Hollandse humor met pluimen en glitters

Of ik Brigitte Kaandorp wou recenseren? Ja, al kende ik haar oeuvre niet zo goed. Deed me denken aan mijn min of meer debuut als comedyrecensent toen ik Hans Teeuwen -die ik toen ook nog minder kende- mocht gaan bekijken. Hij heeft me direct getransformeerd tot een fan. Kaandorp deed dat ook, in zekere zin. Wat ik zag in de Leuvense schouwburg is samen te vatten tot de strapatsen van een klassebak met een vijs los. Heerlijk ongedwongen, grappig en entertainend.

Het had zo al de tekenen van een triomftocht. Zelden gezien hoe iemand in zijn of haar eerste vijf minuten de zaal zo inpakt. De sfeer van een jazzclub op scène (en ja, ik ben nogal snel gecharmeerd als komieken moeite steken in hun scenografie), een “hoerenzetel” naast een grote kamerplant, een Perzisch tapijt en een kom met chips. En dan la Kaandorp die als een diva in een kamerjas het podium opkomt terwijl ze “Strangers in the night” zingt. Kweelt zelfs een beetje.

Interactie

Onder het mom van “ik heb nog nooit in Leuven opgetreden” gaat ze direct tot de interactie over. Met zowat 600 mensen die hongerig en gulzig uit haar hand eten. Zonder opwarmingsperiode. Gebulder en gelach en ik zie de vier heren van het orkestje zelfs ietwat verbaasd kijken. Dit zit direct snor, zie je hen denken. En dat bij die koele, gereserveerde Vlamingen. En dan trekt ze “Grande de Luxe” helemaal op gang.

Een beetje aangekondigd als een best of-voorstelling. Wat het ook is geworden, met “meezingers” als “Zwaar leven”, “Andries Knevel” en “Annelies van der Pies”. Die ze wel vooral ergens achteraan in de avond propt, vooraf blijft het toch ook een verzameling van nieuw materiaal: één lang, uitgesponnen geheel van de thema’s die Kaandorp opvallen en inspireren tot hilarische en zeer herkenbare beschouwingen. Over pubers en hun conflicten met hun ouders, over mannen, over vrouwen dan ook maar. Ook de gruwel van het ouder worden komt langs, met een Kaandorp die zichzelf zo onder de grond duwt dat ze sympathie opwekt.

Wie zichzelf naar beneden haalt, krijgt de lachers op de hand en de handen op elkaar. Klassieke thema’s, ik hoor niet de revolutionaire insteek of de verrassende uithalen, maar het is goed gedaan, grappig gebracht en heerlijk uitgevoerd. “Ik ben een vakvrouw”, zingt Kaandorp ergens. Wel, dat is waar.

Oerklassiek, maar...

Dat ambachtelijke, daar was ik vooraf wat bang voor. Kaandorp leek me oerklassiek Hollands cabaret, een diva op de planken, kitsch en ietwat camp. En? Het is zo. Maar het stoort nooit, het beroert het publiek, het deed mij lachen, zonder te gieren en vooral -en dat heb ik sinds Teeuwen geleerd als recensent- het publiek lustte er pap van. Liters zelfs. En in humor is er één groot axioma: het publiek heeft altijd gelijk. Het zijn ook die mensen die kaartjes kopen, die schouwburgen vullen, die applaus produceren en die voor een imago zorgen.

Enkele hoogtepunten toch… Hoe ze scherp en alert en op vinkenslag direct inpikt op wat in de zaal wordt gezegd of gedaan. Haar snelheid is opvallend, wat dan weer ingaat tegen het vaak traag gekabbel van klassiek cabaret. In de marge ook fijntjes hoe ze continu de (zelf)spot drijft met het predicaat “zangeres des vaderlands en koningin van het Nederlandse cabaret”. Haar status is in meer dan 30 jaar carrière alleen maar gegroeid inderdaad, niet het minst door haar opvallende verschijning. Niet vies van pluimen, glitters, pailletten en blingbling. Net zoals in deze voorstelling, waar de twijfel tussen twee showjurken zowat één helft mee gaat.

Bevreemdend dan om haar na de voorstelling te spreken, met een lange dikke sjaal rond de hals, gympies aan en in een gewone, grijze jeans gestoken. De transformatie ten top, maar dan in omgekeerde zin.

Overtuigd

Nog een topmoment: haar eigenste invulling van “Rondo alla Turca“ van Mozart, een komisch duet met haar bandleider Bernd van den Bos. En toch ook wel haar “toegift”, zoals die Hollanders dat zo mooi zeggen: de “Rustige oude dag” van Urbanus. “Eeeen-zaaaaam-hei-ei-eie-eid”, weet je nog? Met Vlaamse, Pajotse tongval geprobeerd. Niet volledig gelukt, maar charmant. En het publiek? Dat beloonde met een staande ovatie.

Kijk, Kaandorp, het is en blijft niet mijn voorkeursvorm van humor. Mij net iets te klassiek allemaal. Ik ben dan ook wellicht té jong, té bezoedeld door stand-uppers en te in voor experiment. Maar ik zeg met heel veel eerlijkheid en plezier dat dit een pure vakvrouw is, iemand die zingt als de besten (ergens laverend tussen André Hazes en Ann Christy), is voorzien van een absurdistische geest (wat ik dan wél weer zéér mag) en ze heeft me zover gebracht dat ik haar volgende show weer wil zien. Ik ben overtuigd. En de anderen in de zaal ook wellicht. Zeker zelfs. Dàt is pas grote luxe, met extra’s en plussen.