Ons drijvend Alcatraz

Stefan Blommaert en zijn crew leggen de Zijderoute af. Maar dat verloopt niet altijd even vlot. Zo zal hun ferrytocht naar Bakoe hen nog lang heugen. Een tocht die normaal 30 uur duurt, loopt tot 99 uur uit, met dank aan het stormweer. En de Mercury-1 oogde modern op het internet, maar blijkt in realiteit toch zijn beste tijd te hebben gehad.
This material is licensed to the public under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 4.0 International License http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/

Er was goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws was dat onze ferry naar Bakoe dezelfde avond al zou vertrekken, in plaats van de volgende dag. Het slechte nieuws was dat we ons nu onwaarschijnlijk zouden moeten reppen om de hele administratieve afhandeling van de inscheping rond te krijgen. En vooral dat we onze auto, die na 12.000 kilometer rough ride in de garage stond voor een groot onderhoud, vroegtijdig van het infuus moesten halen.

We hadden bijna 40 uur non-stop in shiften doorgereden om in de havenstad Aktau wat extra tijd te hebben voor noodzakelijke praktische besognes, en ook om inkopen te doen voor het resterende deel van onze trip. Maar door het vervroegde vertrek zou die extra tijd nu onverbiddelijk verdampen.

Waar staat het kastje? Waar staat de muur?

Het inschepingsproces is een vermakelijk tijdverdrijf. Op de duur weet je niet meer waar het kastje staat en waar de muur. Van loket 7 naar loket 5 voor registratie en taxatie in de haventerminal –een gebouwtje dat eruitziet als een clubhuis op een gemiddeld sportterrein–, naar de douanier die je weet te vertellen dat je vóór verdere afhandeling eerst terug moet naar het vijf kilometer verwijderde stadscentrum om de tickets voor de ferry te kopen, daar te horen krijgen dat het lunchtijd is, een nieuwe jerrycan kopen die vorige nacht met inhoud van het autodak gestolen werd, na lunchtijd de tickets halen, en de daaropvolgende vier uur pendelen tussen douane, grenswacht en brandweer voor het bekomen van de benodigde stempels op een vrachtbrief voor de wagen.

Tijdens deze laatste activiteiten krijg ik aanvankelijk begeleiding van een dienstplichtige soldaat, maar uiteindelijk word ik -voorzien van de obligate helm– in mijn eentje het strikt militaire havengebied opgestuurd. Eens de formaliteiten vervuld, mag de auto na een vluchtige inspectie voorbij de slagboom worden geparkeerd, waarna we nog eens enkele uren in het clubhuis moeten wachten voor het eigenlijke inschepen begint.

Roest

Een rondgang bevestigt ons vermoeden dat de internetfoto bedrieglijk is. De ferry heeft zijn beste tijd gehad. Het achterdek is één grote roestpiste, en ook op de talloze malen witgeschilderde palen, lantaarns en kranen overheerst de kleur van oranjebruin.

De gedachte aan zusterferry Mercury-2 die in 2002 bij een storm verging, verdringen we. In wat ooit een lobby was, ligt plastiek om de zompige tapijten voor verder verval te behoeden, de receptiedesk is afgesloten met een wellicht al jaren onbewogen rolluik, en van tegen de wand staren de vorige en huidige president van Azerbeidzjan (beiden genaamd Alijev, wegens vader en zoon) vol vertrouwen de kale ruimte in.

Verderop in de richting van de voorsteven ligt nog een kamertje met werkloze speelautomaten, en een stoffig vertrek met tafels en stoelen is zeker ooit een leesruimte geweest. Sovjet-nostalgie in het kwadraat. Gaan slapen dan maar, we zijn intussen vertrokken.

This material is licensed to the public under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 4.0 International License http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/

Wakke friet en limonade

De Mercury-1 oogt op een internetfoto best modern. Het Azerbeidzjaanse schip dateert van de jaren tachtig, maar werd in het nieuwe millennium volledig gerenoveerd. Onze jeep krijgt na betaling van tien dollar "service"-vergoeding wiggen onder de linkervoor- en achterband. De luttele vrachtwagens worden vastgesnoerd met kettingen. Om te slapen is er keuze tussen tweede- of eersteklaskajuiten. Wij kiezen voor eersteklas, kostprijs 20 dollar.

