De metselbijen zoemen rond in onze steden

Valt het u ook op dezer dagen? Terwijl we door de zonnige straten lopen, krijgen we het gezelschap van bijen. "De metselbij, te herkennen aan zijn oranjerood poepke", verduidelijkt Jorg Lambrechts van Natuurpunt. Bang moeten we niet zijn, want de diertjes zijn niet agressief. Maar het is niet omdat de bijen nu opvallen, dat het goed gaat met de populatie.

"In april staan de wilgen in bloei en die zijn een belangrijke voedselbron. Veel bijensoorten worden actief", legt Lambrechts uit. "Nu vallen vooral twee soorten op: de rosse metselbij en de gehoornde metselbij."

Ze zijn er wel wat later bij dan andere jaren, normaal gezien zoemen ze al volop rond in maart. "Maar februari en maart waren vrij frisse maanden. Alles in de natuur is wat later, dus ook de bijen."

"Met de blote hand vastpakken"

De metselbijen komen vooral voor in steden en dorpen. Ze zoeken naar gaatjes in onze huizen, bijvoorbeeld bij ramen en deuren, waar ze hun eitjes in kwijt kunnen. Op die manier komen de bijen dicht bij mensen, maar schrik moeten we niet hebben.

"Met een gerust hart kan ik zeggen dat er geen agressieve wilde bijen bestaan. Het zijn solitaire dieren, dus die moeten hun nest niet verdedigen", aldus Jorg Lambrechts van Natuurpunt. "Er zijn onderzoekers die ze zelfs met de blote hand vastpakken. De bijen steken enkel als ze zich bedreigd voelen."

In principe komen ze ook niet binnen in huis. Als dat wel gebeurt, kan je ze best met een potje weer buiten zetten, raadt Natuurpunt aan.

"Bijenhotels zullen de bijen niet redden"

Dat de bijen nu opvallen in het straatbeeld, wil niet zeggen dat het goed gaat met de bijenpopulatie. "Alles wijst op een dramatische achteruitgang van de wilde bijen bij ons", zegt Lambrechts van Natuurpunt.

Oorzaak is onder meer de landbouw die de voorbije decennia een schaalvergroting heeft gekend. Heel wat perceelranden met bloemen zijn verdwenen en het gebruik van pesticiden en meststoffen komt de bijen ook niet ten goede.

Veel mensen plaatsen tegenwoordig zogenoemde bijenhotels om de bijenpopulatie een handje te helpen. De gaatjes die de metselbijen opzoeken bij onze huizen worden door zo'n hotel nagebootst. "Maar daarmee gaan we de bijen niet redden", zo waarschuwt Lambrechts. "We helpen wel bepaalde soorten zoals de metselbij, maar de overige 70 procent van de wilde bijen die zich in de grond nestelen, hebben geen baat bij bijenhotels."

Alle kleine beetjes helpen natuurlijk wel. Zo kunnen we met zijn allen meer bloemen buiten plaatsen, zodat de bijen daar hun nectar en stuifmeel kunnen halen. "Bij voorkeur inheemse soorten bloemen, die zijn altijd interessanter voor de bijen."

Hoornaar komt op

Van bijen moeten we niet bang zijn. Wespen daarentegen zijn wel agressief, want die leven in kolonies.

Een wesp die de laatste jaren overigens steeds meer opduikt, is de hoornaar. De afgelopen honderd jaar was die erop achteruitgegaan, maar de laatste 20 jaar doet de hoornaar het opnieuw beter. "Dat komt onder meer omdat mensen steeds minder met hout werken en er dus meer oude bomen in onze bossen blijven staan. En de hoornaar vertoeft graag in de holtes van die oude bomen", leren we van Jorg Lambrechts.

Toch moeten we ons voorlopig geen zorgen maken over wespensteken. "De wespen komen pas massaal buiten in juni en in juli, in de hoogzomer. Doorgaans worden ze pas lastig in september wanneer er nog veel werksters rondvliegen, maar er steeds minder eten is." Dus eerst nog wat genieten van de lente... en van de bijen.