"Gejuich en geschreeuw in het stadion gaan aan onze neus voorbij"

Stefan Blommaert en zijn crew leggen de Zijderoute af. Door hun vertraagde ferrytocht missen ze een voetbalwedstrijd van FC Qarabag in Bakoe. Maar ze slagen er wel in een bezoek te brengen aan het staatsoliebedrijf SOCAR.
Hannes Blommaert

Ik had zo graag in het voetbalstadion van Bakoe staan joelen en juichen voor FC Qarabag. Niet dat ik zo’n voetbalfan ben. In mijn leven maakte ik voordien maar twee voetbalmatchen live tussen de supporters mee, maar wel telkens op memorabele plaatsen: in Boekarest, op een ogenblik dat er nogal wat te doen was om corruptie rond de club Steaua Bucuresti, en in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny, waar ik meteen na de match samen met collega Jan Balliauw voor onze documentairereeks Back in the USSR een interview kon afnemen van de plaatselijke machtspotentaat Ramzan Kadyrov.

En nu zou ik dus opnieuw zo’n sensatie mogen meemaken, in Bakoe. Hier was het plan om een wedstrijd van FC Qarabag te volgen, en wel omdat die club als enige ter wereld niet in haar eigen stadion kan spelen.

Hopeloos vertraagde boottocht gooit roet in het eten

FC Qarabag is afkomstig uit de stad Agdam, en die ligt in Nagorny Karabach, een autonoom gebied in Azerbeidzjan waar voornamelijk etnische Armeniërs wonen. In de jaren 90 is daar een bloedige oorlog gevoerd, een van de eerste in een reeks grote conflicten die plaatsvonden tijdens de teloorgang van de Sovjet-Unie.

Agdam werd ingenomen door Armeense separatisten en grotendeels verwoest. Met als gevolg dat de voetbalclub, net als alles wat met Azerbeidzjan te maken had, het hazenpad moest kiezen. En sindsdien speelt en traint FC Qarabag in Bakoe.

Een fijne reportage zou dat opleveren, zo leek het mij, maar de hopeloos vertraagde boottocht van Aktau naar Bakoe gooide roet in het eten (zie vorige blog). De wedstrijd waar we zouden filmen was afgelopen, en ons budget liet het niet toe om op de volgende match te wachten.

Gejuich en geschreeuw in het stadion ging aan mijn neus voorbij. Driewerf helaas, we moesten ons in Bakoe noodgedwongen concentreren op het andere geplande onderwerp.

"Contract van de eeuw"

Olie. Van in de negentiende eeuw wordt het zwarte goud industrieel ontgonnen rond de stad Bakoe, die toen al in de Russische invloedssfeer lag. Rond de eeuwwisseling kwam zowat de helft van de olie ter wereld uit de omgeving van Bakoe.

Het is ook hier dat de eerste off-shoreboringen van start gingen, na de Tweede Wereldoorlog. Voor Moskou was de olie-industrie in de Sovjet-Republiek Azerbeidzjan een strategische sector én een aantrekkelijke melkkoe.

Na de onafhankelijkheid van het land in 1991 moest er worden geïnvesteerd om de verouderde Sovjet-installaties te renoveren en nieuwe exploraties te beginnen. Daarvoor werd enkele jaren later het ‘Contract van de Eeuw’ afgesloten, waarmee giganten als BP, Lukoil en Statoil zich op de Kaspische olie konden storten.

Hannes Blommaert

"Azerbeidjan heeft in olie-ontginning leidinggevende rol gespeeld"

Het gebouw van staatsoliebedrijf SOCAR in Bakoe oogt bijzonder elegant. Het is een reusachtig herenhuis uit het einde van de negentiende eeuw. In de voormalige kinderkamer is het kantoor gevestigd van de vicepresident.

Elshad Nassirov draagt de verantwoordelijkheid voor investeringen van SOCAR, en is een van de machtigste mannen in Azerbeidzjan. Hij lijkt een Britse gentleman, met zijn perfecte Engels en zijn charmante voorkomen. Iemand zonder capsones waarmee je gerust een avond wil tafelen.

“Azerbeidzjan heeft in alle stadia van de olie-ontginning een leidinggevende rol gespeeld,” zegt Nassirov, “hier werd de eerste pijpleiding aangelegd, de eerste olietanker vertrok vanuit Bakoe, en hier werd ook de eerste olie op zee bovengehaald.”

De vice-president troont me mee naar zijn computer en laat een historisch filmpje zien waarop Hitler in 1942 een taart in de vorm van de Kaukasus laat aansnijden, en het stuk Bakoe tot zich neemt. Voorbarig, want de Duitse troepen zijn er nooit in geslaagd de Azerbeidzjaanse olievelden te veroveren. Was dat wel gebeurd, dan had de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog er misschien anders kunnen uitzien.

AP2013

Directeur is charmant en eigentijds

Een tiental kilometer verderop langs de kust ligt de fabriek van Bos Shelf, een bedrijf dat boorplatformen produceert. Nu is zo’n boorinstallatie geen klein ding, en de fabriekshal oogt navenant gigantisch. Er worden stalen ringen dichtgelast, waar onze jeep een paar keer in kan. Het lawaai is oorverdovend, oorpluggen zijn verplicht, helm en de veiligheidsbril eveneens.

De directeur van Bos Shelf is, zoals de baas van SOCAR, charmant en eigentijds. “Ik vertoef meer op de werkvloer dan in mijn kantoor,” zegt hij, “en ik ken de meeste van de 5000 arbeiders hier persoonlijk.” Hij wordt met de glimlach begroet en aangesproken door arbeiders en chefs, en ik merk dat het niet gaat om oppervlakkig gevlei.

De baas is trots op zijn bedrijf. “Het verhaal van de benzine in de wagen van de mensen start hier, in dit atelier. Wij zorgen ervoor dat de olie kan worden bovengehaald.” Dat er niet eindeloos fossiele brandstof zal worden opgepompt uit zee beseft hij best.

Hij erkent ook de noodzaak om de economie te diversifiëren, zodat het land niet àl te afhankelijk blijft van olie. “Maar,” zo besluit de directeur fijntjes, “waar moet het geld voor die omschakeling vandaan komen? Precies, van de olie- en gasindustrie.”

Hannes Blommaert

Lunchtijd is synoniem voor lang wachten

Na amper een dag in Bakoe rijden we alweer verder, richting Iran. Bij de grens staat een onoverzichtelijke rij vrachtwagens. We mogen er voorbij, tot net voor de slagboom.

Hoopvol haal ik de paspoorten en andere benodigde documenten boven, en stap ermee naar de grenswachter. De man schuift zijn pet van over zijn ogen naar achteren. “Het is objed.” Dat vermaledijde woord toch, het was alweer een hele tijd geleden dat ik er nog mee werd geconfronteerd. Lunchtijd. Van in Sovjet-tijden synoniem van lang wachten voor winkels of loketten. Hoe lang weet niemand.

En ook hier varieert het antwoord op de vraag: een half uur, een uur, anderhalf uur. Uiteindelijk komen de grenswachters van dienst in hun somptueuze terreinwagens aangereden. De procedure kan beginnen.

Straks rijden we Azerbeidzjan uit, en daarmee voor deze reis ook het laatste land uit de voormalige Sovjet-Unie. Met ‘objed’ zullen we niet meer worden geconfronteerd. Met ander oponthoud? Let’s wait and see.