Dodengang in Diksmuide wordt 100 jaar

De Dodengang in Diksmuide is het enige - en hoewel al enkele keren grondige gerestaureerd – bewaarde Belgische loopgravencomplex uit de Eerste Wereldoorlog. Honderd jaar geleden werd begonnen met de bouw van het complex. De Dodengang was minder dodelijk dan lang is aangenomen.

Na de slag aan de IJzer in het najaar van 1914 worden langs heel het front de stellingen verder uitgebouwd. Op het drassige terrein is dit een bijzonder moeilijke taak.

Loopgraven lopen steeds vol water en worden onbruikbaar. Met honderdduizenden zandzakken, houten balken en materiaal uit stukgeschoten hoeves leggen de soldaten bovengrondse loopgraven aan.

Een plaats verdient speciale aandacht: ten noorden van Diksmuide is een van de zeldzame plekken waar de Duitsers op de linkeroever van de IJzer zitten. Vanuit de stukgeschoten petroleumtanks langs de IJzer hebben de Duitsers een uitstekend zicht op de Belgische stellingen en nemen ze de Belgen ook regelmatig onder vuur.

De petroleumtanks waarin de Duitsers zich hadden verschanst. Tegen 1917 staat hier niets meer van recht.

In het voorjaar van 1915 onderneemt het Belgische leger dan ook een aantal pogingen om deze petroleumtanks in te nemen, maar alle aanvallen mislukken.

De legerleiding besluit op 12 mei 1915 om in de dijk van de IJzer een naderingsgracht naar de tanks te graven, maar ook de Duitsers graven een loopgraaf naar de Belgische stellingen.Het komt al snel tot een bloedig treffen en de Duitsers slagen erin om een deel van deze IJzerloopgracht te veroveren.

Tegenaanvallen hebben geen succes en opnieuw stabiliseert het front zich. Later dat jaar proberen de Duitse troepen de rest van de IJzerloopgracht in te nemen. Echter zonder succes.

Het Belgische leger besluit zich tactisch terug te trekken en de genie blaast met 450 kilogram springstof een deel van zijn eigen loopgraaf op. Zo ontstaat een bres in de dijk van de IJzer en de rivier vindt aansluiting bij het al eerder overstroomde gebied.

Belg en Duitser zijn nu gescheiden door een smalle strook water van bijna twintig meter.

Luchtfoto uit oktober 1917. De bres in de IJzerdijk is duidelijk te zien in het midden. Daar onder hebben de Belgen de "Dodengang" in de dijk uitgebouwd. Van de petroleumtanks blijft niets meer over.

De nog primitieve Dodengang helemaal in het begin in 1915.

Altijd loert het gevaar

Met de bres in de IJzerdijk wordt het hier een pak rustiger. Het gevaar is echter nooit ver weg.In mei 1916 en in september 1917 overvallen de Duitsers de Dodengang en dagelijks zijn er artillerieduels.

Scherpschutters liggen op de loer en ook Belgische patrouilles dringen regelmatig de Duitse loopgraven binnen, op zoek naar informatie en om krijgsgevangenen te maken.

Dood in gang B 16

De loopgraaf wordt verder uitgebouwd tot een onneembare stelling. Dag en nacht werken de soldaten aan het onderhoud, de herstellingen en de verdere uitbouw van hun posities.

Vanaf januari 1916 worden alle verdedigingswerken in de Dodengang en de Ruiter vervangen door constructies in beton.

 

 

Ploeg "betonneurs" in de Dodengang

Zo vormen ze een indrukwekkend bolwerk met bunkers, schuilplaatsen, munitievoorraden, mitrailleursnesten, observatieposten, schootsstellingen voor loopgraafmortieren, een seinpost en een smalspoorlijn voor het transport van zware materialen.

De restanten van de beruchte petroleumtanks gaan in juni 1917 tegen de vlakte. Zij vormen dan al lang geen bedreiging meer voor de Belgen. Met het eindoffensief dat vanaf september 1918 losbarst wordt ook de Dodengang verlaten.

