Is het drama in Libië onze fout? - Jens Franssen

Hebben we de problemen in Libië en bij uitbreiding de vluchtelingencrisis zelf veroorzaakt door via gevechtstoestellen militair in te grijpen? Neen, Libië heeft meer militairen nodig, niet minder. Als Europa grondtroepen had gestuurd, waren er nu misschien veel minder drama's.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Bijna duizenden vluchtelingen worden nu wekelijks opgevist voor de kust van Libië. Ze vertrekken met gammele schuiten vanuit de chaos die Libië heet, al komen ze vaak van verder. Europa overweegt nu om de bootjes van mensensmokkelaars al op de Libische kust te vernietigen. Ook ons land om de marine mee in te zetten. Oogst Europa wat het heeft gezaaid?

De revolutie

De revolutie in Libië is ingezet door de Libiërs zelf. Die hadden genoeg van het schrikbewind van hun president/Koning/leider Muamar Khaddafi. Die was immers al meer dan 30 jaar aan de macht, maar leverde niet wat een bevolking verwacht: jobs, scholen, ziekenhuizen en brood en bonen. Verkiezingen of machtsdeling waren een schijntje in Libië. De terreur van de veiligheidsdiensten was alom.

En dus kwam het volk net als in de buurlanden in opstand. Khaddafi reageerde met de ene taal die hij verstaat: die van het brute geweld. Het regime aarzelde niet om tanks in te zetten tegen opstandige steden. Doorheen de jaren is Khaddafi wisselend Europa's beste vriend, maar evengoed de beste vijand geweest.

Kortstondige hoop

Toen de tanks van het regime aan de buitenwijken van de opstandige miljoenenstad Benghazi stonden en daar een slachtpartij dreigden aan te richten, greep Europa terecht in.

Ik stond uren na die eerste bombardementen aan de nog rokende tanks. In de verte zag je de skyline van Benghazi. Niet ingrijpen zou een bloedbad hebben veroorzaakt. In Benghazi werden spandoeken voor de Franse president rondgedragen. Wat later zou België zich als één van de eerste andere Westerse landen aansluiten en mee aanvallen uitvoeren. De rest is geschiedenis.

Khaddafi zou zich maar moeizaam laten uitroken en werd zonder proces als een straatboef vermoord. Libië herademde kort en er volgde een periode van relatieve rust met geslaagde verkiezingen. Grote probleem waren de tientallen rivaliserende en zwaarbewapende milities die de handen vrij hadden. Wantrouwen, gebrek aan ervaring, corruptie en afrekeningen zorgden ervoor dat de overheidsregeringen niet daadkrachtig konden regeren.

Militaire hulp gevraagd

Verschillende keren vroegen interim-regeringen militaire hulp aan Europa. Ze vroegen om mee een nieuw leger op te bouwen, of om te helpen, manu militari, de milities om te vormen tot een regulier leger. Bij gebrek aan een leger moest de regering de veiligheidshandhaving immers overlaten aan de rivaliserende milities. Als die niet op tijd betaald werden, trokken die milities desnoods gewapender hand naar het parlement.

Europa had het op dat moment te druk met zijn eigen financiële problemen en hield de boot af. In Libië erodeerde de macht van de centrale overheid volledig en het land zonk weg in chaos. Ook van heropbouw en ontwikkelingssamenwerking kon in Libië geen sprake zijn, wegens de te grote onveiligheid. Dat is overigens een constante, want zonder een beperkte vorm van veiligheidsstructuur is geen ontwikkelingswerk mogelijk.

Wat rest is een geïmplodeerd land, zonder structuur, waar mensensmokkelaars en jihadisten het hoge woord voeren. De gewone Libiërs die hun leven waagden voor brood en bonen zijn eraan voor de moeite.

Lessen uit Libië?

Ingrijpen in Libië was gerechtvaardigd. Maar Europa had meer kunnen doen. Het had samen met, en op vraag van, Libiërs mee kunnen proberen het land recht te houden. Vanzelfsprekend zou in een tweede fase ontwikkelingshulp en economische samenwerking moeten volgen. Makkelijk en snel zou de transitie van Libië zeker niet geweest zijn. En helemaal gratis zou het ook niet geweest zijn.

Niets doen is helaas niet de juiste optie gebleken. De chaos in Libië nu bezweren zal echter exponentieel gevaarlijker, moeilijker en duurder zijn. Europa kan nog even de gevolgen proberen te bestrijden zoals boten van mensensmokkelaars vernietigen, maar duurzame veiligheid aan Europa ‘s grenzen is maar gegarandeerd als de directe buren stabiele (min of meer) staten zijn.

De chaos in Libië leert ook dat Amerika echt niet langer de problemen in Europa’s tuin zal oplossen. In Libië hebben de Verenigde Staten nog de noodzakelijk logistieke hulp geboden, maar Europa zal zijn eigen veiligheidsboontjes moeten leren doppen.

België leert ook dat de snelle inzet van de F-16 gevechtstoestellen wel degelijk een verschil kan maken, om bv. een genocide te voorkomen. Ons land kon erg snel en performant deelnemen aan een internationale operatie die groen licht kreeg van de Verenigde Naties. Evengoed leert de huidige situatie vandaag dat ook Marine meer is dan een welkome luxe.

Grondtroepen

Blijft de vraag of we deze crisis niet in de kiem hadden kunnen smoren door 3 jaar geleden Blauwhelmen in te zetten, grondtroepen dus, om samen met de overgangsregeringen het land terug te stabiliseren en de milities te integreren in een nationaal leger, of anders te ontwapenen.

Als Libië Europa iets leert is dat veiligheid niet gratis komt, en dat kleine problemen laten rotten niet goedkoper uitkomt. Libië leert ons land dan weer dat politici maar beter eens goed nadenken vooraleer boudweg een component af te schaffen. We zouden die in de toekomst nog wel eens kunnen gebruiken.

(Jens Franssen is journalist buitenland bij VRT-nieuws.)