Bagdad dicht voor vluchtelingen

Chaotische scènes zaterdag net buiten Bagdad: duizenden inwoners van Ramadi die op de vlucht zijn geslagen voor de terreurorganisatie IS mogen de Iraakse hoofdstad niet binnen. De regering vreest dat jihadi's zo de stad zouden infiltreren.

De chaos doet zich voor ten westen van Bagdad. Onder de blote hemel kamperen duizenden inwoners uit de stad Ramadi, de hoofdstad van de westelijke, aan Syrië-grenzende provincie Anbar. De vluchtelingen hebben geen toegang tot stromend water of levensmiddelen, zeggen mensenrechtenactivisten. Blokkades verhinderen dat de mensenstroom Bagdad intrekt.

Twee dagen geleden startte IS een offensief tegen Ramadi. Strijders drongen de stad binnen, waarvan delen nu in handen zijn van de groepering die een kalifaat heeft uitgeroepen in delen van Irak en Syrië. Het centrum en de regeringsgebouwen zijn nog in handen van regeringstroepen, de meeste dorpen rond Ramadi staan onder controle van IS.

Ramadi ligt 100 kilometer ten westen van Bagdad. Het is de hoofdstad van Anbar, een uitgestrekte provincie waar merendeels soennitische moslims wonen.

De door sjiieten gedomineerde regering in Bagdad wou, na de verovering begin deze maand van Tikrit op IS door regeringstroepen, met de steun van sjiitische milities, een offensief tegen de jihadisten beginnen in al-Anbar. Maar IS blijkt dus het eerste initiatief genomen te hebben.