Stilstaan bij het stilstaan

Zevenhonderd leerlingen van 26 scholen zijn vorige dinsdag op de Trein der 1000 gestapt, richting de voormalige concentratiekampen Auschwitz en Birkenau. Op deze trein bevinden zich ook onze reporters Heleen (25) en Jeroen (23), die verslag uitbrengen van deze herinneringsreis. Vandaag bericht Heleen over een bewogen treinreis terug.

De laatste dag van de trein der 1000 begint in mineur. Wanneer we het station van Kaiserslautern binnenrijden, komt de trein abrupt tot stilstand. Ik zie verschillende jongeren naar de deur lopen, hun sigaretten en aansteker in de aanslag. Even later galmt een stem door de trein. Hij verzoekt om zeker niet uit te stappen. De rokers slaken een gekwelde zucht. De dag is nog maar net begonnen en ze hebben hun eerste dosis nicotine nog niet gehad.

De stem vertelt ons dat er een ongeval gebeurd is. Ik weet instinctief dat het erger is dan dat men doet uitschijnen. Ik heb dit al eens meegemaakt en alles voelt onaangenaam vertrouwd aan. Wanneer even later enkele politiemannen op het toneel verschijnen, wordt mijn vrees bevestigd. De eerste geruchten verspreiden zich door de gangen. Een zelfdoding, of een ongeluk. We weten het niet zeker. Wat wel zeker is, is dat hier op deze plaats een mensenleven abrupt tot een einde kwam.

Cynisch

Het smaakt wrang dat het voorval net nu moest gebeuren, met deze trein, op dit moment. De trein der 1000 heeft de hele rit lang een symbolische functie gehad. Ook Alberto Israel, de Auschwitz-overlevende die ons met veel verve door Birkenau heeft geleid, is ooit met een trein in Polen aangekomen.

Onze reis was met momenten oncomfortabel, maar we hadden genoeg eten en drinken, airco en relatief genoeg bewegingsruimte om toch nog aangenaam te kunnen reizen. Alberto's treinrit in 1944 was van een heel ander kaliber. Hij zat maar liefst 13 dagen op een overvolle trein waar de temperaturen stegen tot wel 37 graden. Velen hebben die reis niet overleefd. Dat ook onze trein nu een slachtoffer gemaakt heeft, is best cynisch.

Op een gevaarlijk spoor

"Waarom mogen we nu niet roken? We staan hier al tien minuten stil!" Een meisje begint zich kwaad te maken. Ze was me eerder al opgevallen, omdat ze altijd als één van de eersten aan de deur staat. Plots wordt het haar te veel en opent ze de deur. Iemand trekt haar terug naar binnen vooraleer ze haar hoofd uit de trein kan steken. Het spoor naast ons ligt gevaarlijk dichtbij. Ik maan haar aan om de deur te sluiten. Ze lijkt niet te beseffen waar ze aan ontsnapt is. Eén blik in de verkeerde richting en het gruwelijke tafereel blijft voor de rest van haar leven op haar netvlies gebrand.

Plots schreeuwt iemand "We mogen roken!" en word ik bijna omvergelopen door een horde jongeren die zo snel mogelijk de trein uit wil. Het voelt surreëel om hen daar op het perron te zien staan. Het is alsof niemand de ernst van de situatie wil inzien. Er ligt iemand onder die trein. Onze trein.

Ik schrik op uit mijn gedachten. Een meisje is haar gal aan het spuien. Ik weet niet of ze doorheeft hoe hard haar woorden klinken. Wanneer ik haar vraag of ze het moeilijk heeft na wat er net gebeurd is, lijk ik niet tot haar door te dringen. "Ja, natuurlijk vind ik het moeilijk" is haar antwoord "We moeten al 30 uur op die trein zitten en nu komt er nog minstens een uur bij". Een reactie zoals ik ze ooit las in een aangrijpende column naar aanleiding van zelfdoding in Nederland.

Niet alles kan vermeden worden

Ik ben verbouwereerd door de wind van apathie die door de trein waait. Dit was een mens. Iemand met een verleden, heden en nu geen toekomst meer. De steward wijst me erop dat het leven zo in mekaar zit. Het is eenvoudiger om onze ogen te sluiten dan om de gruwelen binnen te laten. Al is het wreed om te zien dat het leven onmiddellijk verdergaat.

De trein komt langzaamaan terug in beweging. Koude rillingen gaan over mijn rug terwijl we de plek des onheils passeren. Het ramptoerisme komt weer op gang. Zowel in als langs de trein proberen enkele mensen alles mee te volgen. Ik zie sommigen wegkijken. Waarom worden we zo aangetrokken door tragedie? Wat maakt dat we zo graag getuige willen zijn van dergelijke gruwelijke zaken?

In een onbewaakt moment betrap ik mezelf erop dat mijn hoofd in de richting van het raam draait. Ik wil het allemaal niet zien en toch is mijn nieuwsgierigheid af en toe sterker dan mezelf.
"Wat een egoïst", fluistert men in de gangen. Er is weinig begrip te vinden. En dat terwijl we als samenleving misschien juist meer zouden moeten begrijpen. Ik kan me voorstellen dat we nog steeds te weinig hulp aanbieden, dat het nog steeds een taboe is om over onze gevoelens en problemen te praten. Niet alles kan vermeden worden, maar alles zou bespreekbaar moeten zijn.

Een façade van onverschilligheid

Ik weet ook dat ik straks net als de rest de draad weer zal opnemen en dat de wervelwind aan gevoelens die op dit moment door mijn lichaam raast, straks weer zal verdwijnen. Al denk ik dat ik af en toe toch nog terug zal denken aan dit moment. Ben ik te snel om te oordelen? Ik heb geen idee wat er in de anderen hun hoofden omgaat. Misschien is hun onverschilligheid een façade. Misschien zijn ze even onder de indruk als ik, maar willen ze het niet tonen.

Ik dacht alleen dat we in het kader van deze reis misschien meer ruimte zouden maken voor stil te staan bij het leven. Over hoe vluchtig het kan zijn. Misschien moet ik blij zijn dat de jongeren zich het niet al te erg lijken aan te trekken, dat ze er niets aan zullen overhouden. Misschien moeten jongeren nog wat onbezorgd kunnen zijn zonder zich het leed van de wereld aan te trekken. Daar is nog tijd genoeg voor.

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan bellen naar de zelfmoordlijn op 1813. Surfen kan ook, naar zelfmoord1813.be.