Een sigaar voor Cuba? - Marc Peirs

De Amerikaanse president Obama en zijn Cubaanse evenknie zien elkaar, bijna als vrienden, in Panama. Een overwinning voor "la revolución" of een koevoet richting democratie: wat betekent de dooi in de relaties met de VS voor het armlastige Cuba?
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Het is een heerlijke cartoon. Aan de ene kant van het blad zie je de getekende kopjes van de Amerikaanse presidenten Eisenhower, Kennedy, Johnson, Nixon, Ford, Carter, Reagan, Bush senior en Clinton. Elk van hen zegt één woordje uit de zin: “Don’t worry, Fidel Castro will fall any minute now!”. Aan de andere kant van het vel de kop van Fidel: zwijgend, onverstoorbaar lurkend aan een havanasigaar. Want inderdaad, vanaf Eisenhower, die president was toen de Castro’s en hun barbudos op 1 januari 1959 de macht grepen en Kennedy, de man van de Varkensbaai en de rakettencrisis, tot Bill Clinton, die het embargo strakker maakte met de wet Helms-Burton: Fidel zag deze negen presidenten in de plooien van de geschiedenis verdwijnen. Tel er sindsdien nog Bush junior en Obama bij en zie, nog steeds zijn de Castro’s aan de macht in Cuba. Een veelzeggender bewijs dat Obama gelijk had toen hij in zijn speech zei dat het economische embargo ronduit heeft gefaald, valt nauwelijks te bedenken.

Het enige waar het embargo in is geslaagd, is het leven van de modale Cubaan aartsmoeilijk te maken. Een dagelijkse overlevingstocht op zoek naar brandstof voor de oldtimer en rijst, bonen en hoogst zelden een lapje vlees voor de familietafel. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie is ‘Cuba’ synoniem met ‘schaarste’.
Maar de Castro’s op de knieën dwingen, dat heeft het embargo overduidelijk niet gedaan. Integendeel. Vaak, al te vaak, konden de communistische machthebbers el bloqueo uit de kast halen als allesverklarende reden voor de economische malaise in Cuba. Zodoende konden ze het eigen falende beleid verdoezelen en de trotse Cubaan de schuld voor zijn dagelijkse ellende in de schoenen van de vermaledijde Yankee doen schuiven. Wanneer het Amerikaanse congres de blokkade in een afzienbare toekomst zou laten sneuvelen, valt alvast dát excuus weg. Maar zo ver is het nog lang niet, ook al worden de relaties op een heel nieuwe leest geschoeid.

Embargo?

De gelijktijdige speeches van de leiders Barack Obama en Raúl Castro eind vorig jaar werden op groot enthousiasme onthaald. Overal in Cuba klingelden vrolijk de kerkklokken en schortten leraars de lessen op om groot en klein toe te laten deze historische televisietoespraak van Castro van a tot z te volgen. Het enthousiasme is groot, de hoop evenzeer. Internationale media en persbureaus citeren gewone Cubanen die de dooi in de relaties als een uitgelezen kans zien om de armlastige economie wat zuurstof te geven. Een echte dollarinjectie kan er uiteraard pas komen zodra het embargo wordt opgeheven. Dat is iets voor een volgende Amerikaanse president, als er voldoende politiek draagvlak voor is.

De opheffing van het embargo zou volgens Amerikaanse economen meteen een shot van 5 tot 10 miljard dollar in de Cubaanse economie pompen. Maar ook zonder zal de Cubaanse economie nu al profiteren van de verbeterde relaties. Zo wordt het financiële plafond aan dollars dat in de VS verblijvende Cubanen naar huis mogen sturen verviervoudigd: van 500 dollar per maand naar 2.000 dollar. Nu al zijn die remesas goed voor een welgekomen kapitaalsinjectie van 2 miljard dollar per jaar. Ook de te verwachten toename van de Amerikaanse reizen naar Cuba (officiële delegaties, familiebezoek en educatieve trips zijn toegelaten, gewone individuele reizen niet) zal extra dollars genereren. En elk van die reizigers mag voortaan voor 400 dollar Cubaanse producten mee naar huis brengen, waarvan 100 dollar in de wereldberoemde en overheerlijke Cubaanse sigaren en rum.

Overwinning?

In Havana is de politieke dooi officieel als een Cubaanse overwinning in de markt gezet. Maar het regime heeft zelf alle mogelijke baat bij de nieuwbakken vriendschap. De traditionele compañeros zijn immers stuk voor stuk minder trouwhartig dan voorheen.

China, de nieuwe grootmacht, stelt zich meer en meer op als een berekende zakenpartner dan als een ideologische compagnon de route. Rusland, de opvolger van de Koude Oorlogsvriend de Sovjet-Unie, worstelt zelf met een joekel van een economische crisis en heeft politiek de handen vol met crisissen in de eigen achtertuin, van Tsjetsjenië tot Oekraïne.

