Verhuurder veroordeeld voor discriminatie op basis van vermogen

Voor het eerst in ons land heeft een rechter een verhuurder veroordeeld voor discriminatie op basis van vermogen. Dat meldt het Interfederaal Gelijkekansencentrum, dat het heeft over een belangrijk precedent.

Het centrum was naar het gerecht gestapt nadat het sinds 2011 verschillende meldingen had gekregen over eenzelfde eigenaar die van kandidaat-huurders een arbeidscontract van onbepaalde duur en een minimuminkomen van 2.000 euro eiste. Verschillende aanmaningen en de vraag om een einde te maken aan het discriminerende gedrag hadden niets uitgehaald.

De rechter erkende de discriminatie op basis van vermogen en had ook geen oren naar het argument van de verhuurder dat hij gehouden was aan die restrictieve voorwaarden omdat hij een verzekering "onbetaalde huur" had. De vereiste van een arbeidscontract van onbepaalde duur overschrijdt de normale dekking van een risico op wanbetaling, aldus de rechter.

De verhuurder heeft het recht om de solvabiliteit van een kandidaat-huurder na te gaan, maar dat moet geval per geval gebeuren, zonder op voorhand principieel een groep burgers uit te sluiten. De andere waarborgen die een huurder biedt, zoals een borg of een bewijs van betaling van eerdere huurgelden, mogen ook niet zomaar worden afgewezen, zegt ook directeur Jozef De Witte van het Interfederaal Gelijkekansencentrum.

De rechtbank heeft de verhuurder nu bevolen om de selectiepraktijk stop te zetten, op straffe van een dwangsom van 500 euro. De Witte noemt de uitspraak een belangrijk precedent. "De resultaten van de Diversiteitsbarometer Huisvesting hebben de omvang van de uitsluiting van sociale huurders aangetoond, met name op de private huisvestingsmarkt. Deze uitspraak beantwoordt dan ook aan een dringende nood van vele burgers die worden geconfronteerd met grote moeilijkheden bij het zoeken naar een geschikte huurwoning."

Meer nieuws