De Gang is helemaal veranderd en buitengewoon, je zou hem niet meer herkennen, helemaal in beton, overal schuilplaatsen, met een terugkeerschans. De kop van de loopgraaf is een wonder, je kan het je niet voorstellen. Kort samengevat: de sector is veel verbeterd, maar de verliezen blijven vrij hoog, door het vuur van de mitrailleurs van de Duitsers, ze gaan fel tekeer en mikken goed, kan ik je verzekeren.

Jean Bolle, 16/07/1917
 

Geen duizenden doden

Vandaag heeft de naam van deze historische site een huiveringwekkende bijklank: Dodengang, een loopgraaf genoemd naar de honderden doden die er zouden zijn gevallen.

Niets is minder waar! De naam verwijst naar enkele Belgische gesneuvelden die eind mei 1915, begin juni 1915 in de loopgraaf begraven werden. Daarom spraken de soldaten al snel over de Boyau de la Mort, in het Nederlands de Loopgracht der Dood.

De officiële naam was lang “ Boyau de l’Yser”, pas vanaf begin 1917 wordt het ook officieel “Boyau de la Mort”.

Op de 12e, aan de IJzerdijk, zijn we er niet in geslaagd om de kleine post A te heroveren. Het ging er hevig aan toe de voorbije dagen. Men heeft het over veel doden, die nog altijd begraven liggen in de "Gang" zoals men de loopgraaf nu noemt, voor de gelegenheid de "Gang van de Dood".

Max Gérard, 16/06/1915

Volgens een andere zéér hardnekkige overlevering die standhoudt tot de dag van vandaag zouden er in deze ene loopgraaf dagelijks tientallen doden zijn gevallen.

De loopgraaf zou zijn naam niet gestolen hebben. De Dodengang, de loopgraaf waar soldaten een gewisse dood tegemoet gingen. De mythe van de duizenden Belgische doden van de Dodengang houdt hardnekkig stand. Tot nu.

Nieuwe onderzoek dat het Legermuseum onlangs heeft gevoerd leidde tot een verrassende conclusie. Eindelijk kon een lijst opgesteld worden met het aantal doden.

Het gaat niet om duizenden doden zoals steeds wordt aangenomen, maar ‘slechts’ om een 250-tal.

De Belgische militaire begraafplaats Lettenburg in de buurt van de Dodengang

Enige overgebleven Belgische site in de Westhoek

Dat de Dodengang vandaag nog bestaat heeft meer te maken met een portie geluk dan met zijn specifieke karakter. Na de oorlog besluit het Ministerie van Landsverdediging immers om 25 oorlogssites te bewaren.

De Dodengang is er een van. Maar nog voor er een toeristische brochure gepubliceerd wordt, zijn een deel van deze sites als afgebroken door overijverige landbouwers of aannemers.

Ook de Dodengang is een zelfde lot beschoren, maar de Koninklijke Touring Club van België steekt er een stokje voor. De vereniging roept haart leden op om met giften de bewaring van de Dodengang veilig te stellen.

De opgehaalde 100.000 Belgische frank wordt gebruikt om een geplande weg langsheen de IJzer, dwars door de Dodengang, te laten omleiden. De Dodengang is gered. Vandaag is het de enige overgebleven Belgische site in de Westhoek.

Het Interpretatiecentrum en de site van de Dodengang is recent grondig, interactief, vernieuwd.

De doden van de Dodengang krijgen voor het eerst een naam en een gezicht. Aan de hand van originele foto’s, objecten en dagboekfragmenten wordt voor het eerst ook de Duitse kant van de zaak belicht.Er is ook een Duitse bunker in het parcours opgenomen.

Deze bevond zich tot voor kort buiten het domein van de Dodengang, en toont nu zeer goed hoe griezelig dichtbij beide partijen zich bevonden.

Jan Van der Fraenen is medewerker van het Koninklijk Legermuseum, dat de Dodengang beheert.

Meer nieuws

lees ook