HRW beschuldigt Syrische regering van gebruik chemische wapens

Het Syrische regime heeft in de maand maart in het door islamistische rebellen gecontroleerde noordoosten van het land zes keer tonnen met chloor gebruikt als chemisch wapen. Die beschuldiging komt van de Amerikaanse ngo Human Rights Watch (HRW). De mensenrechtenorganisatie heeft Damascus al herhaaldelijk beschuldigd van het inzetten van chemische wapens, ook nadat de Syrische overheid zich bereid had verklaard om zich van chemisch wapentuig te ontdoen.
De Syrische president Bashar al-Assad

Vorig jaar beschuldigde de Amerikaanse organisatie Damascus ervan in augustus 2013 honderden doden te hebben gemaakt door het inzetten van, vermoedelijk, saringas bij een aanval in Ghouti. Later bleek dat geenszins uitgesloten kan worden dat de rebellen het gas hadden ingezet.

Volgens de nieuwe HRW-beschuldiging vonden de zes "chemische aanvallen" tussen 16 en 31 maart plaats in de provincie Idleb en kwamen daarbij in totaal zes mensen om. Geviseerd werden terroristen van het aan al-Qaeda gelieerde Jabhat al-Nusra (JAN) en "andere" terreur- of rebellenbewegingen.

Vorige maand nog veroordeelde de VN-Veiligheidsraad in een resolutie het gebruik van chloorgas als wapen in het Syrische conflict. De raad -verdeeld tussen landen die Damascus steunen en landen die "de rebellen" steunen - wees echter geen schuldigen aan. Syrië ondertekende in oktober 2013 het OPCW-verdrag tegen het gebruik van chemische wapens. De OPCW is de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens.