Provincie Limburg geeft financiële steun voor bestrijding eikenprocessierups

Bij terreincontroles in de omgeving van Bree is vastgesteld dat de meeste eikenprocessierupsen momenteel in de tweede vervellingsfase zitten. Dit is het ideale tijdstip om de beestjes met producten te bestrijden. Een tijdelijke toelating om de bestrijdingsmiddelen in te zetten, is dan ook van kracht. Omdat de kosten hiervan hoger uitvallen dan vroeger, geeft het provinciebestuur van Limburg financiële steun aan de gemeenten.

Gezien de fase waarin de rupsen zich momenteel bevinden, is volgens specialisten de tijd rijp om de beestjes te bestrijden. Daarvoor is een tijdelijke toelating uitgereikt om -onder strikte voorwaarden- de getroffen bomen te bespuiten met Foray 48B. Na deze bespuiting is volgens de voorwaarden, een evaluatie verplicht. De bomen moeten drie tot zes dagen later nogmaals gecontroleerd worden op eikenprocessierupsen. Indien er nog rupsen aanwezig zijn, moeten deze bomen opnieuw worden behandeld.

Financiële steun

"Indien de bomen onder de juiste omstandigheden worden bespoten, zouden er geen of slechts enkele rupsen meer aanwezig mogen zijn", zegt Luc Crevecoeur van het Provinciaal Natuurcentrum (PNC). "Monitoring is dus nodig." Maar dit maakt de kostprijs tevens hoger. En ook het middel op zich is al zowat 55 procent duurder dan de sproeistof die vorig jaar erkend was. Dit heeft tot gevolg dat de gemeentebesturen die de eikenprocessierups willen bestrijden, over hun budget moeten gaan. Het provinciebestuur van Limburg heeft daarop beslist om een bijkomende inspanning te doen. Gedeputeerde Ludwig Vandehove trekt voor deze monitoring 40.000 euro uit. Er wordt bovendien een hogere tussenkomst voorzien als de gemeenten het bestrijdingsproduct aankopen.