Oeverloze procedures houden waterwerkzaamheden tegen

Vierenhalf jaar na de grote overstromingen waarbij in Vlaanderen duizenden gebouwen onder water liepen, is in het zwaar getroffen Dendergebied nog altijd geen enkele van de verouderde stuwen en sluizen aangepakt. Ook de oeverversterkingen laten te wensen over, met als dieptepunt de rij zandzakjes die de Vlaamse overheid eind 2013 op een verzakte dijk in Geraardsbergen liet leggen.

Midden november 2010 werd ons land getroffen door uitzonderlijk zware overstromingen. Meer dan 7.000 gebouwen, stallingen en schuren liepen onder water. Vooral de streek van de Dender in Oost-Vlaanderen en de Zenne in Vlaams-Brabant kregen het hard te verduren, met duizenden getroffen gezinnen.

De Vlaamse overheden beloofden maatregelen om de wateroverlast in de toekomst in te dijken: de aanleg van wachtbekkens -kunstmatige overstromingsgebieden om het water beter op te vangen-, verplichte installatie van regenwaterputten bij de bouw van nieuwe woningen, verplichte melding in de notariële akte bij de aankoop of bouw van een woning in overstromingsgevoelig gebied via de zogenoemde "watertoets", compenserende maatregelen wanneer je daar toch bouwt om het water de nodige ruimte te geven…

Ook de waterafvoer moest beter: zeker voor de Dender, de meest onstuimige rivier in Vlaanderen met het grootste verval. In totaal is de Dender uitgerust met 13 stuwen- en sluizencomplexen die het snel wassende water zo goed mogelijk moeten afvoeren. En dat water kan erg snel stijgen. Want dit is een echte regenrivier die door een heuvelachtig landschap loopt, met een razend snelle afloop. Een paar uren fikse regen en je ziet het waterpeil zo naar omhoog schieten. Bepaalde wijken zijn in 20 jaar maar liefst 7 keer overstroomd. Het probleem is al tientallen jaren bekend.

Stokoude complexen

Alleen is er al tientallen jaren aan die afvoer niets gedaan. In Vlaanderen, tenminste. De laatste stuw in Dendermonde/Appels werd begin de jaren 70 gemoderniseerd, bij de heraanleg van de Dendermonding. Toen nog door de Belgische regering. Want Vlaanderen was niet bevoegd: het waterbeheer was nog federaal Belgisch.

Maar sinds het beheer van de rivier in Vlaamse handen kwam, is er aan de acht Vlaamse stuwen- en sluizencomplexen niets meer gebeurd. En die complexen zijn oud, stokoud: 6 ervan dateren uit de jaren 60… van de 19e eeuw. Meer dan 150 jaar oud, dus. Mooie archeologie, maar niet meer in staat de almaar sneller wassende rivier onder controle te houden. Manueel met een draaiwieltje schotten optrekken tegen een aanstormende watermassa, het is dus niet meer van deze tijd.

Wallonië loopt voorop

Helemaal anders is de toestand in Wallonië: van de vijf Waalse stuwencomplexen had de Waalse overheid er al drie gemoderniseerd voor de overstromingen van 2010. En de twee overblijvende zouden snel volgen, zo werd beloofd.

Ook Vlaanderen zwoer dure eden: de stuwen en sluizen zouden allemaal worden aangepakt, dijken en waterkeringsmuren verhoogd of verlengd. 2012 zouden de eerste werken starten.

Niet dus. Begin 2014, ruim drie jaar na de overstromingen, stelde onze redactie vast dat er nog geen enkele van de stuwen en sluizen was aangepakt. De overheid liet wel één ingezakte dijk in Overboelare bij Geraardsbergen verstevigen… met één rij zandzakjes. De bewoners van de nabijgelegen ondergelopen wijk konden het amper vatten. Vooral toen bleek dat in Wallonië intussen wel compleet nieuwe dijken waren aangelegd, en dat de Waalse beheerders de rivieren intussen al één keer hadden uitgebaggerd.

In Vlaanderen beperkten de werken zich dus tot wat zandzakjes en circa 160 meter verhoogde en verlengde waterkeringsmuren. 160 meter, voor 50 kilometer rivier. Aan de zeven stokoude stuwen en sluizen dus… niets.

Opnieuw maakte de Vlaamse regering zich sterk dat de werken nu echt zouden starten: de spade moest nu echt de grond in, de bouwvergunning zou over een paar maanden klaar zijn, waarna de aannemer meteen met de werken zou starten, zo deelde de toenmalige bevoegde minister Hilde Crevits mee tijdens een verhit debat in het Vlaams Parlement.

Symbolische baksteen

Dat was midden januari 2014. Sindsdien verstomde de discussie. En jammer genoeg ook de werken op de Dender. In heel 2014 bewoog er niets: geen korrel beton werd gegoten, geen centimeter dijk meer erbij. Zelfs geen enkel zandzakje meer.

Of toch: één baksteen werd midden december symbolisch in de oude sluis van Geraardsbergen gegooid, als eerstesteenlegging, want de werken zouden dra starten. Te beginnen bij de voorbereidende ingrepen aan de sluis. Maar zover kwam het nooit: de aannemer stootte meteen op technische problemen, waarna de hele zaak in studie ging. Alweer.

