De Japanse Dolly Parton - Elke Van Huffel

Met een valies vol Sex and The City-herinneringen en Girls-referenties trok ik een week geleden naar New York. Wist ik toen veel dat niet het huis van Carrie Bradshaw noch hipsterbaardenparadijs Williamsburg het meest indruk op mij zouden maken. Die eer bleek weggelegd voor het wonderbaarlijke verhaal van Josh Bishop, een Belgische regisseur die ik in The Big Apple tegen het lijf liep. Sommige verhalen zijn te mooi om niet te delen. Dit is er zo eentje. Laat dat grappige kattenfilmpje - hoe belangrijk ook, ik weet het - dus even wachten

De droom die niet uitkwam

We schrijven 1964. De 23-jarige Tomi Fujiyama probeert haar American Dream waar te maken. De Japanse countryzangeres scoort niet onaardig in haar thuisland en droomt Stromae-gewijs van een doorbraak in de U S of A. Alle begin is moeilijk, en Tomi begint bescheiden: in een hotel in Las Vegas treedt ze drie keer per dag op, zeven dagen per week. Doodop is ze, maar Tomi spreekt - behalve de liedjesteksten die ze brengt - amper Engels. Waardoor het hotelmanagement zijn kans schoon ziet om haar een hels werkritme op te leggen in het contract.

Even lijkt die grote doorbraak toch binnen handbereik; Tomi mag optreden in de legendarische Grand Ole Opry, de allergrootste countryradioshow in de VS. Vlak vóór haar is Johnny Cash aan de beurt. Toch is Tomi de enige die avond die met een staande ovatie naar huis mag. Het wordt een hoogtepunt in haar prille carrière, maar de vruchten kan de Japanse Dolly Parton - minus de boobs - er niet van plukken. Terwijl Cash zijn Ring of fire als een komeet brandt, vertrekt Tomi terug naar Japan. De cowboyhoed met het label American Dream hangt Tomi aan de wilgen.

Nog één keer in de Grand Ole Opry

We schrijven 2002. De Belgisch-Amerikaanse regisseur Josh Bishop is zijn Japanse echtgenote, een jazz-zangeres, gevolgd naar Tokio. Hij ontmoet er ook de zangcoach van zijn vrouw. Haar naam; Tomi Fujiyama. Josh krijgt al snel weet van de wonderlijke historie van Tomi. Sterker nog; hij ontdekt dat het stiekem Tomi's grote droom is om nog 1 keer te schitteren in de Grand Ole Opry, bijna veertig jaar na datum. Josh heeft al enkele kortfilms op zijn naam staan, maar dit is andere koek, zo voelt hij meteen. ‘Ik hoorde haar verhaal en wist; dit is een film. En ik ga die maken. Ik wilde Tomi’s droom helpen waarmaken.'

We schrijven maart 2015. Op het wereldberoemde indiefestival SXSW gaat ‘Made in Japan’ in premiere. Een documentaire van Josh Bishop over Tomi Fujiyama’s queeste om nog 1 keer in de Grand Ole Opry op te treden. Maar liefst elf jaar heeft het geduurd voor de docu af was; Josh Bishop maakte het pareltje dan ook zonder enige financiële steun. Hij reisde met Tomi van Las Vegas naar Japan naar Nashville en terug, allemaal op eigen kosten. Dat het niet allemaal voor niets was, mag nu wel blijken. Tomi glundert zich een weg door de rode loper en microfoons. Tomi is inmiddels 75 jaar, maar op het podium staat een meisje van 25. Je moet het zien om het te geloven; met haar glitterpak, glitterhoed en vingervlug gitaarwerk pakt ze élke toeschouwer in. Japan en country, het is geen voor de hand liggende combinatie, maar bij Tomi wérkt het.
 

Een mooie maar geen wollige boodschap

Hoe de documentaire precies afloopt en of Tomi inderdaad de Grand Ole Opry opnieuw heeft gehaald, wil ik overigens niet prijsgeven. Ik hoop namelijk stiekem dat het filmfestival van Gent een plaatsje in het programma over heeft voor Made in Japan, en we het resultaat gewoon samen kunnen bekijken. Ik hoop ook vurig dat onze Belgische regisseur Josh Bishop hier de erkenning krijgt die hij verdient. Het moet niet altijd Matthias Schoenaerts of Erik Van Looy zijn, niet waar?

Hollywood heeft de film trouwens wél al ontdekt: zo neemt Lord of the Rings-acteur Elijah Wood niet alleen de vertelstem voor zijn rekening, hij is ook de executive producer van Made in Japan. En nadat de documentaire een juryprijs wegkaapte op het filmfestival van Nashville, nodigde talkshowfenomeen Jimmy Kimmel Tomi Fujiyama zelfs uit in zijn show. Het schattige vrouwtje kon haar plezier niet op.

Nu, het is niet met namesdroppen dat ik iemand wil overtuigen, wel met de mooie boodschap die gelukkig niet in wolligheid is verpakt, maar in een geestige roadtrip. Dat een mens mag dromen. En dat je die dromen niet per se moet begraven, ook niet na vijftig jaar. Een gedachte die we in Belgie soms verloren lijken te zijn, zo heb ik geleerd van een weekje New York. Tijd om onze innerlijke Tomi wat meer ruimte te geven.
 

(Elke Van Huffel is eindredacteur bij Sambal, het digitale jongerenplatform van de Vrt.)

lees ook