"Onderzoek naar de moord op Julien Lahaut was gedoemd te mislukken"

De moord op de voorzitter van de Kommunistische Partij, Julien Lahaut, is het werk geweest van het anticommunistisch netwerk van André Moyen. Een netwerk dat gefinancierd werd door de haute finance en nauwe contacten had met politiek, politie en staatsveiligheid. Dat verklaart waarom de opeenvolgende onderzoeksrechters hun tanden stukbeten op het dossier omdat een aantal cruciale stukken voor hen verborgen bleven, zo blijkt uit het onderzoek van het CegeSoma, dat vandaag wordt voorgesteld in de Senaat.

Lahaut werd op 18 augustus 1950 in Seraing in zijn woning vermoord, een week nadat hij bij de eedaflegging van de koninklijke prins Boudewijn "Vive la République" geroepen had. Aanvankelijk werd ook in die richting gedacht voor het motief van de moord.

Lahaut zou vermoord zijn door leopoldisten, die het niet namen dat koning Leopold III tot aftreden gedwongen werd wegens zijn omstreden houding tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar het was tot 1985 wachten op het eerste wetenschappelijk onderzoek. Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeven verlegden de focus in "De moord op Lahaut" naar de anticommunistische inlichtingendiensten, die in de opkomende Koude Oorlog aan het werk waren, naast de officiële inlichtingendiensten. De auteurs slaagden er ook in om twee daders van de aanslag op Lahaut te identificeren.

In 2011 startte een nieuw onderzoek dat tot de conclusie komt dat niet de koningskwestie, maar de Koude Oorlog het kader is waarbinnen de moord op Julien Lahaut moet geplaatst worden.

De onderzoekers kregen een goed beeld van het netwerk van de spion André Moyen, dat royaal gesubsidieerd werd door grote maatschappijen zoals de Société Générale en Brufina en zijn oorsprong vond in de anticommunistische strijd. Moyen verdiende zijn sporen in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en was ervan overtuigd dat na het nazisme het grootste gevaar vanuit het communisme kwam.