Hoe gaat het met u, dokter? - Michael Dilissen

Een specialist in het ziekenhuis, u herkent hem vast en zeker. Hij draagt een iets andere outfit dan de verpleger en zal dat wellicht extra in de verf zetten door flamboyant een stethoscoop rond zijn nek te hangen. Maar als u ‘s nachts op de spoed zou belanden, weet dan dat de kans groot is dat de specialist die u gaat behandelen in werkelijkheid een stagiair van 25 jaar is. Wat betekent dat voor uw gezondheid? Is het een klassieke truc van een ziekenhuis om te besparen op personeel, of is er meer aan de hand?

In mijn vriendenkring zitten enkele specialisten in opleiding. Later zullen ze uw chirurg en uw gynaecoloog worden. Tegenwoordig zie ik ze niet vaak meer, want een specialist in opleiding leeft in het ziekenhuis en heeft amper een sociaal leven. Maar elke keer als ze hun ervaringen vertellen, lijkt het of ik in de studio van het legendarische programma ‘De Drie Wijzen’ beland ben, waarbij men elkaar met straffe verhalen de loef probeert af te steken: ‘Ik heb vorige week 60 uur aan één stuk gewerkt’, ‘Ik heb 24 uur lang de spoed alleen opengehouden’, ‘Er is gisteren een patiënt gestorven omdat ik hem niet kon helpen en er was niemand anders om hem te onderzoeken’. Helaas is hier niet een van de drie verhalen juist, zoals bij Jacques Vermeire en co, maar kloppen ze allemaal.

Velen zijn geroepen...

Specialiseren is niet voor iedereen weggelegd. Wanneer je als 18-jarige student doorheen het ingangsexamen geneeskunde geraakt, moet je vervolgens een zevenjarige opleiding geneeskunde afwerken met het liefst zo hoog mogelijke punten. Op basis van je prestaties doorheen je opleiding wordt bepaald of je mag specialiseren. Heel wat dokters in spe voelen zich geroepen, maar de plaatsen zijn beperkt. Hierdoor blijven alleen de meest ambitieuze bollebozen over, en het is net deze ambitie om specialist te worden die de ziekenhuizen misbruiken.

De 100-uren week

Wanneer een specialist aan zijn opleiding begint, moet hij een opting-out ondertekenen. Met dit formulier stemt hij in om 60 uur per week te werken, waardoor iedereen juridisch in orde is. In werkelijkheid kloppen veel assistenten geen 60 uur, maar komen ze al snel aan 80 à 100 uur per week. De studenten zullen dit niet aanklagen om de eenvoudige reden dat het juist de stagemeesters zijn die bepalen of ze al dan niet mogen blijven specialiseren. In plaats van te klagen nemen deze assistenten die extra operatie er graag bij, want dat toont collegialiteit en inzet.

De omzet van het ziekenhuis

Ziekenhuizen zien de assistenten graag komen. Een professor stelde het zo aan me voor: ‘Voor een ziekenhuis geldt alleen de economische realiteit: zo veel mogelijk winst maken’. Wanneer een specialist drie assistenten krijgt op zijn afdeling, dan kan die afdeling drie keer zoveel werk verzetten, en dat betekent dus een hogere omzet. Of de assistent uiteindelijk genoeg bijleert om later een goede specialist te worden is vaak slechts bijzaak.

U bent toch geen arts?

Bijna alle specialisten in opleiding vertellen dat ze die vele uren er graag bijnemen, al was het maar uit respect voor het Spartaans arbeidsregime van hun stagemeester. Een specialist vertelde me: ‘Bij ons gaat het niet om de langste lul, maar om de langste adem.’
De eerste vraag die in me opkwam was of de extreem lange werkdagen niet leiden tot meer fouten. Ik kreeg hierbij onmiddellijk als antwoord: ‘Waarom denkt u dat? U bent toch geen arts, u kan zoiets toch niet weten?’ Specialisten weten het allemaal graag beter, zo hebben weinigen onder hen een vaste huisarts.

Vooraleer u zou panikeren: deze praktijken gebeuren niet in elk ziekenhuis of afdeling. De onmenselijke uren worden vooral geklopt bij urgentieartsen en chirurgen, een dermatoloog zal zelden zo’n werkweek hebben. Afhankelijk van de specialisatie en de universiteit, zullen studenten zich in meer of mindere mate herkennen in de getuigenissen uit de reportage die ik voor Koppen maakte.

Burn out en depressie

Specialisten hebben een levensbelangrijke verantwoordelijkheid in combinatie met vreselijk lange werkdagen. Het hoeft dus niet te verbazen dat een recent onderzoek van de FOD Volksgezondheid in samenwerking met de KU Leuven aantoonde dat zij bijzonder gevoelig zijn voor depressie, burn-out en zelfmoord. En toch is het voor hen een groot taboe om naar een psycholoog te gaan. Zelfs de jonge assistenten die ik heb gesproken fluisteren me toe dat ze al een burn-out hebben gehad. Ik vraag me af hoe dit zo ver is kunnen komen? Verwachten wij als maatschappij dan te veel van ons medisch personeel? Zijn de ziekenhuizen meer bezorgd over hun cijfers, dan over hun personeel en patiënten?

Ik hoop zowel voor mijn gezondheid, als die van mijn arts, dat de moedige getuigenissen in deze reportage niet voor niks zijn geweest en dat hier een constructief maatschappelijk debat over gevoerd kan worden. En u, u draait best de volgende keer de rollen eens om wanneer u naar een specialist gaat. Vraag eens hoe het met hem of haar gaat.

(Michael Dilissen is freelance reporter bij Koppen. De reportage Uitgedokterd is te zien op donderdag 14 mei om 20u40, in Koppen op Eén.)
 

lees ook