Europeaan zet iets meer geld opzij

Huishoudens in de eurozone zijn in de laatste maanden van vorig jaar iets meer gaan sparen, terwijl hun investeringen stabiel bleven. Dat blijkt uit cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat.

De gemiddelde spaarquote in de achttien eurolanden bedroeg in het vierde kwartaal van 2014 13,0 procent, tegen 12,8 procent in het kwartaal daarvoor, zegt het rapport van Eurostat. De spaarquote is het percentage van het vrij beschikbare inkomen dat een huishouden opspaart. Vergeleken met een paar jaar terug is de stand van de graadmeter overigens nog vrij laag. In 2009 lag de spaarquote nog rond de 15 procent.

Het statistiekbureau houdt ook bij hoeveel geld huishoudens gemiddeld in de economie steken, bijvoorbeeld door de aankoop en renovatie van hun woning. Deze investeringsquote bleef nagenoeg onveranderd op 8,2 procent.

Ook de bedrijfsinvesteringen bleven in het vierde kwartaal ongeveer op hetzelfde niveau als in de voorgaande driemaandsperiode, blijkt uit de cijfers. De investeringsquote voor bedrijven kwam uit op 21,9 procent. Hier gaat het om de investeringen in bijvoorbeeld gebouwen en machines afgezet tegen de toegevoegde waarde.

Eurostat geeft geen specifieke details over de afzonderlijke eurolanden. Gegevens over Litouwen, dat pas sinds begin dit jaar een euroland is, zijn nog niet in deze cijfers meegenomen.