Labour en de Conservatieven kunnen het niet meer alleen - Ivan Ollevier

Hoe liggen de kaarten voor de Britse parlementsverkiezingen van 7 mei? Het zijn twee kleine partijen, misschien drie, die de sleutel tot Downing Street 10 in handen hebben: de Schotse nationalisten van de SNP (Scottish National Party), de eurokritische anti-immigrantenpartij Ukip (UK Independence Party),en de Liberaal-Democraten.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Exit de Lib-Dems?

Alleen over die laatste bestaat enige twijfel: de van oorsprong centrum-linkse partij heeft zich in de regering zo erg laten overvleugelen door de Conservatieven, dat veel van haar aanhangers gedegouteerd voor een andere partij zullen kiezen.

De traditionele aanhang van de Lib-Dems bestaat voor een groot deel uit studenten en intellectuelen. Die zijn niet vergeten hoe de leider van de partij, Nick Clegg, bij de vorige verkiezingen de belofte deed dat hij nooit het inschrijvingsgeld voor de universiteiten zou verhogen, en nog maar pas nadat een nieuwe regering was gevormd, prompt het tegenovergestelde deed. Exit dus de Lib-Dems. Tenminste, dat beweren de opiniepeilers<;

Vijf dagen zonder regering

Al decennia lang bestaan Britse regeringen uit één partij, afwisselend de Conservatieven of de sociaaldemocraten van Labour. Soms, af en toe, moesten die beroep doen op een andere partij, de Liberalen, die vanuit de oppositie steun verleenden aan een minderheidsregering, maar die was in dat geval maar een kort leven beschoren. Zo snel mogelijk weer verkiezingen uitschrijven op zoek naar een meerderheid in het parlement, was toen de boodschap. De (ongeschreven) regel was: een éénpartijregering.

Vijf jaar geleden kwam daar verandering in, toen de Conservatieven de grootste partij werden maar niet aan de vereiste helft van het zetelaantal kwamen. Dat gaf toen in 2010 aanleiding tot de absurde situatie dat het land vijf dagen lang zonder regering zat. Aan de Vlaamse kijker moest ik toen uitleggen waarom de Britten dat zo erg vonden; aan Britse collega’s moest ik uitleggen waarom dat in een land als België niet noodzakelijk een ongelooflijke ramp betekende (in België zaten wij toen middenin een politieke crisis omdat wijzelf maandenlang geen regering hadden). Uiteindelijk vond de Conservatieve leider David Cameron een partner in de Lib-Dems. Ongezien was dat toen.

Steelse blikken naar Ukip

De kans dat de Lib-Dems deze keer nog eens de Conservatieven zullen depanneren, is dus klein. Ze geven dit nu, in volle campagne, uiteraard niet toe, maar in het Conservatieve hoofdkwartier worden nu al steelse blikken gegooid naar Ukip, met hun beruchte leider Nigel Farage. Die heeft de voorbije jaren met zijn populistische, nationalistische stijl veel aanhang verworven, en nu rekent hij op een zeven- tot tiental zetels, mogelijk genoeg om straks, op 8 mei, David Cameron uit de brand te helpen.

Farage zal dat niet gratis voor niets doen, daar zal iets tegenover staan. Zo snel mogelijk uit de Europese Unie stappen bijvoorbeeld, een eis die bij de rechtervleugel van de Conservatieven niet in dovemansoren zal vallen, maar wat de gematigd Europees gezinde David Cameron nog slapeloze nachten zal bezorgen.

Toen ik ruim een jaar geleden nog met Farage sprak, maakte die zich sterk dat zijn partij zich in het midden van het politieke spectrum bevond. Die dag (het was aan de vooravond van de Europese verkiezingen) had hij, onder grote persbelangstelling, de gekleurde kandidaten van Ukip op een podium in een zaal in Centraal-Londen gezet (het waren er vele tientallen), ten bewijze van zijn argument dat Ukip geen racistische partij was. Ondertussen is Ukip steeds meer naar rechts opgeschoven en trekt Farage onbeschaamd de xenofobe kaart.

In een uiterste geval van nood kunnen de Conservatieven ook een beroep doen op rechtse Noord-Ierse partijen, maar dat is een optie die zelfs weinigen in de Conservatieve Partij in overweging nemen. Om te beginnen zijn dat heel kleine partijen, en sommige zijn zo reactionair dat de liberale Conservatief Cameron ervan gruwt.

Ed en Nicola

Maar stel dat Labour na de verkiezingsnacht van 7 op 8 mei de grootste wordt. Een partner als Ukip is voor leider Ed Miliband totaal uitgesloten, en dan vindt die misschien een coalitiegenoot ten noorden van de grens met Schotland. De Schotse nationalisten van de SNP staan op het punt om in het sociaaldemocratische bolwerk dat Schotland traditioneel is, Labour helemaal van de kaart te vegen. Mogelijk gaan 53 van de 59 Schotse zetels naar de Schotse nationalisten.

Anders dan bij ons zijn de nationalisten daar van linkse signatuur, wat maakt dat de partijstandpunten over gezondheidszorg, onderwijs enz. niet zo gek ver uit elkaar liggen. In de televisiedebatten heeft de leider van de SNP, Nicola Sturgeon, het zo goed gedaan, dat zij zelfs in Engeland hoge ogen gooit.

Toch zijn er enkele struikelblokken: de Schotse nationalisten willen af van de kernduikboten die in een Schotse baai hun basis hebben. Voor Ed Miliband kan daar geen sprake van zijn. Maar vooral: de SNP wil uit het Verenigd Koninkrijk stappen, en dat is voor Labour een breekpunt. In het BBC-debat liet Sturgeon er geen twijfel over bestaan: als Labour, net als zij, wil dat er een einde komt aan het Conservatieve bestuur, dan zal Miliband zijn bezwaren tegen de SNP wel moeten inslikken.

Het is voor de Britten toch wel wennen. Al decennialang zijn ze het gewoon dat het de kiezer is die beslist wie er premier van het land wordt. Je kiest een parlement, en ’s anderendaags trekt de leider van de grootste partij in in Downing Street. Zo eenvoudig was het. Maar na 7 mei zullen het de partijleiders zijn die met hun optelsommetjes beslissen wie de nieuwe premier wordt.

(Ivan Ollevier is journalist bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in Groot-Brittannië.)