De geur van schimmel slaat me tegemoet als ik het vertrek betreed. Niet te verwonderen, want de badkamerkraan druppelt onophoudelijk. De douchekop ontbreekt, het water komt rechtstreeks uit de darm. Het is koud, een kniesoor die daarover zeurt. Het deken op het stapelbed vertoont vlekken in een palet van zachtgeel tot donkerrood en naar de matras durf ik niet te kijken, maar gelukkig brengt een vriendelijke scheepsdame twee keurig gestreken lakens en een kussensloop.

De overtocht kan beginnen. Tenminste, na opnieuw vier uur wachten. Intussen krijgen we op speciaal verzoek een maaltijd, bestaande uit kip en gebakken aardappelen die eruitzien als wakke friet. Met dragonlimonade.

This material is licensed to the public under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 4.0 International License http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/

Het ratelende geluid van een anker

Als ik wakker word, zie ik nog altijd kustlijn. Het schip is pal naar het zuiden gevaren, op een tiental kilometer van het vasteland. Plots vertragen we, en na een tijdje weerklinkt het ratelende geluid van een anker dat wordt neergelaten. Precies op hetzelfde ogenblik – een schaars moment van gsm-bereik – ontvang ik een sms van producer Tineke in Brussel. Het scheepsagentschap heeft laten weten dat de ferry een dag later dan gepland zal aankomen in Bakoe. De prognoses voorspellen stormweer, we blijven liggen tot het beter wordt.

Ach, zo erg is het niet, we zijn een dag vroeger vertrokken, dus het netto tijdverlies is nul. De kok komt bovendien met goed nieuws: er is kip met gebakken aardappelen voor de lunch. We zetten ons aan het monteren en schrijven, de dag is zo voorbij. Niet zonder nogmaals kip, als avondhap.

This material is licensed to the public under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivs 4.0 International License http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/

Vodka met kip op Pasen

Dag drie biedt zich aan. Dag drie gaat voorbij. Met filmen en voort monteren en doorsturen via satelliet (want internetverbinding is hier fictie, zelfs al hangt er een hilarisch bordje met "Wifi-zone" op de deur van de kantine). En kip. Het is nog altijd stormweer op volle zee. We blijven voor anker, het schip wordt een beetje ons drijvend Alcatraz.

De passagiers –enkele vrachtwagenchauffeurs en een tiental gewone reizigers– komen af en toe uit hun kajuit om rond het dek te wandelen. We hebben intussen kennisgemaakt met een Georgisch koppel en een Kazachs-Russisch echtpaar. De vier hebben elkaar ook hier op het schip ontmoet, en vermaken zich uitstekend. Er worden foto’s genomen met de gsm, verhalen over de familie en over thuis komen naar boven bij de thee, en omdat het morgen orthodoxe Pasen is, kopen ze voor tien dollar van onze kok een fles vodka (voor bij de kip). Niemand zeurt over vertraging, zo is het lot nu eenmaal, “tegen de natuur kunnen we niet op”.

99 uur

Ik bedenk hoe een vluchtvertraging van pakweg een dag bij ons vaak in voorpaginastukken terechtkomt, inclusief woedende passagiers die hun gal spuwen over de onbekwame bemanning, de vreselijke vliegtuigmaatschappij (“nooit meer”), en als het even kan ook nog de hele Europese luchtvaartregelgeving.

Hier maken ze er het beste van, wetende dat het nog veel erger kan. Ze hebben dan ook al wat meegemaakt, in deze contreien.
En zo arriveren we op dag vijf uiteindelijk op onze bestemming. Bakoe komt in zicht, nog een paar mijl, en… het anker wordt uitgeworpen. De wind is opnieuw te sterk om aan te meren, zo wordt gezegd.

Tantalus slaat zonder compassie toe. Pas een half etmaal later, ver na middernacht, rijden we de ferry af. De tocht heeft 99 uur geduurd in plaats van de geplande 30. Maar ons gemoed is niet bezwaard vanwege de verloren tijd. We kunnen verder, dat maakt ons blijgezind. En de kip met aardappelen, die gaan we nog missen.