VN ongerust over geweld en intimidatie in Burundi

De VN-Veiligheidsraad roept de regering en de oppositie in Burundi op zich te onthouden van geweld en intimidatie. In juni zijn er verkiezingen in Burundi en er heerst politieke hoogspanning in het land over een mogelijke derde ambtstermijn voor president Pierre Nkurunziza.

In een gezamenlijke verklaring vragen de 15 leden van de Veiligheidsraad dat er een vreedzame en geloofwaardige stembusgang komt in Burundi.

Waarnemers vrezen nieuwe ongeregeldheden in het land. Volgens het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN zijn de voorbije weken meer dan 8.000 Burundezen hun land ontvlucht, meestal naar Rwanda. Ze vluchten voor de Imbonerakure, de jeugdbeweging van de regeringspartij, die ermee zou hebben gedreigd hen te vermoorden of hun hutten in brand te steken als ze niet voor president Nkurunziza stemmen.

In de Burundese hoofdstad Bujumbura hebben de ordestrijdkrachten traangas en het waterkanon ingezet tegen betogers van de oppositie die zich kanten tegen een nieuwe kandidatuur van Nkurunziza. Dat is volgens hen in strijd met de grondwet, die bepaalt dat niemand langer dan tien jaar president mag zijn.

Pierre Nkurunziza is president sinds 2005, maar heeft zich nog niet uitgelaten over een mogelijke nieuwe kandidatuur voor het presidentschap. Volgens zijn aanhangers telt zijn eerste ambtstermijn als president niet mee voor de grondwet, omdat hij in 2005 is aangeduid als staatshoofd en toen dus niet is verkozen.

Burundi is een voormalig Belgisch mandaatgebied en heeft sinds de onafhankelijkheid in 1962 een erg bloedige geschiedenis doorgemaakt, met aanhoudende etnische tegenstellingen tussen de Tutsi-minderheid en de Hutu-meerderheid. Daarbij kwam het meer dan eens tot massaslachtingen.

Tussen 1993 en 2005 was er een burgeroorlog in het land, waarbij verschillende Hutu-rebellenbewegingen het Tutsi-regime bestreden. Jarenlange onderhandelingen in Tanzania leidden uiteindelijk tot een vredesakkoord. Sindsdien is het relatief kalm in het land.

De huidige spanning in het land het niets te maken met etnische tegenstellingen, maar wel met politieke onenigheid.