Kwart nieuwbouwwoningen voldoet al aan energienorm 2016

Een kwart van de woningen waarvoor in 2013 een bouwaanvraag werd ingediend, voldeed al aan de energienorm die pas volgend jaar in voege treedt. Dat blijkt uit een rapport van het Vlaams Energieagentschap.

De voorbije jaren werd de energienorm voor nieuwbouwwoningen (uitgedrukt in het E-peil) stelselmatig strenger. Zo ging het in 2010 van E100 naar E80, in 2012 naar E70, en sinds begin 2014 geldt E60 als maximale E-peil voor een nieuwbouwwoning in Vlaanderen.

De strengere energienormen vertalen zich in een steeds lager gemiddeld E-peil. Dat daalde sinds 2006 met ruim een derde - of 30 punten - en bedroeg 57 in 2013 (de recentste cijfers), berekende het Vlaams Energieagentschap op basis van de ingediende bouwaanvragen.

Meer dan de helft van de bouwaanvragen beantwoordde in 2013 al aan de norm die begin 2014 pas van kracht werd. Meer nog, ongeveer een kwart lag al onder E50, de norm die pas vanaf 2016 zal gelden.

Energiezuiniger bouwen dan wat moet

Heel wat mensen kiezen er dus voor om energiezuiniger te bouwen dan ze eigenlijk moeten. Dat valt ook af te lezen in het groeiend aandeel bijna-energieneutrale woningen (BEN-woningen), woningen met een E-peil van maximaal 30. Hun aandeel bedroeg 7 procent in 2013, tegen 5 procent in 2012 en 4 procent in 2011. BEN-woningen zullen vanaf 2021 de standaard moeten zijn.

Sinds 2014 moeten nieuwbouwwoningen ook zelf een minimale hoeveelheid hernieuwbare energie produceren. Het rapport herhaalt dat, zoals eerder al bekendgemaakt, twee op de drie bouwheren daarvoor opteren. De anderen kiezen voor een verscherpt E-peil van 54 (in plaats van 60). Wie voor de hernieuwbare energie gaat, installeert meestal zonnepanelen (35 procent), een zonneboiler (bijna 25 procent) of een warmtepomp (ruim 17 procent). Deze laatste cijfers zijn actueler dan de E-peilcijfers, omdat ze gebaseerd zijn op startverklaringen die werden ingediend voor de start van de bouwwerken.