we houden ervan. Nee, het kwam niet over.

Georkestreerde waanzin

De rest van de set deed dat wel, ook al staan de twee vandaag minder scherp dan dertig jaar geleden. Wat geenszins wil zeggen dat ze geen pure magie meer uit hun vingers kunnen toveren – eens op dreef is het alsof er een duizendpoot aan de piano zit. Maar het presseert gewoon allemaal niet zo hard meer, en dat werkt aanstekelijker dan dat het stoort.

Corea en Hancock nemen voor alles de tijd (inclusief uitgebreide handtekeningsessie op het einde), en bissen deden ze door het publiek in te delen in een vijfstemmig koor en het tien minuten lang enthousiast mee te nemen in hun even geïmproviseerde als – ze doen dit al meer dan vijftig jaar; ons maak je niets wijs – georkestreerde waanzin. Makkelijk? Bof. Geestig? Zeker. Memorabel? Eigenlijk wel.

De constante intensiteit is niet meer – al mag je een liveplaat misschien niet helemaal vergelijken met een concert – maar de virtuositeit is gebleven, en het showmanship is er alleen maar groter op geworden.

Neem echter anders gerust zelf de proef op de som: Chick Corea en Herbie Hancock treden op zondag 5 juli op in Bozar in Brussel in het kader van de VW Spring Sessions.