Bergen studies

Want dat lijkt een constante te zijn in dit verhaal: de Vlaamse overheden moet zich eerst door bergen studies en administratieve procedures murwen voor ze een eerste steen kunnen leggen. Een milieu-effectenrapport, dat makkelijk een doorlooptijd van een jaar in beslag neemt, openbare onderzoeken, een bouwvergunning, met alweer openbare onderzoeken, een milieuvergunning. En intussen hopen dat er niet te veel bezwaren en procedures worden aangespannen. Het neemt zijn tijd in beslag: complexe zaken kunnen makkelijk jaren aanslepen.

En de situatie in Geraardsbergen is complex. Onder meer omdat milieuverenigingen de zaken scherp in de gaten houden. Zo wordt een ingenieur van Waterwegen en Zeekanaal nog altijd gerechtelijk vervolgd omdat hij na de overstromingen van 2003 de opdracht kreeg een nieuwe dijk aan te leggen. Een nooddijk, die niet was vergund. En bij de overtredingen van een bouwvergunning ben je persoonlijk aansprakelijk. Gevolg: de ingenieur mag zich voor de rechtbank gaan verantwoorden.

Het maakt dat het bevoegde agentschap Waterwegen en Zeekanaal heel omzichtig en met veel overleg te werk gaat om de problemen aan de Dender zo veilig mogelijk aan te pakken en zijn medewerkers te beschermen tegen mogelijke juridische vervolgingen.

Deadlines die toch niet worden gehaald

Procedureslagen rond grote bouwwerken: het is een realiteit waarmee onze beleidsverantwoordelijken dagelijks worden geconfronteerd. Oosterweel, Uplace, aanleg van tramsporen of nieuwe treinverbindingen, windmolenparken, nieuwe autowegen, een nieuwe gevangenis (in Dendermonde!): ze lopen almaar meer vast in jarenlange juridische gevechten.

Onze beleidsverantwoordelijken weten dat. Maar toch blijven ze met een merkwaardige hardnekkigheid uitvoeringsdata aankondigen. Terwijl ze goed beseffen dat ze geen enkele van hun data zullen halen.

In het geval van de Dendercomplexen is dit bepaald schrijnend: toen toenmalig minister van Openbare Werken Hilde Crevits begin vorig jaar dus nog maar eens aankondigde dat de bouwwerken een paar maanden later zouden starten, was het milieu-effectenrapport nog niet eens klaar. Het ontwerp lag er pas in april, drie maanden na haar belofte. Dat ontwerp moest toen nog door een hele administratieve molen vooraleer nog maar aan een bouwvergunning kon worden gedacht.

En nu -bijna anderhalf jaar later- ligt die bouwvergunning er nog altijd niet. Evenmin als de milieuvergunning. Alle politieke betrokkenen moeten meteen hebben beseft dat de nieuwe deadline onmogelijk kon worden gehaald. Toch werd hij met veel bravoure publiekelijk geproclameerd in het parlement.

Bureaucratische mallemolen

Vele Vlaamse projecten slibben dus vast in oeverloze procedureslagen. Vandaar dat de Vlaamse regering al jaren vecht om de bureaucratische mallemolen een halt toe te roepen: de omgevingsvergunning zou al één en ander kunnen oplossen. Bouw- en milieuvergunning in één beweging afgehandeld: dat kan een slok op de borrel schelen. Maar die omgevingsvergunning is er nog altijd niet. En dus blijft het aanmodderen.

Intussen werkt het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal gestaag door: in Aalst zit de procedureslag er bijna op en hopen ze nog voor de zomer eindelijk met de werken aan de nieuwe stuw te kunnen starten. Wat paradoxaal misschien: als er op het terrein tenminste geen waardevolle archeologische vondsten worden ontdekt. Want dan zou de hele onderneming alweer vertraging kunnen oplopen. Een gevaar dat trouwens ook Geraardsbergen bedreigt: in het milieu-effectenrapport wordt gewag gemaakt van een oude middeleeuwse stadstoren die zich wel eens vlak bij het sluizencomplex zou kunnen bevinden.

Snelle Walen

Is dit de enige verklaring waarom de werken op de Dender amper vorderen? We vrezen van niet: want ook Wallonië moet zich door een hele hoop procedures worstelen vooraleer het kan beginnen te bouwen. Toch hebben de Walen dus al drie van hun vijf sluizencomplexen aangepakt, zijn ze nu bezig met een vierde en volgt volgend jaar de laatste.

Het lijkt erop dat Wallonië gewoon veel vroeger is wakker geschoten dan Vlaanderen: waar de rivier tot het begin van de jaren 90 er nog compleet verwaarloosd bij lag, is dit de laatste kwarteeuw spectaculair veranderd. De Dender wordt stelselmatig onderhouden (ettelijke baggercampagnes, de laatste twee in 2012 en 2014), de oevers versterkt, nieuwe dijken aangelegd en dus alle stuwen gemoderniseerd.

Het gaat blijkbaar allemaal veel sneller… omdat Wallonië er gewoon vroeger aan begonnen is. En mogelijk ook omdat de Waalse bevolking veel minder last heeft van het “not in my backyard” ‘NIMBY)-syndroom. Bij de huidige werken aan de stuw in Papignies zijn meerdere weilanden onteigend en worden een aantal huizen nog maar eens door water omringd. Maar van protest valt geen spoor te bekennen. Ook niet bij de aanleg van nieuwe dijken in Lessines. Reactie van de burgemeester: “Dat zijn toch maar kleine werken meneer, en het zal onze mensen beschermen tegen nieuwe overstromingen”. Minder egoïsme en wat meer gemeenschapsgevoel: misschien is het toch een recept om de zaken wat sneller te doen vooruit gaan? Tot nut van ’t algemeen belang?