Status quo in wachtlijst personen met een handicap

Eind 2014 stonden er 13.970 mensen op de wachtlijst voor personen met een handicap. Dat zijn er 133 of 1 procent meer dan eind 2013. Dat blijkt uit cijfers van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). De vraag naar hulp in een voorziening daalt, de vraag naar ondersteuning via een persoonlijk assistentiebudget (PAB) stijgt.

Na een jarenlange aangroei van de wachtlijst voor personen met een handicap was er in 2013 voor het eerst sprake van een lichte daling. Die daling zet zich niet helemaal door in 2014. Er lijkt eerder sprake van een stagnatie.

Eind 2014 waren er 13.970 "actieve zorgvragen" of bijna 1 procent meer dan in 2013. Het gaat daarbij wel enkel om meerderjarigen, de minderjarige personen met een handicap worden sinds vorig jaar geregistreerd via de Intersectorale Toegangspoort van het Agentschap Jongerenwelzijn.

Uit de cijfers blijkt dat er enerzijds sprake is van een lichte daling van het aantal wachtenden voor zorg in residentiële voorzieningen (bv. nursingtehuizen en dagcentra). Dat aantal zakte van 11.170 in 2013 naar 11.122 in 2014 (-0,43 procent). Het aantal vragen naar een persoonlijk assistentiebudget (PAB) - het systeem waarmee men zelf zijn zorg kan organiseren - is dan weer met 6,8 procent gestegen, met name van 2.667 naar 2.848.

Het VAPH wijst erop dat bijna de helft van de 13.970 wachtenden al wel één of andere vorm van ondersteuning krijgt vanuit het VAPH. Maar vaak zijn mensen op zoek naar dezelfde ondersteuning in een andere regio of naar een intensievere vorm van ondersteuning.

Uit de cijfers blijkt voorts dat er in de tweede helft van 2014 2.439 zorgvragen zijn afgesloten. Dat zijn er minder dan de 2.783 van de tweede helft van 2013.

Wat ook opvalt is dat sommige vragen heel lang kunnen aanslepen. Wie op de wachtlijst staat voor ondersteuning in een bezigheidstehuis staat daar in de helft van de gevallen al meer dan drie jaar. Wie wacht op zorg in een nursingtehuis wacht in 65 procent van de gevallen al langer dan twee jaar. Enkel bij vragen voor thuisbegeleiding moeten mensen gemiddeld minder dan twee jaar wachten op een oplossing.