En dan, vooral, is er het Venezuela van de overleden hartsvriend Hugo Chávez en diens zwakke opvolger Nicolas Maduro. Venezuela voorziet de Cubaanse economie van een dagelijkse levensader in de vorm van 90.000 tot 100.000 vaten goedkope of zelfs gratis (in ruil voor Cubaanse dokters) olie. Met een prijs van amper 60 euro (en niet langer 100 euro) per vat op de commerciële markt en een eigen economie die kreunt onder inflatie en schaarste, is die levenslijn vanuit Venezuela hoogst problematisch geworden. Kortom, ideologisch mag de VS niet de eerste liefde zijn, de rijkgevulde portefeuille van de Amerikaanse oom maakt hem tot een aantrekkelijke partij.

Win-win?

Ook de VS heeft baat bij betere relaties met Cuba. Vooreerst politiek: Obama is er al van het begin van zijn loopbaan van overtuigd dat de stugge Amerikaanse houding tegenover Cuba veel goodwill kost in Latijns-Amerika. Gelijk heeft hij. De positieve reacties uit het subcontinent leveren Obama een gewenste dosis soft power op. Ook op het binnenlandse politieke podium kan hij met deze zet alleen maar winnen. Immers, de dagen dat de Cuba-politiek van het Witte Huis werden uitgetekend door de ballingen rond Jorge Mas Canosa en diens Cuban-American National Foundation, zijn lang voorbij. In Florida floreren nog enkele groupuscules van anti-Castristische hardliners, maar volgens recente peilingen is een meerderheid van de Amerikaans-Cubanen voorstander van een pragmatisch beleid tegenover Havana.

Daarnaast zijn de Amerikaanse economische belangen in het geding. Amerikaanse zakenlui zien met lede ogen hoe onder meer Spaanse toeristische ketens al jarenlang garen spinnen bij de swingende Cubaanse toeristische markt. Een plek als Varadero biedt op zijn zijdezachte witte stranden naast de azuurblauwe Caraïbische Zee een rist buitenlandse hotels aan, maar een Amerikaanse Marriott is daar vooralsnog niet bij. Een drankje of een diner? Ja, lekker, keuze zat, maar geen Starbucks, noch een Kentucky Fried Chicken, noch een McDonald's.

De Europese Unie heeft begin vorig jaar trouwens haar politiek van kille afstandelijkheid verruild voor het aanbod aan Havana om te spreken over samenwerking. Drie gespreksrondes zijn al achter de rug. Later dit jaar wordt verder gepraat over een brede waaier aan onderwerpen van verdere economische hervormingen tot politieke souplesse en mensenrechten. De VS doet eigenlijk weinig anders dan de EU in snelheid nemen. Barack Obama was eerder al gedefinieerd als een “Europese” president, toch?

Vriend versus ...

In Cuba dwingt de economische malaise al langer tot hervormingen die tot voor enkele jaren ondenkbaar waren. Op de private markt kopen en verkopen van vastgoed, een eigen zaak starten en als private ondernemer werknemers in dienst nemen, het is maar een greep uit de recente mogelijkheden die ruiken naar liberalisering van de economie. Ook zonder de nieuwe relaties wendde Havana de steven al richting voorzichtige hervorming.

Met de nieuwe relaties kan deze koers enkel worden versterkt. Eén van de beloftes vanwege Cubaanse kant is een vrijer toegang tot het internet voor Cubaanse burgers. Tot nu wisten alleen vasthoudende dissidenten zoals Yoani Sanchez het wereldwijde web te bespelen. Het web als venster op de wereld, samen met het fysieke contact met een groeiend leger Amerikaanse toeristen, zal het gesloten, leugenachtige communistische wereldbeeld in Cuba verder ondermijnen. Misschien zal de macht van vrijere informatie een steviger koevoet naar de vrijheid betekenen dan een stringent economisch embargo.

... vijand?

Wat Obama in het vooruitzicht stelt, is niet minnetjes: een heuse ambassade in Havana, soepeler reisregels, makkelijker zaken doen, meer geld opsturen naar Cuba, en zo verder. Maar er moet nog behoorlijk wat water in de Caraïbische zee vloeien vooraleer de relaties tussen de VS en Cuba waarlijk zijn genormaliseerd.

Hét struikelblok, zo benadrukte ook Raúl Castro in zijn toespraak, blijft de economische en financiële blokkade sinds 7 februari 1962. Enkel een stemming in het Amerikaanse Congres kan dat embargo doen sneuvelen. En dat zal niet meer tijdens Obama’s ambtstermijn lukken. De nieuwe vriendschap dient dus nog ferm bezegeld.

Maar intussen heeft de VS een andere linkse aartsvijand in Latijns-Amerika in het vizier. Het ging hier onder de radar van de media door, maar president Obama en het Amerikaanse Congres zijn het roerend eens over sancties tegen de Bolivariaanse machthebbers in Venezuela.

Het revolutionaire Cuba is een nieuwe vriend, het al even revolutionaire Venezuela een nieuwe vijand.

(Marc Peirs is Latijns-Amerikawatcher voor VRT Nieuws.)