"Overname ABN AMRO had anders gemoeten"

De overname en opsplitsing van ABN AMRO in 2007 had op een aantal punten anders gemoeten. Dat erkent de Italiaanse zakenbankier Andrea Orcel, een van de voornaamste architecten achter de deal, in een interview met de Britse krant Financial Times (FT).

Royal Bank of Scotland (RBS), Fortis en Banco Santander legden destijds 72 miljard euro op tafel om ABN van de beurs te halen en onderling te verdelen. Na de overname waren hun kapitaalbuffers zo verzwakt, dat zij door de daaropvolgende financiële crisis in moeilijkheden kwamen.

Orcel, die toen voor de Amerikaanse zakenbank Merril Lynch werkte en het consortium adviseerde bij de deal, kijkt met een zekere spijt terug op de gang van zaken en zijn eigen rol daarin. "Als je iets met overtuiging doet, en de uitkomst niet is wat je ervan had verwacht, dan heb je spijt dat het niet op die manier gegaan is", zegt hij tegen FT.

De huidige baas van de zakenbankdivisie van het Zwitserse concern UBS merkt daarbij wel op dat de situatie onvergelijkbaar is met die van nu. De kapitaalbuffers van banken en de kwaliteit van hun kredietportefeuille lagen nog niet zo onder een vergrootglas als de laatste jaren, aldus Orcel.

Fortis als eerste kopje onder

Van het bankentrio ging Fortis als eerste voor de bijl. Het werd in het najaar van 2008 zelf opgesplitst waarbij de Nederlandse delen in handen kwamen van de Nederlandse overheid. Het Belgische deel verkocht de Belgische staat aan BNP Paribas.

RBS kwam niet lang daarna voor ruim 80 procent in staatshanden. Santander overleefde op eigen kracht, maar moest zijn aandeelhouders wel om miljarden extra vragen.

BELGA/VAN ACCOM

Meer nieuws