Britse regering zit in moeilijkheden

In deze rubriek geven we een overzicht van de gebeurtenissen deze week honderd jaar geleden. In Groot-Brittannië is een regeringscrisis uitgebroken. De regering ligt onder vuur door de mislukking van de aanval op de Dardanellen en er is een ernstig tekort aan munitie op het Westelijk front.

Britse militairen in Turks krijgsgevangenschap. De Brits-Franse aanval op het schiereiland Gallipoli is een totale mislukking, de verliezen zijn zwaar.

De Britse premier Asquith heeft zijn ministers gevraagd hun ontslag in te dienen. Dat gebeurde na een gesprek van Asquith met de leiders van de conservatieve oppositie op 17 mei.

Twee dagen eerder had Lord Fisher ontslag genomen als stafchef van de marine. De admiraal kon het niet meer vinden met minister van Marine Churchill.

Fisher was geen voorstander van Churchills plan voor een aanval op de Dardanellen, een operatie die inderdaad veel tegenslag ondervindt. Door het ontslag van de zeer gerespecteerde Fisher komt Churchill zelf onder vuur.

De omstreden Winston Churchill en 3 marine-officieren

Bovendien meldde The Times op 14 mei dat het Britse leger een ernstig tekort aan artilleriegranaten heeft, terwijl het in Vlaanderen en Artesië zware gevechten voert.

Dat is een nauwelijks verborgen aanval op de minister van Oorlog, Lord Kitchener. Een maand geleden had de premier nog verklaard dat er voldoende munitie was, nadat Kitchener hem dat had verzekerd.

Ook de eerste minister zelf krijgt kritiek. Men verwijt hem een gebrek aan leiderschap en energie. H.H. Asquith leidt al sinds 1908 een liberale regering. Hij zou nu een coalitie van liberalen en conservatieven willen vormen.

Het granatenschandaal

De artikels in The Times en The Daily Mail, die het zogenoemde "Shell scandal" uitlokten, waren geschreven door de gewezen officier Charles Repington. Hij was een van de beroemdste oorlogscorrespondenten van zijn tijd.

Hij klaagde in felle bewoordingen aan dat een gebrek aan artilleriemunitie de oorzaak was van het mislukken van het Britse offensief bij Neuve Chapelle in maart 1915 ( hierboven een deel van het artikel dat Repington doorstuurde naar de krant).

Repington was goed bevriend met de Britse bevelhebber Sir John  French en hij zou het artikel in overleg met French hebben geschreven. Beide mannen ontkenden dat wel, maar French moest eind 1915 ontslag nemen.

Repington was de allereerste die de term "Eerste Wereldoorlog" gebruikte. Meer over Charles Repington.

Na de ramp met de Lusitania, vorige week, zijn in Londen zware anti-Duitse rellen uitgebroken. Huizen, winkels en bedrijfjes van Duitsers, die soms al decennia in Groot-Brittannië wonen, zijn aangevallen en geplunderd. Er gaan stemmen op om de Duitsers in kampen op te sluiten.

Belgische militairen passen hun nieuwe uniformen, links een enkele nog in een oud plunje

Het Belgisch leger is begonnen met de introductie van een nieuw uniform. Tot nu toe droegen de meeste Belgische troepen een donkerblauwe jas en een grijze broek. De hoofddeksels konden nogal verschillen.

Die kledij dateerde nog uit de vorige eeuw en was niet aangepast aan de moderne oorlogsvoering. Vroeger hadden uniformen meestal felle kleuren om op het slagveld goed zichtbaar te zijn. Door het toegenomen bereik van vuurwapens is dat eerder een nadeel geworden.

Nu moeten soldaten juist onopvallend zijn. Het nieuwe Belgische uniform is dan ook in kaki, de schutkleur die de Britten gebruiken. Tegen half november moet iedereen in het nieuw lopen.

De Britten hadden al eind vorige eeuw hun traditionele rode vesten vervangen door kaki. De Duitsers vervingen het Pruisisch blauw door feldgrau.

De Franse legerleiding besliste vlak voor de oorlog begon grijsblauwe kledij in te voeren – na fel verzet door de verdedigers van het blauw-rode uniform – maar de invoering bleef steken omdat de kleurstoffen… in Duitsland waren besteld. Pas sinds begin dit jaar is het Franse bleu horizont uniform te zien. 

De meeste Belgische soldaten hebben hoe dan ook een nieuw uniform nodig. Velen hebben nog altijd dezelfde kledij als in augustus 1914. Anderen moeten zich met om het even welke broek of vest verhelpen.

Zuid-Afrikaanse militairen met op de Duitsers buitgemaakte kanonnen

De hoodstad van Duits Zuidwest-Afrika is gevallen

Zuid-Afrikaanse troepen hebben Windhoek veroverd, de hoofdstad van Duits Zuidwest-Afrika. Daarmee controleert het Zuid-Afrikaanse leger – in naam van het Britse Rijk – nu het grootste deel van dit enorme gebied.

De Zuid-Afrikaanse eerste minister Louis Botha, die persoonlijk de veldtocht leidt, is Windhoek binnengetrokken. De Duitsers die de stad verdedigden, hebben zich teruggetrokken in het zeer dunbevolkte noorden van het gebied.

Voor de Duitse troepen is de toestand hopeloos. Ze zijn gering in aantal en hebben zich teruggetrokken in het woestijnachtige noorden van het gebied, waar er nauwelijks mogelijkheden tot bevoorrading is.

Ze boden aan te onderhandelen over een overgave, maar Botha weigert elke onderhandeling. Hij wil een onvoorwaardelijke capitulatie.Toch bieden de Duitsers hardnekkig weerstand. Er wordt gemeld dat ze de waterbronnen vergiftigen.

Armeense vluchtelingen in Van

Russische troepen hebben de stad Van bereikt in het Ottomaanse deel van Armenië. Het Turkse leger dat de stad belegerde, had zich kort daarvoor teruggetrokken. Daarmee is een einde gekomen aan het beleg van Van.

Bijna een maand lang hielden 1.500 Armeense burgers, die alleen over geweren en pistolen beschikten en maar weinig munitie hadden, stand tegen een legermacht van 5.000 Turken en Koerden onder bevel van de gevreesde gouverneur Djevdet Bey, de schoonbroer van minister Enver Pasja.

Geschat wordt dat een kwart miljoen Armeniërs zich schuil hielden in de stad, die normaal 50.0000 inwoners telt. Er is een Armeense voorlopige regering gevormd. Intussen is de Turkse bevolking in de streek gevlucht.

De Russen waren op 6 mei een offensief in de Kaukasus begonnen, onder meer met als doel Van te ontzetten.

lees ook